Evelien van der Waa, dierenarts
Gebruik van vaccinatie nosoden preventief bij vaccinatie.
Protocol 1: Nooit eerder klachten gehad bij een vaccinatie
Op de dag van vaccinatie de betreffende vaccinatie nosode geven in een 30K, 1x 3 korrels.
Protocol 2: Al wel eerder klachten gehad bij een vaccinatie gehad
Gedurende 3 dagen achter elkaar de vaccinatie nosode geven in een 30K, 1x 3 korrels op de dag vóór, van en ná de vaccinatie.
Gebruik van vaccinatie nosoden bij klachten na vaccinatie om te ontstoren
(volgens protocol van Opmeer)
Protocol 1: Acute klachten na vaccinatie. De klachten zijn 1-2 dagen na vaccinatie ontstaan
Gedurende 5 dagen achteren 1x daags 3 granuli (of 5 globuli) 30K vaccinatie nosode geven.
Protocol 2: Klachten na recente vaccinatie. De klachten zijn 1 week tot 1 maand na de vaccinatie ontstaan.
Gedurende 3 weken achtereen 1 x per week 3 granuli (of 5 globuli) 200K vaccinatie nosode geven + 2 x daags 10- 20 druppels van een drainage middel bijvoorbeeld Puur® Detoxi (oplossen in water).
Protocol 3: Chronische klachten na vaccinatie. De klachten zijn een maand na vaccinatie ontstaan en houden aan.
Dan is de hele potentiereeks van de vaccinatie nosode noodzakelijk, in combinatie met een drainage middel (zie Protocol hiervoor)
Week 1: 2 x daags 10-20 druppels drainage middel om het lichaam in de uitscheidingsstand te brengen
Week 2 + 3: 1 x per week 3 granuli (of 5 globuli) 30K vaccinatienosode + 2 x daags 10-20 druppels drainage middel
Week 4 + 5: 1 x per week 3 ganuli (of 5 globuli) 200K vaccinatienosode + 2 x daags 10-20 druppels drainage middel
Week 6+ 7: 1 x per week 3 gnauli (of 5 globuli) MK vaccinatienosode + 2 x daags 10-20 druppels drainage middel
Week 8 + 9: 1 per week 3 granuli (of 5 globuli) 10MK vaccinatienosode + 2 x daags 10-20 druppels drainage middel
Week 10: nog minimaal 1 week 2 x daags 10-20 druppels drainage middel geven