Inleiding
Artrose, ook wel osteoartritis genoemd, is een chronische ontsteking van een gewricht (chronische artritis), waarbij de gezondheid van de betrokken weefsels – zoals bot, kraakbeen, bindweefsel en klierweefsel – geleidelijk verslechtert. Dit kan leiden tot pijn en functieverlies van het gewricht.
De symptomen van artrose zijn in het begin vaak subtiel en daardoor lastig te herkennen. Een hond laat meestal pas in een later stadium duidelijk zien dat hij of zij pijn heeft. In een vroeg stadium kan een hond het ongemak vaak nog goed verbergen.
Artrose kan al op jonge leeftijd ontstaan en geleidelijk verergeren. Veelvoorkomende symptomen zijn:
- Stijfheid, bijvoorbeeld moeilijk kunnen opstaan of gaan liggen en stram lopen.
- Langzamer lopen of tijdens een wandeling achterblijven in plaats van vooruit te lopen.
- Moeite met traplopen of in de auto springen.
- Minder interesse om te spelen.
- Veranderingen in gedrag, bijvoorbeeld somber of humeurig overkomen.
- Kreupelheid, sneller blessures oplopen en langer nodig hebben om daarvan te herstellen.
Wanneer de klachten verder toenemen, kunnen ook de volgende symptomen optreden:
- Tijdens een wandeling regelmatig stoppen, zitten of liggen om rust te nemen.
- Pijnreacties of gillen bij aanraking. Neem in dat geval direct contact op met een dierenarts. Er kunnen ook andere oorzaken voor de pijn bestaan, waaronder een bottumor.
Honden kunnen ongemak relatief lang compenseren, waardoor aan de buitenkant niet altijd direct zichtbaar is dat zij pijn hebben. Daardoor kunnen klachten bij een oudere hond soms worden toegeschreven aan ‘ouderdom’, terwijl er daadwerkelijk sprake is van pijn.
Een verschil in functioneren of klachten voor en na het geven van pijnstilling kan daarbij belangrijke informatie geven.
Oorzaken van artrose
Bij een gezond gewricht zijn de uiteinden van de botten bedekt met kraakbeen. Dit zachte weefsel beschermt het bot en zorgt ervoor dat een hond soepel en zonder pijn kan bewegen.
Een gezond gewricht kan veel belasting verdragen zonder direct beschadigd te raken. Verschillende factoren kunnen er echter voor zorgen dat problemen ontstaan, waaronder:
- overbelasting, bijvoorbeeld door overgewicht of zware belasting bij werk- en sporthonden;
- verkeerde belasting of trauma;
- groeistoornissen;
- genetische of erfelijke gewrichtsproblemen, zoals ED, HD en OCD;
- instabiliteit, bijvoorbeeld bij een VKB-ruptuur of CES.
Gevolgen
Het chronische ontstekingsproces bij artrose kan een vicieuze cirkel veroorzaken. Ontsteking veroorzaakt pijn en pijn leidt vaak tot minder beweging.
Minder beweging kan vervolgens bijdragen aan gewichtstoename en afname van spiermassa (spieratrofie). Tegelijkertijd kan het ontstekingsproces zorgen voor verdere verslechtering van het gewricht. Hierdoor kunnen de pijn en beperkingen toenemen, kan de hond zich sneller blesseren en kan herstel langer duren.
Behandeling
Artrose vraagt doorgaans om langdurige en vaak levenslange begeleiding. De behandeling bestaat meestal uit een combinatie van verschillende maatregelen.
Regelmatige lichamelijke controle en overleg over het resultaat en het vervolg van de behandeling zijn daarbij belangrijk.
Overgewicht
Overgewicht moet bij een hond met artrose serieus worden aangepakt.
Om de vicieuze cirkel van pijn, minder beweging, overgewicht, spieratrofie en verdere verslechtering van het gewricht te doorbreken, vormt het aanpakken van overgewicht vaak een belangrijke basis voor de verdere behandeling.
Pijnstilling en ontstekingsremmers
Pijnstilling speelt een belangrijke rol bij het doorbreken van de vicieuze cirkel rondom artrose. Daarbij kunnen medicijnen worden ingezet die zowel pijnstillend als ontstekingsremmend werken.
Wanneer een hond minder pijn ervaart, kan de motivatie om te bewegen toenemen. Meer passende beweging, gecombineerd met het verminderen van de ontstekingsreactie, kan helpen om verdere achteruitgang van het gewricht af te remmen.
Er bestaan verschillende klassen medicijnen die als pijnstiller en/of ontstekingsremmer kunnen worden ingezet. Omdat deze medicatie vaak gedurende langere tijd nodig is, wordt gezocht naar een behandeling die zo gericht mogelijk werkt en zo goed mogelijk past bij de individuele hond.
Om de verschillen tussen deze medicijnklassen inzichtelijk te maken, kan een boom als vergelijking worden gebruikt. Eén dor blaadje in die boom stelt het gewricht met osteoartritis voor.
Corticosteroïden
Corticosteroïden, zoals prednison, grijpen relatief vroeg en breed in op ontstekingsprocessen in het lichaam. In de vergelijking met de boom zou dit plaatsvinden ter hoogte van de stam.
Klassieke NSAID’s
Klassieke NSAID’s grijpen gerichter in op ontstekingsprocessen. In de vergelijking met de boom bevinden deze zich verder richting de takken. Bij langdurig gebruik kunnen ook deze medicijnen bijwerkingen veroorzaken. De keuze voor medicatie en eventuele controles worden daarom afgestemd met de behandelend dierenarts.
NSAID’s uit de piprant-klasse
Daarnaast bestaan NSAID’s uit de piprant-klasse. Deze zijn ontwikkeld om gerichter in te grijpen op bepaalde mechanismen die een rol spelen bij pijn door osteoartritis.
Afhankelijk van de individuele hond kunnen deze medicijnen ook voor langduriger gebruik worden ingezet. De behandelend dierenarts bepaalt welke medicatie het meest geschikt is en welke controles daarbij nodig zijn.
Tramadol en/of bedinvetmab
Wanneer osteoartritis verder gevorderd is en een NSAID onvoldoende pijnstilling geeft, kan aanvullende pijnstilling worden overwogen, bijvoorbeeld met tramadol of injecties met bedinvetmab.
Deze behandelingen hebben een andere werking dan NSAID’s en kunnen worden ingezet als aanvullende pijnstilling. Welke combinatie passend is, wordt per hond beoordeeld door de behandelend dierenarts.
Voeding en voedingssupplementen
Voeding kan onderdeel zijn van de behandeling van een hond met artrose. Daarbij is een goede balans belangrijk tussen verschillende doelen, zoals gewichtsverlies, behoud of herstel van spiermassa en voldoende energie voor passende beweging.
Als voedingssupplementen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan omega 3-vetzurenconcentraat, zoals Doils, en groenlipmosselproducten, zoals Flexadin met UC-II.
Complementaire geneeswijzen
In sommige gevallen kunnen complementaire behandelvormen, zoals acupunctuur, plantgeneeskunde en/of homeopathie, aanvullend worden ingezet.
Het is daarbij belangrijk om eventuele aanvullende behandelingen af te stemmen met de behandelend dierenarts, zodat deze passen binnen het totale behandelplan van de hond.
Bron: deze tekst is opgesteld door dierenarts Atjo Westerhuis en oorspronkelijk gepubliceerd via EduVet Dierenkliniek. Voor publicatie op IAHC is de tekst redactioneel aangepast. De inhoudelijke uitgangspunten en veterinaire strekking zijn daarbij behouden.