Hartmedicatie bij de hond

Inhoud

  1. Kennisopfrisser: anatomie van het normale hart
  2. Veterinair-medische begrippen
  3. Werkingsmechanismen van de meest toegepaste hartmiddelen bij de hond
  4. Doseringen van de meest toegepaste hartmiddelen bij de hond
  5. Stadia van Congestive Heartfailure bij de hond
  6. Diagnostiek van de verschillende stadia van Congestive Heartfailure bij de hond
  7. Behandeling van de verschillende stadia van Congestive Heartfailure bij de hond
  8. Follow up

Kennisopfrisser: anatomie van het normale hart
Bron afbeelding: www.hulpverleningsforum.nl

index

Zuurstofarm bloed vanuit de rest van het lichaam stroomt via de bovenste en onderste holle ader – resp. vena cava cranialis en vena cava caudalis – naar de rechter boezem (rechter atrium). Vanuit de rechter boezem stroomt het bloed via de rechter kamer (rechter ventrikel) en de longslagader(s) of arteria(e) pulmonalis naar de longen om zuurstof op te nemen.

Zuurstofrijk bloed stroomt vanuit de longen via de longader(s) of vena(e) pulmonalis naar de linker boezem (linker atrium), vervolgens naar de linker kamer (linker ventrikel) en daarna via de lichaamsslagader (aorta) naar de rest van het lichaam om de weefsels o.a. van zuurstof te voorzien.

Veterinair-medische begrippen
Hartfalen
Met ‘hartfalen’ bedoelen we een falende pompfunctie van het hart, waardoor de distributie van bloed door het lichaam onvoldoende is en er zuurstofgebrek in (alle) weefsels ontstaat. Zuurstofgebrek heeft als belangrijkste gevolg een verminderd uithoudingsvermogen.

Congestief hartfalen of CHF
Congestie betekent bloedstuwing in een bepaald gebied. Met congestief hartfalen bedoelen we een functiestoornis van het hart waarbij stuwing optreedt in de grote en kleine aderen (resp. venen en veneuze capillairen) waardoor zich vocht buiten de vaten ophoopt.

Er ontstaat vochtophoping in weefsels (oedeem) en ophoping van los vocht in borst en / of buikholte. Ophoping van vocht in weefsels vindt plaats in de longen (longoedeem), maar kan (uiteindelijk) ook te zien zijn onder de huid (subcutaan oedeem) onderaan het laagste deel van de borstkas / buik en rond het onderste deel van de achterpoten (rond de hakken).

In het begin zien we klachten als verminderd uithoudingsvermogen (klachten verergeren door inspanning), fysieke zwakte en lusteloosheid. Op een röntgenfoto van de borstkas kunnen we in het begin meestal een verwijde longader (vena pulmonalis) zien.

Preload
Met preload bedoelen we de maximale rek (vulling, druk) die door het passief volstromen van het ventrikel met bloed vanuit de boezem wordt bereikt in de diastolische eindfase (net vóór de contractie of systole). Verhoging van de preload ontstaat door stuwing.

Afterload
Afterload is de minimale druk die nodig is in het ventrikel om het eind diastolisch bloedvolume in zijn geheel in de lichaamsslagader (aorta) of de longslagader (arteria pulmonalis) te pompen. Die minimale druk komt onder normale omstandigheden overeen met de (normale) bloeddruk. Bloeddruk is grofweg een maat voor een wel of niet verhoogde afterload. Behalve hypertensie kunnen obstructies zoals stenose (ingang aorta of pulmonaal arterie) of ophoping van heartworm in de longslagader oorzaken zijn van verhoogde afterload.

Werkingsprincipe van de meest toegepaste hartmiddelen
ACE-remmer

o.a. Benakor, Fortekor, Vasotop, enz.

ACE is de afkorting van angiotensine-1 converterend enzym. Renine (uit de nieren) zet angiotensinogeen (uit de lever) om in angiotensine-1. Het ACE zet vervolgens angiotensine-1 om naar angiotensine-2. Een ACE-remmer voorkomt dus dat angiotensine-1 wordt omgezet naar angiotensine-2.

Angiotensine-2 heeft een vaatvernauwende werking. Een ACE-remmer voorkomt de vorming van angiotensine-2 en voorkomt zo (indirect) vaatvernauwing, waardoor bloeddruk en afterload niet verhogen.

