Herpes bij de hond

Diagnose Canine Herpes Virus (CHV)
Oorzaak Virusinfectie. Besmetting: direct contact met speeksel, neusuitvloeiing en/of vaginaal (ihb pups tijdens geboorte) of preputiaal secreet. Fataal bij pups < 3 weken zonder immuniteit mede door onderkoeling, gebrekkige afweer en onvoldoende biest opname.
Diersoort Hond
Categorie Infectieziektes. Virale infectieziektes.
Anamnese PUPS < 3 weken: ziekteverloop afh. van immuunstatus; zonder immuniteit 100% sterfte mogelijk binnen 3 weken na de geboorte (besmetting tijdens de geboorte, incubatietijd 6-10 dagen). PUPS > 3weken: mogelijk geringe neusuitvloeiing, niezen en / of geringe vaginitis. VOLWASSEN honden: mogelijk geringe neus- / ooguitvloeiing en irritatie met geringe uitvloeiing van vagina of preputium. Teef: onvruchtbaarheid, vroegresorptie, mummificatie (intra uteriene pupsterfte), abortus, vroeggeboorte, doodgeboorte of levende zwakke pups.
Klinisch beeld PUPS < 3 weken: te rustig, te slap, te weinig drinken (verlies van zuigreflex), geen koorts (!), neusuitvloeiing, zachte gele tot groene ontlasting, gespannen (pijnlijke) buik, bloedinkjes op de buik en / of slijmvliezen, sneller ademen, gillen. Oogontstekingen komen voor. PUPS > 3 weken en VOLWASSEN honden: zie Anamnese.
DBV N.v.t.
Laboratorium Bloed: serologie (antilichamen) toont aan, dat er contact (geweest) is met of dat de hond gevaccineerd is tegen CHV. Daarmee is de hond nog geen drager / spreider van CHV en dus ook nog niet besmettelijk. In de verschillende hondenpopulaties is het percentage seropositieve honden 40-90%. Pas als er een toename van antilichamen blijkt bij afname van twee monsters met tussentijd van 4 weken is er sprake van een actuele besmetting. Spreiders (op het moment van onderzoek!) zijn te diagnosticeren via een PCR test van vaginaal slijm(vlies) of sperma. Sectie: Bevestiging van de diagnose bij pups < 3 weken is het meest betrouwbaar door sectie: kenmerkende bloedingen (haemorrhagie) door vasculitis (ontsteking van bloedvaatjes) met als gevolg lekkage van bloed.
Prognose PUPS < 3 weken: mortaliteit (sterftepercentage) tot 100%; sterfte binnen 1-2 dagen. PUPS van 3-5 weken: geen of veel minder kans op sterfte. VOLWASSEN honden: zie Klinisch beeld.
Behandeling Doodzieke pups (< 3 weken) symptomatisch behandelen met infuus en antibiotica; helaas vaak weinig succesvol. Soms effect toediening van CHV antilichamen. PREVENTIE | PUP < 3 weken: let op biestopname eerste 24 uur na de geboorte! Lichaamstemperatuur pup (38-39° Celsius) en omgevingstemperatuur (28-30° Celsius) op peil houden! CHV overleeft slecht buiten de patiënt en is goed gevoelig voor de gebruikelijke desinfectiemiddelen (hygiëne!). VOLWASSEN honden: Geadviseerd wordt om teven die seronegatief zijn vanaf 3 weken vóór tot 3 weken ná de geboorte te isoleren van andere honden. Of, nog beter, te vaccineren. Vaccinatie: Eurican Herpes 205 (Merial), 1ste injectie tijdens het begin van de loopsheid of 7-10 dgn na de dekking; 2de injectie: 1-2 weken vóór de te verwachten werpdatum.
Medicamenteus Herpes
Chirurgie N.v.t.
Complementair Geen complementaire behandeling mogelijk bij doodzieke pups < 3 weken. Bij volwassen honden kan een constitutionele ondersteuning onder begeleidng van een dierenarts overwogen worden.
Follow up Zie Opmerkingen
Links http://en.wikipedia.org/wiki/Canine_herpesvirus
http://www.vetined.nl/medicine/469/show
http://www.dierenkliniek-sleeuwijk.nl/honden/fertiliteit/herpesvirus-chv
http://www.dierenziekenhuis.nl/Bibliotheek/tabid/69/ItemID/253/Default.aspx?Word=Herpesvirus+infectie+bij+de+hond
Medicijnprofielen Herpes
Opmerkingen FOKKERIJ: Seronegatieve teven moeten bij een reële kans (!) op CHV besmetting gevaccineerd worden; zonder vaccinatie beschermen tegen infectie: (in het bijzonder) 3 weken vóór en 3 weken ná de partus isoleren. Een niet gevaccineerde seropositieve (volwassen) hond kan symptoomloos drager en spreider zijn en dus een gevaar vormen voor zijn omgeving. Maar dat hoeft niet! Teven met een CHV historie (pupsterfte in een vorig nest) kunnen bijvoorbeeld bij een volgend nest voldoende antistoffen hebben om aan de pup door te geven via de melk. Een actuele besmetting kan worden aangetoond middels gepaarde monsters (zie Laboratorium) en spreiders kunnen worden aangetoond via een PCR test in vaginaalslijm(vlies) of sperma (als ze tenminste op het moment van onderzoek daadwerkelijk het virus verspreiden!). Het is duidelijk dat dragers / spreiders niet gebruikt moeten worden voor de fokkerij.

