Bloedoor of othematoom

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek Veenendaal

Laatste update: januari 2021

Samenvatting

In de praktijk is er onder huisdiereigenaren veel vraag naar de behandeling van een othematoom zonder chirurgische ingreep.

Bij kleinere othematomen kiezen eigenaren er regelmatig voor om niets te doen en af te wachten. In veel gevallen geeft dit een redelijk tot soms goed resultaat.

Van de behandelmogelijkheden zonder chirurgische interventie gaat bij EduVet de voorkeur uit naar een homeopathische behandeling.

Op basis van praktijkervaringen wordt aangenomen dat de genezingsduur bij een homeopathische behandeling ongeveer even lang is als wanneer ervoor wordt gekozen niets te doen en af te wachten. Volgens deze praktijkervaringen zijn de uiteindelijke genezingsresultaten met homeopathie echter beter.

Bron

Praktijkervaringen.

Bloedoor

Een ‘bloedoor’, met als wetenschappelijke naam othaematoom en tegenwoordig ook geschreven als othematoom, is een bloeduitstorting in de oorschelp.

Een othematoom komt het vaakst voor bij honden, maar kan ook bij katten voorkomen.

Voor een eigenaar kan het ontstaan plotseling lijken. Van het ene op het andere moment heeft de hond of kat een opvallend verdikte of ‘bolle’ oorschelp.

In het begin ziet een bloedoor eruit als een vaak enigszins gespannen zwelling van de oorschelp. De zwelling kan ook wat pijnlijk zijn.

Oorzaken

Anatomie van de oorschelp

De oorschelp bestaat uit twee lagen. Aan de buitenzijde bevindt zich de behaarde huid. Aan de binnenzijde ligt vrijwel kale huid, verstevigd door een dun laagje kraakbeen.

Tussen deze lagen lopen veel kleine bloedvaten.

Door hard met de oren te klapperen, met het oor ergens tegenaan te slaan of stevig aan het oor te krabben, kunnen één of meerdere bloedvaatjes beschadigd raken.

Hierdoor kan bloed zich ophopen tussen de buitenste huidlaag en de binnenste laag van huid en kraakbeen. Zo ontstaat het othematoom.

Oorontsteking

In sommige gevallen kan een oorontsteking aanleiding geven tot het ontstaan van een bloedoor, maar dit is zeker niet altijd het geval.

Een otoscopisch onderzoek is daarom belangrijk om een eventuele oorontsteking aan te tonen of uit te sluiten en, indien nodig, te behandelen.

Vatbaarheid

Het is niet uit te sluiten dat sommige honden gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van een othematoom dan andere honden.

Dit vermoeden wordt onder andere ondersteund door de praktijkervaring dat een hond met een othematoom aan het ene oor later niet zelden ook een bloedoor aan het andere oor ontwikkelt.

Abces

Een zwelling van de oorschelp kan ook door een abces worden veroorzaakt.

Een abces is doorgaans duidelijk pijnlijker dan een hematoom en voelt bovendien warmer aan. De hond heeft in veel gevallen koorts en kan een zieke indruk maken.

Vaak is er ook een krab- of bijtwondje aanwezig waardoor bacteriën naar binnen zijn gekomen en een infectie hebben kunnen veroorzaken.

Behandeling

Een bloedoor kan op verschillende manieren worden behandeld.

De keuze voor een behandeling hangt onder andere af van:

  • de grootte van het othematoom;
  • de plaats van het hematoom in de oorschelp;
  • hoe lang het othematoom al aanwezig is;
  • of het om een eerste othematoom gaat of om een recidief in hetzelfde oor.

Daarnaast bestaan er tussen dierenartsen verschillende visies op de meest geschikte aanpak. Hieronder wordt de visie van EduVet op de verschillende behandelmogelijkheden beschreven.

Niets doen

Wanneer er geen behandeling wordt ingesteld, zal een othematoom in de regel vanzelf ‘opdrogen’.

Dit duurt gemiddeld ongeveer 8 weken.

Bij niets doen en afwachten is volgens de praktijkervaring de kans groter dat de oorschelp in meer of mindere mate verschrompelt en dat verhard, kraakbenig littekenweefsel achterblijft.

De mate van uiteindelijke littekenvorming is sterk afhankelijk van de omvang van het othematoom.

Littekenvorming is daarbij niet uitsluitend een cosmetisch probleem. Een sterk vervormde of verharde oorschelp kan ook een gevoelige of pijnlijke plek blijven.

Om die reden is ‘niets doen’ volgens de oorspronkelijke behandelvisie geen voorkeursoptie en wordt geadviseerd om wel een behandeling in te zetten.

Operatie

Chirurgisch ingrijpen is volgens de oorspronkelijke tekst een goede behandelmogelijkheid wanneer sprake is van een groter othematoom.

Bij kleinere othematomen wordt binnen EduVet eerder een homeopathische behandeling aanbevolen.

De chirurgische ingreep wordt bij voorkeur niet eerder dan 10 dagen na het ontstaan van het othematoom uitgevoerd.