Angiotensine-2 induceert ook de productie van aldosteron. Aldosteron heeft een stimulerend effect op natrium- en waterretentie in de nieren; aldosteron verhoogt zo bloedvolume en  bloeddruk. Een ACE-remmer voorkomt vorming van angiotensine-2, waardoor dus ook minder aldosteron ontstaat; daardoor zullen bloedvolume en bloeddruk niet verhogen.

Werking van een ACE-remmer: voorkomen dat bloedvolume en bloeddruk toenemen.

Bèta-blokker
o.a. Atenolol (humaan)

Een bèta-blokker blokkeert adrenerge bèta-receptoren. Adrenerge receptoren (α en β) zijn gevoelig voor adrenaline(achtige stoffen), die sympathicomimetische effecten genereren, waaronder: perifere vaatvernauwing, bloeddrukverhoging en versnelde hartslagfrequentie.  

Een (adrenerge) bèta-(receptor)blokker zal door verminderde gevoeligheid voor adrenaline(achtige stoffen) juist het tegenovergestelde bewerkstelligen: i.p.v. perifere vaatvernauwing en bloeddrukverhoging juist perifere vaatverwijding en bloeddrukverlaging, in plaats van versnelde hartslagfrequentie juist vertraagde hartslagfrequentie, hetgeen ook een positief effect heeft op betere doorbloeding van het myocard door een nu langere rustfase en herstel van hartritmestoornissen.

Werking van een bèta-blokker: bloeddruk verlaging, verbetering van de doorbloeding, opheffen van ritmestoornissen en ectopische extrasystolen (extra hartslagen door prikkels vanuit een ongebruikelijk plek in de hartspier). NB: een bèta-blokker heeft negatief inotroop effect (verminderde myocard contractiliteit).

Calcium-sensitizer
Pimobendan

Als calcium-sensitizer kennen we veterinair pimodan (Vetmedin®). Pimobendan heeft effect op zowel de hartspier (myocard) als op de perifere vaten.

Pimobendan verhoogt het effect van de aanwezige calcium ionen in de hartspiervezels (zonder verhoging van intracellulair calcium). Daardoor ontstaat een positief inotroop effect (versterkte myocard contractiliteit) zonder extra O2 / energie behoefte.

Pimobendan heeft naast de inotropie op het myocard een perifere vaatverwijdende werking. Pimodan remt phosphodiesterase, waardoor er een afname plaats vindt van intracellulair calcium in de gladde musculatuur van zowel arteriën als venen. Door de perifere vasodilatatie reduceren pre- en afterload.

Werking van een Calcium-sensitizer: positief inotrope werking en perifere vaatverwijding (veneus en arterieel); zonder extra zuurstof / energie verbruik.

Nota Bene:
Pimodan is gecontraïndiceerd bij HCM (hypertrofische cardiomyopathie) en als verhoging van systolisch volume niet mogelijk is (o.a. aortastenose). I.v.m de biologische beschikbaarheid moet Pimodan niet door de voeding worden gegeven; bij voorkeur 1 uur vóór de maaltijd toedienen.

Calcium-antagonist
o.a. Amlodipine (humaan)

Een calciumnatagonist bemoeilijkt het transport van calciumionen in het celmembraan van de spiercellen. Spieren contraheren daardoor minder, waardoor ook de contractiekracht van het hart minder wordt.

Werking van calciumantagonisten: voornamelijk verlaging van de bloeddruk.

Hartglycoside
o.a. Digoxine (Lanoxine)

Hartglycosiden worden bij hartfalen ingezet vanwege hun positief inotroop effect (versterking van de contractiekracht) en negatief chronotroop effect (verlaging van de hartfrequentie). Via beïnvloeding van de natrium/kalium en de natrium/calcium balans zullen resp. depolarisatie en contractiliteit in kracht toenemen.

Werking van hartglycosiden: versterking van de contractiekracht en verlaging van de hartfrequentie.

Nota Bene!

Hartglycosiden hebben een zeer kleine marge tussen de therapeutisch effectieve dosis en de toxische dosis. Bovendien verschilt de gevoeligheid voor het middel individueel sterk. Er is bovendien kans op cumulatie (ophoping van de stof in het lichaam, waardoor kans op intoxicatie vergroot).

Het is daarom raadzaam altijd met lage doseringen te starten en op geleide van therapeutische effectiviteit en optreden van neveneffecten de juiste dosering te bepalen. Als neveneffecten zijn bekend: anorexie, braken en diarree. Al bij één van deze verschijnselen is het goed om 1 dag medicatiepauze te nemen en daarna met een lagere dosis de medicatie te vervolgen. In verband met mogelijke cumulatie is het verstandig, zeker bij hogere doses, 1 dag in de week de medicatie over te slaan.

