Ongewoon urineverlies bij de hond

Samenvatting

We spreken van ongewoon urineverlies wanneer een hond onzindelijk is, in huis plast omdat hij of zij de urine niet kan ophouden, de urine onbewust laat lopen of vaker en/of langer plast dan gebruikelijk.

Er zijn verschillende mogelijke oorzaken van ongewoon urineverlies. In dit artikel worden meerdere oorzaken besproken, met bijzondere aandacht voor de verschillen in klinisch beeld en behandeling.

Bron

Persoonlijke ervaringen.

Trefwoorden

Blaasontsteking (cystitis), blaasverlamming, sphincterincontinentie, markeren en ectopische ureter(en).

Differentiaaldiagnose

Om de verschillende vormen van ongewoon urineverlies van elkaar te onderscheiden, wordt in de praktijk gekeken naar twee vragen:

  • Is de directe oorzaak van de urinelozing mentaal of fysiek?
  • Is de urinelozing actief of passief?

Op basis daarvan kan een indeling worden gemaakt in vier groepen:

  • mentaal-actief;
  • mentaal-passief;
  • fysiek-actief;
  • fysiek-passief.

Mentaal-actief

Klinisch beeld

Een voorbeeld van mentaal-actief urineverlies is markeergedrag bij de reu.

De reu markeert in de normale plashouding, meestal met de achterpoot omhoog, ergens tegenaan of overheen. De urinelozing is actief, bewust en willekeurig, maar vindt frequenter plaats dan normaal.

Markeren gebeurt vaak buitenshuis, maar kan ook in huis voorkomen.

Soms zien we dit gedrag ook bij dominante teven, meestal in zithouding. Bij uitzondering markeert een teef zoals een reu, met de achterpoot omhoog.

Urineonderzoek

Bij urineonderzoek worden in principe geen afwijkingen gevonden.

Behandeling

In veel gevallen betreft het testosterongestuurd, instinctmatig gedrag. Alleen verbaal corrigeren is meestal onvoldoende effectief.

Wanneer duidelijk sprake is van typisch reugedrag, wordt in de reguliere praktijk vaak deslorelin, ook wel een ‘castratiechip’, of chirurgische castratie geadviseerd.

De castratiechip is officieel geregistreerd voor het tijdelijk onvruchtbaar maken van de reu en niet specifiek voor chemische castratie bij gedragsproblemen.

Zowel bij een castratiechip als bij chirurgische castratie moet per individuele hond goed worden afgewogen wat de voor- en nadelen zijn. Beide behandelingen kunnen ook ongewenste neveneffecten hebben.

Binnen de homeopathie wordt bij duidelijk reugedrag onder andere gebruikgemaakt van Origanum majoranum D30 en/of Agnus castus D6.

Deze middelen zullen niet bij iedere reu leiden tot vermindering van het markeergedrag. Instinctmatig gedrag is volgens de oorspronkelijke tekst in het algemeen niet of moeilijk via homeopathie te beïnvloeden.

Bij overmatig markeren, met name in een vreemde omgeving, kan onzekerheid een rol spelen. Binnen de homeopathische benadering wordt dan onder andere Stramonium D30 toegepast.

De rode draad binnen het geneesmiddelbeeld van Stramonium is het niet goed kunnen inschatten van wat wel en niet vertrouwd is.

Mentaal-passief

Klinisch beeld

Een voorbeeld van mentaal-passief urineverlies is incontinentie als direct gevolg van angst, blijdschap en/of onderdanig gedrag.

Dit komt vooral voor bij jonge honden en wordt vaker gezien bij teven, maar ook reuen kunnen dit vertonen.

Tijdens het emotionele moment verliest de hond passief, dus onbewust en onwillekeurig, urine.

Urineonderzoek

Bij urineonderzoek worden in principe geen afwijkingen gevonden.

In een enkel geval kan bij een pup sprake zijn van een grotere urineproductie, meer drinken en waterige, weinig gele urine met een laag soortelijk gewicht.

