Samenvatting

We hebben het over ongewoon urineverlies, als een hond onzindelijk is, in huis plast omdat hij of zij de plas niet kan ophouden, de urine onbewust laat lopen, vaker en/of langer plast dan we gewend zijn. Er zijn verschillende oorzaken van ongewoon urineverlies. In dit artikel wordt een aantal oorzaken van ongewoon urineverlies besproken, in het bijzonder de onderlinge verschillen in klinisch beeld en behandeling.

Zoeken

Nieuws

Nieuwe ontwikkelingen relevant voor de deelnemers aan het IAHC platform.

Artikelen

Small Animal Gastroenterology

2nd revised and expanded edition Romy M. Heilmann, Jonathan A. Lidbury , Jörg Steiner (eds.) https://www.bol.com/nl/nl/p/small-animal-gastroenterology/9300000176615495/?cid=1755704366588-6096750069432&bltgh=nOiVoZ09y3dNUStENgZIMA.4_27.28.ProductImage  

Lees verder »

Bron o.a.

Persoonlijke ervaringen.

Trefwoorden

Blaasontsteking (cystitis). Blaasverlamming. Sphincter incontinentie. Markeren. Ectopische ureter(en).

Differentiaaldiagnose

Om de verschillende klinische beelden van ongewoon urineverlies uit elkaar te kunnen houden (in vakjargon: differentiaaldiagnose) gebruik ik in de praktijk de volgende indeling: De directe oorzaak van de urinelozing is mentaal of fysiek, de urinelozing (mictie) is actief of passief. Ik deel de informatie in onder vier ‘kopjes’: mentaal-actief, mentaal-passief, fysiek-actief en fysiek- passief.

Mentaal-Actief

Klinisch beeld

Voorbeeld van mentaal-actief urineverlies is het markeergedrag van een reu. Een reu markeert in de normale plashouding (achterpoot omhoog) ergens tegenaan of overheen, actief (bewust, willekeurig), maar dan frequenter dan normaal. Markeren vindt vaak buiten, maar helaas ook wel binnenshuis plaats. Soms zien we dit markeergedrag ook bij dominante teven, meestal in zithouding; bij uitzondering markeert de teef als een reu, met de achterpoot omhoog.

Urineonderzoek

Bij urineonderzoek vinden we geen afwijkingen.

Behandeling

Het is in de meeste gevallen testosteron gestuurd instinctmatig gedrag. Verbaal verbieden is zelden voldoende effectief. Als er duidelijk sprake is van ‘reugedrag’ zal in de reguliere praktijk vaak deslorelin (‘castratiechip’) of chirurgische castratie geadviseerd worden.

De ‘castratiechip’ is officieel geregistreerd voor het tijdelijk onvruchtbaar maken van een reu en dus niet voor ‘chemische castratie’ met als indicatie gedragsprobleem. Voor beide, ‘castratie-chip’ en chirurgische castratie, geldt dat er per individueel geval heel goed moet worden nagedacht over de voors en tegens van de behandeling; beide kunnen ook onacceptabele neveneffecten hebben.

In de homeopathie maken we, in het geval van duidelijk reugedrag o.a. gebruik van Origanum majoranum D30 en/of Agnus castus D6. Het zal zeker niet bij iedere reu vermindering van het markeergedrag kunnen bewerkstelligen. Instinctmatig gedrag is in het algemeen voor homeopathie niet of lastig te beïnvloeden. Maar het is zeker de moeite van het proberen waard.

Overmatig markeren, vooral in een vreemde omgeving, komt voor bij onzekere reuen. Dan kan het middel Stramonium D30 in veel gevallen een effectief middel zijn. De rode draad door het geneesmiddelbeeld van Stramonium is: ‘het niet kunnen inschatten van wat wel en wat niet vertrouwd is’.

Mentaal-Passief

Klinisch beeld

Voorbeeld van mentaal-passief urineverlies is de incontinentie als direct gevolg van angst, blijdschap en/of onderdanig gedrag. Dat komt vooral bij teven, maar zeker ook bij reuen voor, vooral op jonge leeftijd. Tijdens het emotionele moment verliest de (jonge) hond passief (onbewust, onwillekeurig) zijn of haar urine.