Diureticum
o.a. Furosemide, Spironolactone (Prilactone®, Cardalis®)

Furosemide remt de terugresorptie van water en natrium in de nieren. Daardoor treedt er een verhoging van de diurese (urineproductie) op.

Spironolactone remt indirect de terugresorptie van water en natrium in de nieren door aldosteron receptoren te blokkeren (aldosteronantagonist). Aldosteron stimuleert de terugresorptie van natrium en water. Spironolactone heeft een kaliumsparend effect en is daarom meer geschikt als diureticum voor de lange termijn behandeling.

Werking van een diureticum: afname van circulerend bloedvolume, vermindering van vocht als gevolg van oedeem en los vocht in borst- en / of buikholte, verlaging van de bloeddruk, verlaging van de preload, vaatverwijding in en daarmee toename van de doorbloeding van de nieren.

Doseringen van de meest toegepaste hartmiddelen bij de hond 
Nota bene!!! De links naar de medicijnprofielen worden geactiveerd na inloggen op de website (www.vetined.nl)

Middel Categorie Dosering
Amlodipine (humaan) Calcium-antagonist Amlodipine besilaat*

2,5 mg/hond of 0,1 mg / kg, elke 24 uur, per os

Atenolol (humaan) Bèta-blokker Atenolol*

6,25-12,5 mg/hond, elke 12 uur of 0,25-1,0 mg/kg, elke 12-24 uur, per os. NB: dosis soms in speciale gevallen verhoogd tot 3 mg/kg, elke 12-14 uur, per os

Benakor ACE-remmer Zie medicijnprofiel van:

Benakor

Cardalis ACE-remmer + Diureticum Zie medicijnprofiel van:

Cardalis

Digoxine – Lanoxine Hartglycoside Zie medicijnprofiel van:

Digoxine

Fortekor ACE-remmer Zie medicijnprofiel van:

Fortekor

Furosemide Diureticum Zie medicijnprofiel van:

Furosemide

Lanoxine – Digoxine Hartglycoside Zie medicijnprofiel van:

Lanoxine

Prilactone – Spironolactone Diureticum Zie medicijnprofiel van:

Prilactone

Pimobendan – Vetmedin Calcium-sensitizer Zie medicijnprofiel van:

Pimobendan

Vasotop ACE-remmer Zie medicijnprofiel van:
Vasotop
Vetmedin – Pimobendan Calcium-sensitizer Zie medicijnprofiel van:

Pimobendan

Spironolactone – Prilactone Diureticum Zie medicijnprofiel van:

Prilactone

*Veterinaire doseringen uit Saunders Handbook of Veterinary Drugs.

Stadia Congestive Heartfailure (Bron: Amara Estrada)

  1. Risicopatiënt, (nog) zonder structurele hartafwijkingen en zonder klachten
  2. Asymptomatische patiënt met structurele hartafwijkingen en zonder klachten

B1.  Geen of minimale vormverandering van het hart

B2.  Vormverandering van het hart

  1. Manifest patiënt met structurele hartafwijkingen en met klachten
  2. Eindstadium patiënt; standaardtherapie resistent > specialist

Diagnostiek verschillende stadia Congestive Heartfailure

Stadium CVD
Klepproblemen
DCM
Dilatatieve CardioMyopathie

A

Risico Auscultatie Auscultatie
Echocardiogram
ECG
Holter 24-uur
± DNA test± NT-proBNP (1)

B1

Asymptomatisch

zonder vormverandering hart

Auscultatie
Röntgenologie
Bloeddruk
Echocardiogram
Auscultatie
Echocardiogram
ECG
Holter 24-uur
± DNA test± NT-proBNP (1)    

B2

Asymptomatisch
met
vormverandering hart
Auscultatie
Röntgenologie
Bloeddruk
Echocardiogram
Auscultatie
Echocardiogram
ECG
Holter 24-uur

C

Manifest Auscultatie
Röntgenologie
Bloeddruk
Echocardiogram
Bloed biochemisch profiel (ihb elektrolyten en nierwaarden)
Auscultatie
Röntgenologie
Echocardiogram
Bloed biochemisch profiel (ihb elektrolyten en nierwaarden)
ECG
Holter 24-uur

D

Eindstadium Auscultatie
Röntgenologie
Bloeddruk
Echocardiogram
Bloed biochemisch profiel (ihb elektrolyten en nierwaarden)
Auscultatie
Röntgenologie
Echocardiogram
Bloed biochemisch profiel (ihb elektrolyten en nierwaarden)
ECG
Holter 24-uur
  1. NT-proBNP is een marker voor CHF met slechte prognose