Wanneer relatief veel urine in de blaas aanwezig is, neemt de kans toe dat urine tijdens een emotioneel moment verloren gaat.

Bij afwijkend urineonderzoek moet altijd een dierenarts worden geraadpleegd.

Behandeling

Verbaal corrigeren heeft bij deze vorm van urineverlies meestal weinig effect.

Ook het zoveel mogelijk voorkomen van situaties waarin het urineverlies optreedt, blijkt in de praktijk niet altijd voldoende effectief.

Binnen de homeopathie wordt in de oorspronkelijke tekst bij onderdanig gedrag en blijdschap vaak Pulsatilla pratensis D30 toegepast en bij onderdanig gedrag in combinatie met angst Hyoscyamus niger D30.

Fysiek-actief

Klinisch beeld

Een voorbeeld van fysiek-actief urineverlies is een blaasontsteking, oftewel cystitis.

Kenmerkend is vooral de duidelijk verhoogde frequentie van actief urineren ten opzichte van het normale mictiegedrag.

Wanneer de hond niet snel genoeg naar buiten kan, kan hij of zij in huis plassen.

Vaak is er bloed in de urine zichtbaar. Ook komt het regelmatig voor dat de hond na het daadwerkelijk urineren nog enige tijd in plashouding blijft staan of zitten, zonder dat er nog urine komt. Dit wordt vergeefse aandrang genoemd.

Urineonderzoek

Bij urineonderzoek worden meestal duidelijke aanwijzingen voor een blaasontsteking gevonden, zoals:

  • rode bloedcellen;
  • een verhoogd aantal witte bloedcellen;
  • een verhoogd eiwitgehalte;
  • een verhoogde zuurtegraad, met een pH van 7 of hoger.

Bij afwijkend urineonderzoek moet altijd een dierenarts worden geraadpleegd.

Behandeling

Bij verdenking van een bacteriële blaasontsteking wordt steriel afgenomen urine gebruikt voor bacteriologisch onderzoek (BO).

Vervolgens wordt via een antibiogram (ABG) onderzocht voor welk antibioticum de gekweekte bacteriën gevoelig zijn. Op die manier kan gericht een antibioticum worden gekozen dat de betreffende bacteriën kan elimineren.

Bij een chronisch terugkerende blaasontsteking moet onder andere worden gedacht aan een resistente bacterie. Bacteriologisch onderzoek en een antibiogram zijn dan noodzakelijk wanneer dit nog niet eerder is gedaan.

Ook blaasstenen kunnen een chronische blaasontsteking veroorzaken. Daarnaast kan sprake zijn van een functiestoornis van de blaas.

Zowel bij een verminderde functie van de spieren van de blaaswand, bijvoorbeeld een milde verlamming, als bij een prikkelbare blaaswand met milde krampen, kan de blaas onvoldoende worden geleegd.

Hierdoor blijft resturine achter, wat aanleiding kan geven tot een chronische blaasontsteking.

Bij een milde blaasverlamming is opvallend dat er wel sprake kan zijn van cystitis, maar zonder verhoogde mictiefrequentie. Bij een prikkelbare blaaswand zien we bij cystitis juist wel de verhoogde frequentie die typisch is voor een blaasontsteking.

Fysiek-passief

Klinisch beeld

Voorbeelden van fysiek-passief urineverlies zijn:

  • blaasverlamming;
  • sphincterincontinentie;
  • ectopische ureter(en).

Blaasverlamming

Bij honden kan blaasverlamming onder andere optreden als gevolg van een discus hernia met neurologische uitval van de achterhand.

De functie van de blaaswand valt dan uit, waardoor urine zich ophoopt totdat de blaas overvol raakt en letterlijk overloopt. Dit wordt een overloopblaas genoemd.

Door achterblijvende resturine ontstaat vaak een chronische blaasontsteking. Ook hierbij kan de typische toename van de mictiedrang ontbreken.