Operatie in het kort

Bij een operatie wordt aan de binnenzijde van de oorschelp een snede gemaakt.

Via deze opening wordt het inmiddels gestolde bloed uit het othematoom verwijderd.

Vervolgens wordt de oorschelp over vrijwel het volledige oppervlak met een groot aantal afzonderlijke hechtingen doorstoken. De hechtingen lopen door alle lagen van de oorschelp.

Hierdoor ontstaat een gelijkmatige druk op de bloedvaten in de oorschelp, waarmee verdere bloedingen worden tegengegaan.

Ook na een operatie bestaat de kans dat de vorm van de oorschelp enigszins verandert. Het oor kan bijvoorbeeld wat ‘gekreukeld’ raken.

Ook hierbij is de uiteindelijke littekenvorming sterk afhankelijk van de omvang van het oorspronkelijke othematoom.

Leegzuigen

Een andere behandelmethode is het leegzuigen van het othematoom.

Ook deze ingreep wordt bij voorkeur niet eerder dan 10 dagen na het ontstaan uitgevoerd.

Binnen de eerste 10 dagen is de kans dat het oor na het leegzuigen opnieuw volloopt zeer groot. Ook na deze periode komt het volgens de praktijkervaring regelmatig voor dat het hematoom opnieuw gevuld raakt.

Cortison

Soms wordt na het leegzuigen van het othematoom cortison, een ontstekingsremmer, in de ontstane holte geïnjecteerd.

Volgens de oorspronkelijke behandelvisie is het resultaat hiervan zeer twijfelachtig.

Daarnaast wordt de kans op een infectie en de ontwikkeling van een abces op die plaats groter.

Binnen EduVet Dierenkliniek wordt leegzuigen daarom in principe slechts bij hoge uitzondering toegepast en dan voornamelijk in een later stadium.

Een injectie met cortison in het othematoom wordt binnen deze behandelvisie niet geadviseerd.

Branden

Een andere, modernere methode is het dichtbranden van de bloedende vaatjes in de ruimte van het othematoom met behulp van een ‘kijkoperatie’ of endoscopische techniek.

Zowel deze behandeling als de conventionele chirurgische ingreep moet onder narcose plaatsvinden.

De keuze tussen deze moderne methode en de eerder beschreven conventionele operatie moet per patiënt worden gemaakt door een dierenarts die voldoende ervaring heeft met beide technieken.

Homeopathie

Wanneer er geen dwingende reden is om te opereren, bijvoorbeeld doordat het othematoom zeer groot is, gaat binnen EduVet de voorkeur uit naar een homeopathische behandeling.

Hiervoor wordt in de oorspronkelijke tekst een combinatie genoemd van:

  • Arnica montana D6;
  • Hamamelis virginiana D3;
  • Calendula officinalis D3.

De middelen worden in gelijke delen gecombineerd.

De beschreven dosering bedraagt 3 x daags 10-20 druppels, afhankelijk van de grootte van de hond, toegediend in een kleine hoeveelheid water.

De behandeling wordt gedurende minimaal 6-8 weken voortgezet.

Op basis van de praktijkresultaten wordt aangenomen dat deze combinatie het lichaam ondersteunt bij het resorberen van wondvocht en resten van bloedcellen, oftewel extravasaten.

Volgens de oorspronkelijke behandelvisie kan dit uiteindelijk bijdragen aan fraaiere littekenvorming en minder vervorming van de oorschelp.

Niet sneller, wel beter

Volgens de oorspronkelijke tekst wordt het genezingsproces door de homeopathische behandeling niet versneld.

Atjo Westerhuis verwoordt dit gekscherend als volgt: zonder homeopathie duurt het ongeveer 2 maanden en met homeopathie ongeveer 8 weken.

De kern van de behandelvisie is dan ook: niet sneller, maar volgens de praktijkervaring wel een beter eindresultaat.


Bron: deze tekst is opgesteld door dierenarts Atjo Westerhuis en oorspronkelijk gepubliceerd via EduVet Dierenkliniek. Voor publicatie op IAHC is de tekst redactioneel aangepast. De oorspronkelijke inhoud, behandelvisie, praktijkervaringen en genoemde homeopathische behandeling zijn daarbij behouden.

LinkedIn
Twitter
WhatsApp

Dit artikel is geschreven door Atjo Westerhuis

Atjo Westerhuis is dierenarts, veterinair directeur en oprichter van het IAHC kennisplatform. Sinds zijn afstuderen aan de Universiteit Utrecht in 1973 is hij actief binnen de gezelschapsdiergeneeskunde en bouwde hij ruim vijftig jaar praktijkervaring op als dierenarts, praktijkhouder, adviseur en initiatiefnemer binnen de veterinaire sector. Binnen EduVet Dierenkliniek levert hij eerste- en anderhalvelijns patiëntenzorg, waarbij hij zich onder andere richt op dieren met chronische of complexe klachten die worden aangeboden voor een second opinion.