 

 

 

Disclaimer

EduVet aanvaardt geen aansprakelijkheid voor het gebruik van de ziekteprofielen. Ondanks de grote zorgvuldigheid betracht bij het samenstellen van deze ziekteprofielen aan de hand van literatuur en gecontroleerd door specialisten kan EduVet geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van informatie die via deze ziekteprofielen is verkregen.

Toelichting

Een ziekteprofiel is een geheugensteun voor dierenartsen en paraveterinairen. Het bevat in beknopte vorm de voor de praktijk meest noodzakelijke informatie. Het ziekteprofiel is nooit een vervanging van de dierenarts. Diagnose, behandeling en follow up dienen uitsluitend door of onder begeleiding van een dierenarts plaats te vinden. In alle gevallen waarin verschillen / tegenstrijdigheden bestaan tussen de informatie / adviezen van de dierenarts en de informatie / adviezen in het ziekteprofiel is overleg met de dierenarts noodzakelijk.

LinkedIn
Twitter
WhatsApp

Dit artikel is geschreven door Atjo Westerhuis

Atjo Westerhuis is dierenarts, veterinair directeur en oprichter van het IAHC kennisplatform. Sinds zijn afstuderen aan de Universiteit Utrecht in 1973 is hij actief binnen de gezelschapsdiergeneeskunde en bouwde hij ruim vijftig jaar praktijkervaring op als dierenarts, praktijkhouder, adviseur en initiatiefnemer binnen de veterinaire sector. Binnen EduVet Dierenkliniek levert hij eerste- en anderhalvelijns patiëntenzorg, waarbij hij zich onder andere richt op dieren met chronische of complexe klachten die worden aangeboden voor een second opinion.

Seminar: Grote Zorgen bij Jonge Honden

Op zaterdag 28 november 2026 organiseert EduVet in Veenendaal een seminar over veelvoorkomende gezondheids- en gedragsproblemen bij pups en jonge honden. Met inzichten uit gedrag, voeding, diergeneeskunde en recht.

Persoonlijke zorg voor uw hond of kat

Bij EduVet Dierenkliniek Veenendaal staan aandacht, uitgebreide diagnostiek en samenwerking met u als eigenaar centraal. Ook voor complexe of langdurige klachten en een second opinion kunt u bij ons terecht.

