Calcium injectie bij calcium tekort bij de teef

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek Veenendaal

Laatste update: april 2023

Samenvatting

In Nederland hebben we bij een (verdenking van een) calciumtekort, oftewel hypocalcaemie, rond de partus van een teef – bijvoorbeeld bij weeënzwakte en/of eclampsie – alleen de beschikking over calciumsuppletie die is bestemd voor runderen of mensen.

In dit artikel wordt de dosering berekend van twee middelen: een calciummagnesiuminfuus dat is geregistreerd voor runderen en een calciumgluconaat-injectievloeistof die is geregistreerd voor mensen.

De voorkeur gaat uit naar het humane calciumgluconaat.

Bron

Onder andere mailwisseling met de Apotheek Diergeneeskunde, Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht.

Spoed

Toediening van calcium via een onderhuidse injectie aan een teef met een (verdenking van een) calciumtekort rond de partus wordt in de praktijk meestal door de fokker zelf uitgevoerd, uiteraard in overleg met de dierenarts.

Fokkers herkennen vaak zelf de symptomen die kunnen passen bij weeënzwakte en/of eclampsie. Ook dierenartsen stellen de diagnose in deze situatie veelal op basis van de klinische symptomen.

In de praktijk is het meetresultaat van het calciumionengehalte in het bloed vooralsnog niet snel genoeg beschikbaar. Bij weeënzwakte en/of eclampsie moet direct worden ingegrepen.

Dosering

De dosering voor hond en kat bedraagt volgens Plumb’s Veterinary Drug Handbook 5-15 mg/kg elementair calcium.

Om deze dosering voor de twee besproken producten om te rekenen naar milliliters per kilogram lichaamsgewicht (ml/kg), moet bekend zijn hoeveel milligram elementair calcium het geneesmiddel per milliliter bevat (mg/ml).

De samenstelling van een product voor calciumsuppletie moet daarom zo worden weergegeven dat het mogelijk is om het aantal milligram elementair calcium in het product te berekenen.

Producten met bijvoorbeeld calciumborogluconaat waarvan de verhouding niet is aangegeven, kunnen volgens de oorspronkelijke tekst beter niet worden toegepast.

Calciumgluconaat-injectievloeistof voor mensen

In Nederland zijn geen geregistreerde diergeneesmiddelen beschikbaar die uitsluitend calcium bevatten. Daarom heeft humaan geregistreerd calciumgluconaat de voorkeur boven het calciummagnesiuminfuus voor runderen.

Calciumgluconaat 100 mg/ml (10%) is een geregistreerd geneesmiddel voor mensen (RVG 32248) en is leverbaar in flacons van 10 ml.

Volgens de omrekening van de Apotheek Diergeneeskunde van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht bevat dit product 9,2 mg elementair calcium per ml.

De dosering voor hond en kat bedraagt 5-15 mg/kg elementair calcium. Omgerekend komt dit voor een subcutane toediening neer op 0,5-1,6 ml per kg lichaamsgewicht.

In milde gevallen van calciumtekort, bijvoorbeeld bij verdenking van weeënzwakte en/of milde beginsymptomen van eclampsie zoals rusteloosheid van de teef en koorts, kan de fokker volgens het oorspronkelijke protocol alvast calcium suppleren in een laag-normale dosis van 0,5-1,1 ml per kg lichaamsgewicht via een onderhuidse injectie.

In de praktijk is gebleken dat bij een concentratie van ongeveer 10% de kans op ernstige lokale weefselirritatie door de injectie klein is.

Wanneer het klinische beeld aanleiding geeft om de suppletie via een onderhuidse injectie te herhalen, kan dit volgens het oorspronkelijke protocol na 6-8 uur.

Calciummagnesiuminfuus voor runderen

Al decennialang wordt met succes gebruikgemaakt van een voor runderen geregistreerd calciummagnesiuminfuus voor de behandeling van calciumtekort bij de teef rond de partus, onder andere bij weeënzwakte en/of eclampsie.

De oorspronkelijke auteur plaatst hierbij wel een kanttekening. De dosering is niet duidelijk onderbouwd en voor deze indicatie is extra magnesiumtoediening niet noodzakelijk.

Wanneer dit middel in een noodsituatie toch wordt toegepast, is het daarom belangrijk om in ieder geval de juiste dosering te gebruiken.