Urineonderzoek

Bij urineonderzoek vinden we in principe geen afwijkingen. In een enkel geval zien we bij een pup een toename van de hoeveelheid urine (grote plassen), meer drinken en waterige (niet gele) urine met een laag soortelijk gewicht (= mate van concentratie, afgekort Sg). Relatief meer urine in de blaas zal de kans op sneller verlies van urine door emotie vergroten. In alle gevallen van afwijkend urineonderzoek moet de dierenarts geconsulteerd worden.

Behandeling

Verbaal verbieden heeft vaak weinig zin. Proberen om de momenten te voorkomen waarop deze vorm van ongewoon urineverlies optreedt lijkt een mogelijkheid, maar blijkt vaak in de praktijk niet effectief. In de homeopathie maken we in de meeste gevallen gebruik van het middel Pulsatilla pratensis D30 (onderdanig gedrag, blijdschap) of Hyoscyamus niger D30 (onderdanig gedrag, angst) vaak met succes.

Fysiek-Actief

Klinisch beeld

Voorbeeld van fysiek-actief urineverlies is een blaasontsteking (cystitis). Bij deze vorm van ongewoon urineverlies is vooral opvallend de hoge frequentie van actief urineren ten opzichte van het normale mictiegedrag. Als de hond niet snel genoeg de kans krijgt om naar buiten te komen, plast hij of zij in huis. Vaak is er bloed in de urine te zien. Vaak zien we ook dat de hond na de daadwerkelijke urinelozing (vaak klein beetjes plassen) nog even de drang voelt en in de plashouding blijft staan of zitten, zonder dat er nog urine geloosd wordt (vergeefse drang).

Urineonderzoek

Bij urineonderzoek vinden we meestal duidelijke aanwijzingen voor een blaasontsteking: o.a. rode bloedcellen, toename van de witte bloedcellen en verhoging van eiwitgehalte en zuurtegraad (pH ≥ 7). In alle gevallen van afwijkend urineonderzoek moet de dierenarts geconsulteerd worden.

Behandeling

In steriel afgenomen urine wordt een bacteriologisch onderzoek (BO) gedaan. Op de gekweekte bacteriën testen we via een antibiogram (ABG) voor welk antibioticum de betreffende bacteriën gevoelig zijn. Zo vinden we het juiste antibioticum, dat in staat is om deze bacteriën te elimineren.
Bij een chronische recidiverende blaasontsteking moeten we sowieso allereerst denken aan een resistente bacterie; BO en ABG zijn dan altijd nodig, als dat nog niet gedaan is. Blaasstenen kunnen door hun aanwezigheid oorzaak zijn van een chronische blaasontsteking. Het is ook mogelijk, dat er sprake is van een blaasfunctiestoornis.

Zowel bij een verminderde functie van de spieren van de blaaswand (milde verlamming) als bij een prikkelbare blaaswand (milde krampen) kan er sprake zijn van onvoldoende lediging van de blaas. Daardoor blijft (bedorven) resturine achter, die oorzaak kan zijn van een chronische blaasontsteking (cystitis). Bij een milde verlamming is het heel opvallend dat er wel sprake is van een blaasontsteking, maar geen verhoogde frequentie van de mictie, wat normaliter bij een blaasontsteking juist wel het geval is. Als er bij een prikkelbare blaaswand sprake is van een cystitis, zien we wel een verhoogde frequentie van de mictie, zoals we dat normaliter zien bij een blaasontsteking.

Fysiek-Passief

Klinisch beeld

Voorbeelden van fysiek-passief urineverlies zijn blaasverlamming, sphincterincontinentie en ectopische ureter(en).

Blaasverlamming

Bij honden zien we o.a. een blaasverlamming als gevolg van een discus hernia met neurologische uitval in de achterhand. De blaaswandfunctie is dan uitgevallen, waardoor de urine zich ophoopt in de blaas totdat de blaas overvol is en letterlijk overloopt. We noemen deze vorm van ongewoon urineverlies dan ook een ‘overloopblaas’. Door (bedorven) resturine is er sprake van een chronische blaasontsteking (cystitis), en ook in dit geval zonder toename van de mictiedrang.

