FIP bij de kat

Diagnose

Feline Infectious Peritonitis. FIP

Oorzaak
Het Feline Corona Virus (FCoV) komt veelvuldig voor als het (goedaardige en zeer besmettelijke) Feline Enteric Corona Virus (FECV) dat zich in de darm bevindt. Het is waarschijnlijk dat in een klein aantal gevallen door nog onbekende oorzaak het goedaardige FECV (in de kat) muteert in het kwaadaardige Feline Infectious Peritonitis Virus (FIPV). Het ziektebeeld (laesies) van FIP wordt meer veroorzaakt door een ‘ongepaste’ immuunrespons op het virus dan door het virus zelf.

Kortom: om FIP te ontwikkelen is er een mutant van FECV  nodig (FIPV) nodig en een vatbare kat (vrijwel zeker genetisch bepaald). Dat is de reden waarom er zo weinig FIP katten zijn,  terwijl het FCoV wijd verspreid is onder katten.

Van de met FECV besmette katten is / blijft ongeveer 90% of meer gezond. Slechts in een klein aantal gevallen leidt een FECV besmetting tot FIP. Risicofactoren zijn daarbij: genetische vatbaarheid, aanwezigheid van chronische FECV verspreiders en een hoge kat-dichtheid.

Prevalentie
De besmettingskans met FECV is het grootst in multi-cat households, catteries en shelters. Na introductie van een FECV infectie stijgt de infectiegraad al snel tot 80-90%, tegenover 30-40% in de algemene katten populatie. In die omstandigheden (80-90% besmetting) wordt toch relatief zeer weinig (veel minder dan 10%) sterfte door FIP gezien over een langere periode (jaren), zelden meer.
Sterfte door FIP wordt vooral gezien op de leeftijd van 6 maanden tot 2 jaar (hoogste frequentie op 10 maanden), maar komt zeker ook voor op oudere leeftijd.

Anamnese
Zie Klinisch beeld.

Klinisch beeld
Algemeen: gebrek aan eetlust, gewichtsverlies, lethargie (toestand van volkomen ongeïnteresseerdheid en inactiviteit) en fluctuerende koorts die niet reageert op antibiotica.
Wijdverspreid heftige ontstekingsreacties van bloedvaten (vasculitis) die kunnen leiden tot vrij-vocht ophoping in de buik (dikke buik) en/of de borst (benauwdheid); we noemen dat natte FIP.
Als de ontstekingsreactie (pyogranuloom) gelokaliseerd is in specifieke weefsel, zoals oog of nieren – in principe kan dat in bijna elk orgaan zijn, inclusief het zenuwstelsel – spreken we van droge FIP. Uiteindelijk worden meerdere organen aangetast en leidt de ziekte tot de dood.

Laboratorium
De waarde van laboratoriumdiagnostiek is beperkt. De (waarschijnlijkheids)diagnose wordt gesteld op basis van de combinatie van ziektebeeld / –verloop, antilichaam titer, biochemisch profiel, punctaat buik / thorax en hematologie; onderzoek, inclusief biopsie (histopathologie) postmortem geldt als de meest betrouwbare diagnostiek.
Er is geen test voor gezonde katten om de kans op ontwikkeling van FIP te bepalen.
Aanwezigheid van antilichamen in het bloed (alleen) is niet diagnose bepalend voor FIP, afwezigheid van antilichamen (alleen) sluit FIP ook niet uit!  Aantonen van antigeen (virus zelf) heeft geen diagnostische waarde; testen maken geen onderscheid tussen FIPV en FECV.
Punctaat van vrij-vocht in buik en/of borst is (vaak, niet altijd) geel van kleur, heeft (vaak, niet altijd) een dradentrekkende consistentie en bevat veel eiwit. Bloed: o.a. hyperglobulinaemie, hyperbilirubinaemie en lymfocytose.

Twee nieuwe(re) testen (c):

  1. Aantonen van het virus in macrofagen in buikpunctaat  dmv immunofluorescentie. Als het virus wordt aangetoond is de diagnose vrij zeker; wordt  het virus niet aangetoond, dan kan het nog steeds FIP zijn.
  1. Aantonen van het gemuteerde virus (FIPV) in het bloed via PCR. Deze test lijkt veelbelovend.