Behandeling verschillende stadia Congestive Heartfailure

Beoogd effect Middelen
Preload reductie Furosemide, Spironolactone

ACE-remmer

NB: evt. los vocht handmatig aftappen

Afterload reductie ACE-remmer

Pimobendan

Amlodipine (humaan)

Verbetering contractie Pimobendan

Atenolol

Digoxine

Stadium CVD
Klepproblemen
DCM
Dilatatieve CardioMyopathie

A

Risico Geen behandeling / dieet Geen behandeling / dieet

B1

Asymptomatisch

zonder vormverandering hart

Geen behandeling / dieet Geen behandeling / dieet

Atenolol of Digoxine
in het geval van arythmieën

B2

Asymptomatisch
met
vormverandering hart
ACE-remmer

Indien bloeddruk > 140 mm Hg of matig-ernstige LA vergroting.
± Pimobendan

Geen dieet

ACE-remmer
Pimobendan
Dieet: Na-arm / voldoende eiwit Atenolol of Digoxine
in het geval van arythmieën

C

Manifest Furosemide of Spironolactone
Pimobendan
ACE-remmer
Dieet: Na-arm / voldoende eiwit
Furosemide of Spironolactone
Pimobendan
ACE-remmer
Dieet: Na-arm / voldoende eiwitAtenolol of Digoxine
in het geval van arythmieën

D

Eindstadium Furosemide of Spironolactone
Pimobendan*
ACE-remmer
Dieet: Na-arm / voldoende eiwitNB: *hogere dosis Pimobendan off label, overige (noodzakelijke) behandelingen en monitoring (vooral ICE) door specialist!Link naar artikel CB
Furosemide of Spironolactone
Pimobendan
ACE-remmer
Dieet: Na-arm / voldoende eiwitAtenolol of Digoxine
in het geval van arythmieënNB: overige (noodzakelijke) behandelingen en monitoring (vooral ICE) door specialist!Link naar artikel CB

Follow up

  • Recheck elektrolyten en nierwaarden 5-7 dagen na de start van of een wijziging in de medicatie met ACE-remmer of diureticum.
  • Zonder medicatiewijzigingen recheck B1 en B2 elke 6-12 maanden.
  • Recheck C en D elke 6 maanden: cardiovasculair onderzoek inclusief bloeddrukmeting
  • Herhaald röntgenologisch / echografisch onderzoek alleen bij decompensatio cordis.
  • Om te voorkomen dat de eigenaar de noodzakelijke medicatie staakt uit kostenoverweging moeten extra onderzoeken beperkt worden tot wat strikt noodzakelijk is.

Disclaimer
Vetined / EduVet aanvaardt geen aansprakelijkheid voor het gebruik van haar artikelen, profielen e.d.. Ondanks de grote zorgvuldigheid betracht bij het samenstellen van haar artikelen, profielen e.d. aan de hand van literatuur en praktijkervaringen kan Vetined / Edupet geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van de informatie die via haar artikelen, profielen e.d. is verkregen.

Bron o.a.:
Amara Estrada, University of Florida, Clinician’s Brief, March 2014, page 91-95

LinkedIn
Twitter
WhatsApp

Dit artikel is geschreven door Atjo Westerhuis

Atjo Westerhuis is dierenarts, veterinair directeur en oprichter van het IAHC kennisplatform. Sinds zijn afstuderen aan de Universiteit Utrecht in 1973 is hij actief binnen de gezelschapsdiergeneeskunde en bouwde hij ruim vijftig jaar praktijkervaring op als dierenarts, praktijkhouder, adviseur en initiatiefnemer binnen de veterinaire sector. Binnen EduVet Dierenkliniek levert hij eerste- en anderhalvelijns patiëntenzorg, waarbij hij zich onder andere richt op dieren met chronische of complexe klachten die worden aangeboden voor een second opinion.

Seminar: Grote Zorgen bij Jonge Honden

Op zaterdag 28 november 2026 organiseert EduVet in Veenendaal een seminar over veelvoorkomende gezondheids- en gedragsproblemen bij pups en jonge honden. Met inzichten uit gedrag, voeding, diergeneeskunde en recht.

Persoonlijke zorg voor uw hond of kat

Bij EduVet Dierenkliniek Veenendaal staan aandacht, uitgebreide diagnostiek en samenwerking met u als eigenaar centraal. Ook voor complexe of langdurige klachten en een second opinion kunt u bij ons terecht.