Sphincterincontinentie

Bij sphincterincontinentie is er sprake van passief (onbewust, onwillekeurig) urineverlies als gevolg van een minder goed functionerende sluitspier van de blaas (blaassphincter). Kenmerkend voor deze vorm van ongewoon urineverlies is dat het uitsluitend optreedt tijdens de slaap en/of tijdens een rusttoestand anderszins. Er is dus geen sprake van passief urineverlies tijdens actie. In deze gevallen klaagt de eigenaar dat de hond in zijn of haar bed plast. Als er sprake is van passief (onbewust, onwillekeurig) urineverlies, zowel in rust als in actie, dan is er veelal sprake van een neurologische uitval in de achterhand.

De oorzaak van deze vorm van ongewoon urineverlies is daling van de geslachtshormonen na castratie. We zien deze vorm van ongewoon urineverlies vooral bij teven, veel minder bij reuen. Spincterincontinentie kan pas heel lang na de castratie manifest worden door milde neurologische uitval in de achterhand op oudere leeftijd (o.a. door spondylose) of overvulling van de blaas door verhoogde wateruitscheiding (o.a. door nierfalen).

Ectopische ureter(en).

Een ectopische ureter (plasbuis van nier naar blaas) komt uit in de urethra (plasbuis van blaas naar buiten) achter de sluitspier van de blaashals (blaassphincter). Normaliter komt de ureter uit in de blaas. Deze patiënten verliezen onder alle omstandigheden continu urine. De ectopische ureter is een aangeboren afwijking; deze vorm van ongewoon urineverlies is al op de pup leeftijd aanwezig.

Urineonderzoek

Bij de blaasverlamming vinden we bij het urineonderzoek duidelijk aanwijzingen voor een blaasontsteking: o.a. rode bloedcellen, toename van de witte bloedcellen en verhoging van eiwitgehalte en zuurtegraad (pH ≥ 7). Bij het urineonderzoek van de honden met sphincterincontinentie of ectopische ureter(en) vinden we in principe geen afwijkingen. In alle gevallen van afwijkend urineonderzoek moet de dierenarts geconsulteerd worden.

Behandeling

Bij de behandeling van blaasverlamming als gevolg van een discus hernia richten we ons op de discus hernia, de neurologische uitval, de functiestoornis van de blaaswand en de secundaire blaasontsteking. In enkele gevallen zal chirurgisch ingrijpen noodzakelijk zijn. In veel gevallen kunnen we volstaan met reguliere medicatie, waaronder corticosteroïden en antibiotica. In steriel afgenomen urine wordt een bacteriologisch onderzoek (BO) gedaan. Op de gekweekte bacteriën testen we via een antibiogram (ABG) voor welk antibioticum de betreffende bacteriën gevoelig zijn. Zo vinden we het juiste antibioticum, dat in staat is om deze bacteriën te elimineren. In de homeopathie hebben we nog middelen ter ondersteuning: Arnica montana D6, Hypericum perforatum D6, Nux vomica D6 (discus hernia en neurologische uitval) en Petroselinum crispum Ø (ondersteuning van de contractie van de blaaswand spieren).

Bij sphincterincontinentie schrijven wij het reguliere middel Fenylpropanolamine HCl voor. In de fytotherapie hebben we het middel Damiana Ø voor deze indicatie. Het middel Fenylpropanolamine HCl is ook voor de langere termijn een veilig middel en bij de juiste indicatiestelling vrijwel altijd effectief. In de meeste gevallen is voor ons Fenylpropanolamine HCl dan ook eerste keus.