Behandeling
Palliatief (TLC).  Alles tijdelijk / weinig effectief. Prednison (remming ‘ongepaste’ immuunrespons).
Antilichamen tegen FCoV / FIPV beschermen niet tegen FIP, kunnen FIP ook niet genezen; zij veroorzaken vrijwel zeker FIP. Algemeen bouwt een kat geen blijvende weerstand op tegen FCoV; herbesmetting blijft mogelijk.
Preventie: Er is een vaccin (Primucell® FIP van Pfizer) op de markt, maar er is geen consensus over de veiligheid en effectiviteit. Belangrijk is dat in de fokkerij er selectie plaats vindt op overall-disease resistance. Bovendien is hygiëne van groot belang bij het voorkomen / reduceren van FCoV besmetting. Detectie / verwijdering van chronische verspreiders van FECV kan plaats vinden middels PCR analyse (a). Minimalisering van stress!

Prognose
De ziekte is progressief en uiteindelijk (vrijwel zonder uitzondering) fataal. Een antilichamen titer zegt helaas niets over de prognose.

Complementair
Geen

Opmerking   
Mutatie vindt vrijwel zeker plaats in de individuele kat. FECV leeft en vermenigvuldigt zich in de darmwandcellen en wordt uitgescheiden via de faeces.  De FIPV mutant leeft en vermenigvuldigt zich in bloedcellen (monocyten) en weefselcellen (macrofagen),  verspreid zich door het gehele lichaam en wordt zelden uitgescheiden via de faeces. Besmetting van FIP van kat op kat komt daarom niet voor of is op z’n minst zeer zeldzaam!

Bronnen:

  1. Feline Infectious Peritonitis, Susan Little and Melissa Kennedy, Winn Feline Foundation, 2010
  2. FIP Update: Hope for the future, Clinician’s Brief, January 2013, p. 42, Capsule: Update on Feline Infectious Peritonitis, German A., In Practice, 34, p. 282-291, 2012.
  3. Nieuwe test voor FIP, Marieke Knies, dierenarts, KGA Magazine Katten, Gedrag & Welzijn, 11, november 2013.

 

Toelichting
Een ziekteoverzicht / -profiel is in principe een geheugensteun voor dierenartsen en paraveterinairen. Het bevat in beknopte vorm de voor de praktijk meest noodzakelijke informatie. Huisdierbezitters kunnen ‘meekijken’. Een ziekteoverzicht / -profiel is nooit een vervanging van de dierenarts. Diagnose, behandeling en follow up dienen uitsluitend door of onder begeleiding van een dierenarts plaats te vinden.

LinkedIn
Twitter
WhatsApp

Dit artikel is geschreven door Atjo Westerhuis

Atjo Westerhuis is dierenarts, veterinair directeur en oprichter van het IAHC kennisplatform. Sinds zijn afstuderen aan de Universiteit Utrecht in 1973 is hij actief binnen de gezelschapsdiergeneeskunde en bouwde hij ruim vijftig jaar praktijkervaring op als dierenarts, praktijkhouder, adviseur en initiatiefnemer binnen de veterinaire sector. Binnen EduVet Dierenkliniek levert hij eerste- en anderhalvelijns patiëntenzorg, waarbij hij zich onder andere richt op dieren met chronische of complexe klachten die worden aangeboden voor een second opinion.

Seminar: Grote Zorgen bij Jonge Honden

Op zaterdag 28 november 2026 organiseert EduVet in Veenendaal een seminar over veelvoorkomende gezondheids- en gedragsproblemen bij pups en jonge honden. Met inzichten uit gedrag, voeding, diergeneeskunde en recht.

Persoonlijke zorg voor uw hond of kat

Bij EduVet Dierenkliniek Veenendaal staan aandacht, uitgebreide diagnostiek en samenwerking met u als eigenaar centraal. Ook voor complexe of langdurige klachten en een second opinion kunt u bij ons terecht.