Lees meer van Atjo Westerhuis

Perianaal fistel bij de hond

Samenvatting: Het ontstaan van perianaal fistels is een immuungemedieerde aandoening. Het is vanouds een hardnekkige klacht, meestal voortdurend pijnlijk voor de hond, reden voor wanhoop bij de eigenaar en een

Lezen

Plasbuisverstopping bij de kater

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek, Veenendaal Laatste update: november 2020 Samenvatting: Een plasbuis verstopping door een blaasgruis ‘prop’ bij de kater is een levensbedreigende situatie. Als na het wegspoelen van

Lezen

Homeopathie bij hond & kat

Wat kan homeopathie de diergeneeskunde bieden? Volgens de meeste (veterinaire) wetenschappers niets; volgens de meeste homeopathisch werkende dierenartsen veel. Wetenschappers hebben in het algemeen geen kennis van homeopathie bij dieren

Lezen

Disclaimer

Ondanks de zorgvuldigheid, waarmee wij de content van onze bibliotheek samenstellen, kan EduVet IAHC Platform  geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van de informatie die via de content van onze bibliotheek is verkregen.

Niet zelf ‘dokteren’

EduVet IAHC Platform benadrukt daarbij, dat de informatie die via onze content is verkregen nooit een vervanging is van de professionals!
De content van onze bibliotheek laat diereigenaren en dierverzorgers met de professionals ‘meekijken’, zodat zij met kennis van zaken
kunnen meedenken en meebeslissen over welzijn en gezondheid van hun (huis)dieren. Diereigenaren en dierverzorgers worden daarom
dringend geadviseerd nooit op eigen initiatief te (be)handelen, zonder advies, instemming en begeleiding van een professional. Dat
geldt natuurlijk in het bijzonder als het gaat om de uiteindelijke keuze van de juiste behandeling.

Wetenschap en praktijk

De content van onze bibliotheek wordt niet alleen vervaardigd aan de hand van evidence based wetenschappelijke literatuur, maar vooral ook aan de hand van onze eigen empirical based inzichten.

Updating

Deze informatie kan, in het kader van updating, zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Wij vragen u om eventuele, door u gesignaleerde (vermoedelijke) onvolkomenheden in onze artikelen aan ons te melden via info@iahc.online zodat we deze, indien nodig, kunnen meenemen in de updating. Alvast hartelijk dank daarvoor.

Wetenschap en Praktijkervaring

Educatie vanuit het EduVet IAHC Platform richt zich vooral op het delen van kritisch geëvalueerde ervaringen in de praktijk met wetenschappelijke diergeneeskunde en andere vormen van diergeneeskunde. Kritisch evaluatie vooral ook ten aanzien van effectiviteit en veiligheid. In theorie is er geen verschil tussen theorie en praktijk, in de praktijk blijkt dat een verschil wel mogelijk is.

Wij streven er altijd naar om het beste beschikbare onderzoeksbewijs in onze diergeneeskundige zorg te integreren, gecombineerd met klinische expertise en de unieke behoeften of wensen van elke cliënt. Wij hebben een open mind voor de reële kansen met andere vormen van diergeneeskunde. Die kunnen in een aantal gevallen blijkbaar een waardevolle aanvulling zijn op de reguliere diergeneeskunde, met name als de reguliere diergeneeskunde geen oplossing, geen of onvoldoende effect en/of onacceptabele bijwerkingen heeft.

Omdat de zorgvraag in de diergeneeskunde veel groter is dan wij kunnen invullen met alleen wetenschappelijke of evidence based diergeneeskunde, voelen wij als professionals ons verplicht aan onze patiënten en hun eigenaren dat wij onze praktijkervaringen oftewel empirical based diergeneeskunde serieus nemen, zodat wij daarmee kennelijk extra kansen kunnen creëren voor onze patiënten.

Door het verzamelen van vergelijkbare casuïstieken van onszelf en van andere professionals in de diergezondheidszorg, met bij herhaling dezelfde resultaten, onafhankelijk van elkaar, kan een inductief of empirical based bewijs geleverd worden, dat niet alleen nu al als effectieve behandeling blijkt te kunnen worden ingezet in de praktijk, maar ook als hypothese zal kunnen dienen voor verder wetenschappelijk of evidence based onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek is alleen financieel te realiseren als er een commercieel of maatschappelijk belang mee gediend is. Dus wordt er heel veel nuttig onderzoek niet gedaan. Voldoende reden om praktijkervaringen niet af te doen als ‘anekdotisch’, maar serieus te nemen.