Diersoorten
Gezelschapsdieren | Paarden | Landbouwhuisdieren | Exoten | Bijzondere dieren | Wildlife
DEFINITIES DIERSOORTEN
Gezelschapsdieren. Paarden. Landbouwhuisdieren. Exoten. Bijzondere dieren. Wildlife.
Gezelschapsdieren (huisdieren) Dieren die worden gehouden voor gezelschap en plezier. Voorbeelden: honden, katten, konijnen, cavia’s, hamsters, parkieten, siervissen.
Paarden (paard-achtigen) Paarden worden in de praktijk meestal gehouden als gezelschapsdier, sportdier of hobbydier.
Landbouwhuisdieren (productiedieren) Dieren die meestal worden gehouden voor de productie van voedsel, maar ook, in mindere mate, als huisdier. Voorbeelden: koeien, varkens, schapen, geiten, kippen, kalkoenen, eenden (in de intensieve of extensieve veehouderij).
=
NB: De termen exoten, bijzondere dieren en wildlife worden vaak door elkaar gebruikt, maar hebben verschillende definities.
Exoten (uitheemse soorten) Dieren die door menselijk toedoen in een gebied terechtkomen waar ze van nature niet thuishoren. Een exoot is wildlife in zijn oorspronkelijke gebied, maar eenmaal verplaatst wordt het een exoot in de nieuwe omgeving.
Bijzondere dieren (ongewoon huisdier) Dieren die niet gangbaar zijn als huisdier of die zeldzaam zijn. Een bijzonder dier is vaak een exoot, maar niet elke exoot wordt als ‘bijzonder’ gezien.
Wildlife (vrijlevend in het wild) Dieren die in hun natuurlijke omgeving leven en onafhankelijk van de mens overleven (niet gedomesticeerd). Wildlife leeft vrij; een ‘bijzonder dier’ leeft vaak in gevangenschap.
Gezelschapsdieren
- Hond > 100
- Kat > 25 - < 100
- Konijn
- Kip
- Chinchilla
- Fret
- Vogels
- Eekhoorn
- Rat
Paarden
- Paard
- Ezel
Landbouwhuisdieren
- Rund < 25
- Varken
- Schaap
- Geit
Exoten
- Schildpad