Lees meer van Atjo Westerhuis

Perianaal fistel bij de hond

Samenvatting: Het ontstaan van perianaal fistels is een immuungemedieerde aandoening. Het is vanouds een hardnekkige klacht, meestal voortdurend pijnlijk voor de hond, reden voor wanhoop bij de eigenaar en een

Lezen

Plasbuisverstopping bij de kater

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek, Veenendaal Laatste update: november 2020 Samenvatting: Een plasbuis verstopping door een blaasgruis ‘prop’ bij de kater is een levensbedreigende situatie. Als na het wegspoelen van

Lezen

Homeopathie bij hond & kat

Wat kan homeopathie de diergeneeskunde bieden? Volgens de meeste (veterinaire) wetenschappers niets; volgens de meeste homeopathisch werkende dierenartsen veel. Wetenschappers hebben in het algemeen geen kennis van homeopathie bij dieren

Lezen

Disclaimer

Ondanks de zorgvuldigheid, waarmee wij de content van onze bibliotheek samenstellen, kan EduVet IAHC Platform  geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van de informatie die via de content van onze bibliotheek is verkregen.

Niet zelf ‘dokteren’

EduVet IAHC Platform benadrukt daarbij, dat de informatie die via onze content is verkregen nooit een vervanging is van de professionals!
De content van onze bibliotheek laat diereigenaren en dierverzorgers met de professionals ‘meekijken’, zodat zij met kennis van zaken
kunnen meedenken en meebeslissen over welzijn en gezondheid van hun (huis)dieren. Diereigenaren en dierverzorgers worden daarom
dringend geadviseerd nooit op eigen initiatief te (be)handelen, zonder advies, instemming en begeleiding van een professional. Dat
geldt natuurlijk in het bijzonder als het gaat om de uiteindelijke keuze van de juiste behandeling.

Wetenschap en praktijk

De content van onze bibliotheek wordt niet alleen vervaardigd aan de hand van evidence based wetenschappelijke literatuur, maar vooral ook aan de hand van onze eigen empirical based inzichten.

Updating

Deze informatie kan, in het kader van updating, zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Wij vragen u om eventuele, door u gesignaleerde (vermoedelijke) onvolkomenheden in onze artikelen aan ons te melden via info@iahc.online zodat we deze, indien nodig, kunnen meenemen in de updating. Alvast hartelijk dank daarvoor.

Wetenschap en Praktijkervaring

Educatie vanuit het EduVet IAHC Platform richt zich vooral op het delen van kritisch geëvalueerde ervaringen in de praktijk met wetenschappelijke diergeneeskunde en andere vormen van diergeneeskunde. Kritisch evaluatie vooral ook ten aanzien van effectiviteit en veiligheid. In theorie is er geen verschil tussen theorie en praktijk, in de praktijk blijkt dat een verschil wel mogelijk is.

Wij streven er altijd naar om het beste beschikbare onderzoeksbewijs in onze diergeneeskundige zorg te integreren, gecombineerd met klinische expertise en de unieke behoeften of wensen van elke cliënt. Wij hebben een open mind voor de reële kansen met andere vormen van diergeneeskunde. Die kunnen in een aantal gevallen blijkbaar een waardevolle aanvulling zijn op de reguliere diergeneeskunde, met name als de reguliere diergeneeskunde geen oplossing, geen of onvoldoende effect en/of onacceptabele bijwerkingen heeft.

Omdat de zorgvraag in de diergeneeskunde veel groter is dan wij kunnen invullen met alleen wetenschappelijke of evidence based diergeneeskunde, voelen wij als professionals ons verplicht aan onze patiënten en hun eigenaren dat wij onze praktijkervaringen oftewel empirical based diergeneeskunde serieus nemen, zodat wij daarmee kennelijk extra kansen kunnen creëren voor onze patiënten.

Door het verzamelen van vergelijkbare casuïstieken van onszelf en van andere professionals in de diergezondheidszorg, met bij herhaling dezelfde resultaten, onafhankelijk van elkaar, kan een inductief of empirical based bewijs geleverd worden, dat niet alleen nu al als effectieve behandeling blijkt te kunnen worden ingezet in de praktijk, maar ook als hypothese zal kunnen dienen voor verder wetenschappelijk of evidence based onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek is alleen financieel te realiseren als er een commercieel of maatschappelijk belang mee gediend is. Dus wordt er heel veel nuttig onderzoek niet gedaan. Voldoende reden om praktijkervaringen niet af te doen als ‘anekdotisch’, maar serieus te nemen.