Zoals eerder vermeld kan spincterincontinentie pas heel lang na de castratie manifest worden op oudere leeftijd. Dat kan getriggerd worden door milde neurologische uitval in de achterhand (o.a. door spondylose) of overvulling van de blaas door verhoogde wateruitscheiding (o.a. door nierfalen). In die gevallen behandelen wij met de homeopathische middelen Harpagophytum procumbens D6, Plumbum metallicum D12 en Strychninum nitricum D12 (spondylose); het kan zijn dat Fenylpropanolamine HCl dan niet meer nodig is. De oorzaak van de verhoogde diurese (water uitscheiding) zal eerst moeten worden vastgesteld door reguliere diagnostiek. Vervolgens kan bepaald worden welke reguliere en/of homeopathische behandeling moet worden ingezet.

Disclaimer

Ondanks de zorgvuldigheid, waarmee wij de content van onze bibliotheek samenstellen, kan EduVet IAHC Platform  geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van de informatie die via de content van onze bibliotheek is verkregen.

Niet zelf ‘dokteren’

EduVet IAHC Platform benadrukt daarbij, dat de informatie die via onze content is verkregen nooit een vervanging is van de professionals!
De content van onze bibliotheek laat diereigenaren en dierverzorgers met de professionals ‘meekijken’, zodat zij met kennis van zaken
kunnen meedenken en meebeslissen over welzijn en gezondheid van hun (huis)dieren. Diereigenaren en dierverzorgers worden daarom
dringend geadviseerd nooit op eigen initiatief te (be)handelen, zonder advies, instemming en begeleiding van een professional. Dat
geldt natuurlijk in het bijzonder als het gaat om de uiteindelijke keuze van de juiste behandeling.

Wetenschap en praktijk

De content van onze bibliotheek wordt niet alleen vervaardigd aan de hand van evidence based wetenschappelijke literatuur, maar vooral ook aan de hand van onze eigen empirical based inzichten.

Updating

Deze informatie kan, in het kader van updating, zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Wij vragen u om eventuele, door u gesignaleerde (vermoedelijke) onvolkomenheden in onze artikelen aan ons te melden via info@iahc.online zodat we deze, indien nodig, kunnen meenemen in de updating. Alvast hartelijk dank daarvoor.

Wetenschap en Praktijkervaring

Educatie vanuit het EduVet IAHC Platform richt zich vooral op het delen van kritisch geëvalueerde ervaringen in de praktijk met wetenschappelijke diergeneeskunde en andere vormen van diergeneeskunde. Kritisch evaluatie vooral ook ten aanzien van effectiviteit en veiligheid. In theorie is er geen verschil tussen theorie en praktijk, in de praktijk blijkt dat een verschil wel mogelijk is.

Wij streven er altijd naar om het beste beschikbare onderzoeksbewijs in onze diergeneeskundige zorg te integreren, gecombineerd met klinische expertise en de unieke behoeften of wensen van elke cliënt. Wij hebben een open mind voor de reële kansen met andere vormen van diergeneeskunde. Die kunnen in een aantal gevallen blijkbaar een waardevolle aanvulling zijn op de reguliere diergeneeskunde, met name als de reguliere diergeneeskunde geen oplossing, geen of onvoldoende effect en/of onacceptabele bijwerkingen heeft.

Omdat de zorgvraag in de diergeneeskunde veel groter is dan wij kunnen invullen met alleen wetenschappelijke of evidence based diergeneeskunde, voelen wij als professionals ons verplicht aan onze patiënten en hun eigenaren dat wij onze praktijkervaringen oftewel empirical based diergeneeskunde serieus nemen, zodat wij daarmee kennelijk extra kansen kunnen creëren voor onze patiënten.

Door het verzamelen van vergelijkbare casuïstieken van onszelf en van andere professionals in de diergezondheidszorg, met bij herhaling dezelfde resultaten, onafhankelijk van elkaar, kan een inductief of empirical based bewijs geleverd worden, dat niet alleen nu al als effectieve behandeling blijkt te kunnen worden ingezet in de praktijk, maar ook als hypothese zal kunnen dienen voor verder wetenschappelijk of evidence based onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek is alleen financieel te realiseren als er een commercieel of maatschappelijk belang mee gediend is. Dus wordt er heel veel nuttig onderzoek niet gedaan. Voldoende reden om praktijkervaringen niet af te doen als ‘anekdotisch’, maar serieus te nemen.