Seminar: Grote Zorgen bij Jonge Honden

Op zaterdag 28 november 2026 organiseert EduVet in Veenendaal een seminar over veelvoorkomende gezondheids- en gedragsproblemen bij pups en jonge honden. Met inzichten uit gedrag, voeding, diergeneeskunde en recht.

Persoonlijke zorg voor uw hond of kat

Bij EduVet Dierenkliniek Veenendaal staan aandacht, uitgebreide diagnostiek en samenwerking met u als eigenaar centraal. Ook voor complexe of langdurige klachten en een second opinion kunt u bij ons terecht.

Lees meer van Atjo Westerhuis

Perianaal fistel bij de hond

Samenvatting: Het ontstaan van perianaal fistels is een immuungemedieerde aandoening. Het is vanouds een hardnekkige klacht, meestal voortdurend pijnlijk voor de hond, reden voor wanhoop bij de eigenaar en een

Lezen

Plasbuisverstopping bij de kater

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek, Veenendaal Laatste update: november 2020 Samenvatting: Een plasbuis verstopping door een blaasgruis ‘prop’ bij de kater is een levensbedreigende situatie. Als na het wegspoelen van

Lezen

Homeopathie bij hond & kat

Wat kan homeopathie de diergeneeskunde bieden? Volgens de meeste (veterinaire) wetenschappers niets; volgens de meeste homeopathisch werkende dierenartsen veel. Wetenschappers hebben in het algemeen geen kennis van homeopathie bij dieren

Lezen

Disclaimer

Ondanks de zorgvuldigheid, waarmee wij de content van onze bibliotheek samenstellen, kan EduVet IAHC Platform  geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van de informatie die via de content van onze bibliotheek is verkregen.

Niet zelf ‘dokteren’

EduVet IAHC Platform benadrukt daarbij, dat de informatie die via onze content is verkregen nooit een vervanging is van de professionals!
De content van onze bibliotheek laat diereigenaren en dierverzorgers met de professionals ‘meekijken’, zodat zij met kennis van zaken
kunnen meedenken en meebeslissen over welzijn en gezondheid van hun (huis)dieren. Diereigenaren en dierverzorgers worden daarom
dringend geadviseerd nooit op eigen initiatief te (be)handelen, zonder advies, instemming en begeleiding van een professional. Dat
geldt natuurlijk in het bijzonder als het gaat om de uiteindelijke keuze van de juiste behandeling.

Wetenschap en praktijk

De content van onze bibliotheek wordt niet alleen vervaardigd aan de hand van evidence based wetenschappelijke literatuur, maar vooral ook aan de hand van onze eigen empirical based inzichten.

Updating

Deze informatie kan, in het kader van updating, zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Wij vragen u om eventuele, door u gesignaleerde (vermoedelijke) onvolkomenheden in onze artikelen aan ons te melden via info@iahc.online zodat we deze, indien nodig, kunnen meenemen in de updating. Alvast hartelijk dank daarvoor.

Wetenschap en Praktijkervaring

Educatie vanuit het EduVet IAHC Platform richt zich vooral op het delen van kritisch geëvalueerde ervaringen in de praktijk met wetenschappelijke diergeneeskunde en andere vormen van diergeneeskunde. Kritisch evaluatie vooral ook ten aanzien van effectiviteit en veiligheid. In theorie is er geen verschil tussen theorie en praktijk, in de praktijk blijkt dat een verschil wel mogelijk is.

Wij streven er altijd naar om het beste beschikbare onderzoeksbewijs in onze diergeneeskundige zorg te integreren, gecombineerd met klinische expertise en de unieke behoeften of wensen van elke cliënt. Wij hebben een open mind voor de reële kansen met andere vormen van diergeneeskunde. Die kunnen in een aantal gevallen blijkbaar een waardevolle aanvulling zijn op de reguliere diergeneeskunde, met name als de reguliere diergeneeskunde geen oplossing, geen of onvoldoende effect en/of onacceptabele bijwerkingen heeft.

Omdat de zorgvraag in de diergeneeskunde veel groter is dan wij kunnen invullen met alleen wetenschappelijke of evidence based diergeneeskunde, voelen wij als professionals ons verplicht aan onze patiënten en hun eigenaren dat wij onze praktijkervaringen oftewel empirical based diergeneeskunde serieus nemen, zodat wij daarmee kennelijk extra kansen kunnen creëren voor onze patiënten.

Door het verzamelen van vergelijkbare casuïstieken van onszelf en van andere professionals in de diergezondheidszorg, met bij herhaling dezelfde resultaten, onafhankelijk van elkaar, kan een inductief of empirical based bewijs geleverd worden, dat niet alleen nu al als effectieve behandeling blijkt te kunnen worden ingezet in de praktijk, maar ook als hypothese zal kunnen dienen voor verder wetenschappelijk of evidence based onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek is alleen financieel te realiseren als er een commercieel of maatschappelijk belang mee gediend is. Dus wordt er heel veel nuttig onderzoek niet gedaan. Voldoende reden om praktijkervaringen niet af te doen als ‘anekdotisch’, maar serieus te nemen.