Calciummagnesiuminfuus 127 mg/ml (12,7%) is een geregistreerd diergeneesmiddel voor runderen (RegNL 8301) en is leverbaar in een infuusflacon van 450 ml.

Volgens de omrekening van de Apotheek Diergeneeskunde van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht bevat dit product 16,5 mg elementair calcium per ml.

De dosering voor hond en kat bedraagt 5-15 mg/kg elementair calcium. Omgerekend komt dit voor een subcutane toediening neer op 0,3-0,9 ml per kg lichaamsgewicht.

In milde gevallen van calciumtekort, bijvoorbeeld bij verdenking van weeënzwakte en/of milde beginsymptomen van eclampsie zoals rusteloosheid van de teef en koorts, kan de fokker volgens het oorspronkelijke protocol alvast calcium suppleren in een laag-normale dosis van 0,3-0,6 ml per kg lichaamsgewicht via een onderhuidse injectie.

In de praktijk is gebleken dat bij een concentratie van ongeveer 10% de kans op ernstige lokale weefselirritatie door de injectie klein is.

Wanneer het klinische beeld aanleiding geeft om de suppletie via een onderhuidse injectie te herhalen, kan dit volgens het oorspronkelijke protocol na 6-8 uur.

Product Specificatie Dosering
Calciumgluconaat 10% Injectievloeistof, 100 mg/ml, flacon 10 ml, RVG 32248 0,5-1,6 ml/kg
Calcium-Magnesium 12,7% Infuusvloeistof, 127 mg/ml, flacon 450 ml, RegNL 8301 0,3-0,9 ml/kg

Calcitat voor runderen

Calcitat 50 (RegNL 3745) bevat eveneens calcium en magnesium en is geregistreerd voor runderen, niet voor honden.

De concentratie is met 47% zeer hoog en daardoor volgens de oorspronkelijke tekst niet geschikt voor directe toepassing bij lichtere dieren zoals honden. Dat geldt zeker in vergelijking met de hiervoor beschreven producten met concentraties van respectievelijk 10% en 12,7%.

Subcutane toediening van onverdund Calcitat bij de hond wordt sterk afgeraden vanwege het risico op ernstige weefselirritatie.

Voor subcutane toepassing zou Calcitat volgens de oorspronkelijke tekst minimaal verdund moeten worden tot een concentratie van 10%.


Bron: deze tekst is opgesteld door dierenarts Atjo Westerhuis en oorspronkelijk gepubliceerd via EduVet Dierenkliniek. Voor publicatie op IAHC is de tekst redactioneel aangepast. De inhoudelijke uitgangspunten, veterinaire claims en genoemde doseringen uit de oorspronkelijke publicatie zijn daarbij behouden.

LinkedIn
Twitter
WhatsApp

Dit artikel is geschreven door Atjo Westerhuis

Atjo Westerhuis is dierenarts, veterinair directeur en oprichter van het IAHC kennisplatform. Sinds zijn afstuderen aan de Universiteit Utrecht in 1973 is hij actief binnen de gezelschapsdiergeneeskunde en bouwde hij ruim vijftig jaar praktijkervaring op als dierenarts, praktijkhouder, adviseur en initiatiefnemer binnen de veterinaire sector. Binnen EduVet Dierenkliniek levert hij eerste- en anderhalvelijns patiëntenzorg, waarbij hij zich onder andere richt op dieren met chronische of complexe klachten die worden aangeboden voor een second opinion.

Seminar: Grote Zorgen bij Jonge Honden

Op zaterdag 28 november 2026 organiseert EduVet in Veenendaal een seminar over veelvoorkomende gezondheids- en gedragsproblemen bij pups en jonge honden. Met inzichten uit gedrag, voeding, diergeneeskunde en recht.

Persoonlijke zorg voor uw hond of kat

Bij EduVet Dierenkliniek Veenendaal staan aandacht, uitgebreide diagnostiek en samenwerking met u als eigenaar centraal. Ook voor complexe of langdurige klachten en een second opinion kunt u bij ons terecht.