Lees meer van Atjo Westerhuis

Perianaal fistel bij de hond

Samenvatting: Het ontstaan van perianaal fistels is een immuungemedieerde aandoening. Het is vanouds een hardnekkige klacht, meestal voortdurend pijnlijk voor de hond, reden voor wanhoop bij de eigenaar en een

Lezen

Plasbuisverstopping bij de kater

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek, Veenendaal Laatste update: november 2020 Samenvatting: Een plasbuis verstopping door een blaasgruis ‘prop’ bij de kater is een levensbedreigende situatie. Als na het wegspoelen van

Lezen

Homeopathie bij hond & kat

Wat kan homeopathie de diergeneeskunde bieden? Volgens de meeste (veterinaire) wetenschappers niets; volgens de meeste homeopathisch werkende dierenartsen veel. Wetenschappers hebben in het algemeen geen kennis van homeopathie bij dieren

Lezen

Disclaimer

Ondanks de zorgvuldigheid, waarmee wij de content van onze bibliotheek samenstellen, kan EduVet IAHC Platform  geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van de informatie die via de content van onze bibliotheek is verkregen.

Niet zelf ‘dokteren’

EduVet IAHC Platform benadrukt daarbij, dat de informatie die via onze content is verkregen nooit een vervanging is van de professionals!
De content van onze bibliotheek laat diereigenaren en dierverzorgers met de professionals ‘meekijken’, zodat zij met kennis van zaken
kunnen meedenken en meebeslissen over welzijn en gezondheid van hun (huis)dieren. Diereigenaren en dierverzorgers worden daarom
dringend geadviseerd nooit op eigen initiatief te (be)handelen, zonder advies, instemming en begeleiding van een professional. Dat
geldt natuurlijk in het bijzonder als het gaat om de uiteindelijke keuze van de juiste behandeling.

Wetenschap en praktijk

De content van onze bibliotheek wordt niet alleen vervaardigd aan de hand van evidence based wetenschappelijke literatuur, maar vooral ook aan de hand van onze eigen empirical based inzichten.

Updating

Deze informatie kan, in het kader van updating, zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Wij vragen u om eventuele, door u gesignaleerde (vermoedelijke) onvolkomenheden in onze artikelen aan ons te melden via info@iahc.online zodat we deze, indien nodig, kunnen meenemen in de updating. Alvast hartelijk dank daarvoor.

Wetenschap en Praktijkervaring

Educatie vanuit het EduVet IAHC Platform richt zich vooral op het delen van kritisch geëvalueerde ervaringen in de praktijk met wetenschappelijke diergeneeskunde en andere vormen van diergeneeskunde. Kritisch evaluatie vooral ook ten aanzien van effectiviteit en veiligheid. In theorie is er geen verschil tussen theorie en praktijk, in de praktijk blijkt dat een verschil wel mogelijk is.

Wij streven er altijd naar om het beste beschikbare onderzoeksbewijs in onze diergeneeskundige zorg te integreren, gecombineerd met klinische expertise en de unieke behoeften of wensen van elke cliënt. Wij hebben een open mind voor de reële kansen met andere vormen van diergeneeskunde. Die kunnen in een aantal gevallen blijkbaar een waardevolle aanvulling zijn op de reguliere diergeneeskunde, met name als de reguliere diergeneeskunde geen oplossing, geen of onvoldoende effect en/of onacceptabele bijwerkingen heeft.

Omdat de zorgvraag in de diergeneeskunde veel groter is dan wij kunnen invullen met alleen wetenschappelijke of evidence based diergeneeskunde, voelen wij als professionals ons verplicht aan onze patiënten en hun eigenaren dat wij onze praktijkervaringen oftewel empirical based diergeneeskunde serieus nemen, zodat wij daarmee kennelijk extra kansen kunnen creëren voor onze patiënten.

Door het verzamelen van vergelijkbare casuïstieken van onszelf en van andere professionals in de diergezondheidszorg, met bij herhaling dezelfde resultaten, onafhankelijk van elkaar, kan een inductief of empirical based bewijs geleverd worden, dat niet alleen nu al als effectieve behandeling blijkt te kunnen worden ingezet in de praktijk, maar ook als hypothese zal kunnen dienen voor verder wetenschappelijk of evidence based onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek is alleen financieel te realiseren als er een commercieel of maatschappelijk belang mee gediend is. Dus wordt er heel veel nuttig onderzoek niet gedaan. Voldoende reden om praktijkervaringen niet af te doen als ‘anekdotisch’, maar serieus te nemen.