Lees meer van Atjo Westerhuis

Perianaal fistel bij de hond

Samenvatting: Het ontstaan van perianaal fistels is een immuungemedieerde aandoening. Het is vanouds een hardnekkige klacht, meestal voortdurend pijnlijk voor de hond, reden voor wanhoop bij de eigenaar en een

Lezen

Plasbuisverstopping bij de kater

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek, Veenendaal Laatste update: november 2020 Samenvatting: Een plasbuis verstopping door een blaasgruis ‘prop’ bij de kater is een levensbedreigende situatie. Als na het wegspoelen van

Lezen

Homeopathie bij hond & kat

Wat kan homeopathie de diergeneeskunde bieden? Volgens de meeste (veterinaire) wetenschappers niets; volgens de meeste homeopathisch werkende dierenartsen veel. Wetenschappers hebben in het algemeen geen kennis van homeopathie bij dieren

Lezen

Disclaimer

Ondanks de zorgvuldigheid, waarmee wij de content van onze bibliotheek samenstellen, kan EduVet IAHC Platform  geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van de informatie die via de content van onze bibliotheek is verkregen.

Niet zelf ‘dokteren’

EduVet IAHC Platform benadrukt daarbij, dat de informatie die via onze content is verkregen nooit een vervanging is van de professionals!
De content van onze bibliotheek laat diereigenaren en dierverzorgers met de professionals ‘meekijken’, zodat zij met kennis van zaken
kunnen meedenken en meebeslissen over welzijn en gezondheid van hun (huis)dieren. Diereigenaren en dierverzorgers worden daarom
dringend geadviseerd nooit op eigen initiatief te (be)handelen, zonder advies, instemming en begeleiding van een professional. Dat
geldt natuurlijk in het bijzonder als het gaat om de uiteindelijke keuze van de juiste behandeling.

Wetenschap en praktijk

De content van onze bibliotheek wordt niet alleen vervaardigd aan de hand van evidence based wetenschappelijke literatuur, maar vooral ook aan de hand van onze eigen empirical based inzichten.

Updating

Deze informatie kan, in het kader van updating, zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Wij vragen u om eventuele, door u gesignaleerde (vermoedelijke) onvolkomenheden in onze artikelen aan ons te melden via info@iahc.online zodat we deze, indien nodig, kunnen meenemen in de updating. Alvast hartelijk dank daarvoor.

Wetenschap en Praktijkervaring

Educatie vanuit het EduVet IAHC Platform richt zich vooral op het delen van kritisch geëvalueerde ervaringen in de praktijk met wetenschappelijke diergeneeskunde en andere vormen van diergeneeskunde. Kritisch evaluatie vooral ook ten aanzien van effectiviteit en veiligheid. In theorie is er geen verschil tussen theorie en praktijk, in de praktijk blijkt dat een verschil wel mogelijk is.

Wij streven er altijd naar om het beste beschikbare onderzoeksbewijs in onze diergeneeskundige zorg te integreren, gecombineerd met klinische expertise en de unieke behoeften of wensen van elke cliënt. Wij hebben een open mind voor de reële kansen met andere vormen van diergeneeskunde. Die kunnen in een aantal gevallen blijkbaar een waardevolle aanvulling zijn op de reguliere diergeneeskunde, met name als de reguliere diergeneeskunde geen oplossing, geen of onvoldoende effect en/of onacceptabele bijwerkingen heeft.

Omdat de zorgvraag in de diergeneeskunde veel groter is dan wij kunnen invullen met alleen wetenschappelijke of evidence based diergeneeskunde, voelen wij als professionals ons verplicht aan onze patiënten en hun eigenaren dat wij onze praktijkervaringen oftewel empirical based diergeneeskunde serieus nemen, zodat wij daarmee kennelijk extra kansen kunnen creëren voor onze patiënten.

Door het verzamelen van vergelijkbare casuïstieken van onszelf en van andere professionals in de diergezondheidszorg, met bij herhaling dezelfde resultaten, onafhankelijk van elkaar, kan een inductief of empirical based bewijs geleverd worden, dat niet alleen nu al als effectieve behandeling blijkt te kunnen worden ingezet in de praktijk, maar ook als hypothese zal kunnen dienen voor verder wetenschappelijk of evidence based onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek is alleen financieel te realiseren als er een commercieel of maatschappelijk belang mee gediend is. Dus wordt er heel veel nuttig onderzoek niet gedaan. Voldoende reden om praktijkervaringen niet af te doen als ‘anekdotisch’, maar serieus te nemen.