Sphincterincontinentie

Bij sphincterincontinentie is sprake van passief, onbewust en onwillekeurig urineverlies doordat de sluitspier van de blaas minder goed functioneert.

Kenmerkend is dat het urineverlies uitsluitend optreedt tijdens slaap of een andere rusttoestand. Tijdens activiteit is er geen passief urineverlies.

Een eigenaar merkt bijvoorbeeld dat de hond tijdens het slapen in zijn of haar mand of bed urine verliest.

Wanneer passief urineverlies zowel in rust als tijdens activiteit optreedt, is volgens de oorspronkelijke tekst vaak sprake van neurologische uitval van de achterhand.

De oorzaak van deze vorm van urineverlies wordt in de oorspronkelijke tekst gekoppeld aan een daling van geslachtshormonen na castratie.

Sphincterincontinentie wordt vooral gezien bij teven en veel minder vaak bij reuen.

De incontinentie kan zich pas lange tijd na de castratie manifesteren. Op oudere leeftijd kan dit mede worden uitgelokt door milde neurologische uitval in de achterhand, bijvoorbeeld door spondylose, of door overvulling van de blaas bij verhoogde urineproductie, bijvoorbeeld bij nierfalen.

Ectopische ureter(en)

Een ectopische ureter is een urineleider die niet op de normale plaats in de blaas uitkomt, maar achter de sluitspier van de blaashals in de urethra uitmondt.

Normaal gesproken mondt de ureter uit in de blaas.

Honden met een ectopische ureter verliezen onder vrijwel alle omstandigheden continu urine.

Een ectopische ureter is een aangeboren afwijking. Deze vorm van ongewoon urineverlies is daarom al op jonge leeftijd aanwezig.

Urineonderzoek

Bij blaasverlamming worden bij urineonderzoek meestal duidelijke aanwijzingen voor blaasontsteking gevonden, waaronder rode bloedcellen, een toename van witte bloedcellen, een verhoogd eiwitgehalte en een verhoogde pH.

Bij honden met sphincterincontinentie of ectopische ureter(en) worden bij urineonderzoek in principe geen afwijkingen gevonden.

Bij afwijkend urineonderzoek moet altijd een dierenarts worden geraadpleegd.

Behandeling

Bij blaasverlamming als gevolg van een discus hernia richt de behandeling zich op meerdere onderdelen:

  • de discus hernia zelf;
  • de neurologische uitval;
  • de functiestoornis van de blaaswand;
  • de secundaire blaasontsteking.

In sommige gevallen is chirurgisch ingrijpen noodzakelijk. In andere gevallen kan worden behandeld met reguliere medicatie, waaronder corticosteroïden en antibiotica.

Bij een bacteriële blaasontsteking wordt steriel afgenomen urine gebruikt voor bacteriologisch onderzoek en een antibiogram, zodat het juiste antibioticum kan worden gekozen.

Binnen de homeopathie worden in de oorspronkelijke tekst ter ondersteuning onder andere de volgende middelen genoemd:

  • Arnica montana D6;
  • Hypericum perforatum D6;
  • Nux vomica D6;
  • Petroselinum crispum Ø.

De eerste drie middelen worden genoemd in relatie tot discus hernia en neurologische uitval. Petroselinum crispum Ø wordt genoemd ter ondersteuning van de contractie van de spieren van de blaaswand.

Behandeling van sphincterincontinentie

Bij sphincterincontinentie wordt volgens de oorspronkelijke tekst fenylpropanolamine HCl voorgeschreven.

Binnen de fytotherapie wordt voor deze indicatie ook Damiana Ø genoemd.

Fenylpropanolamine HCl wordt in de oorspronkelijke tekst beschreven als een middel dat ook op langere termijn veilig kan worden toegepast en bij de juiste indicatiestelling vrijwel altijd effectief is. Om die reden is het in veel gevallen de eerste keuze.

Zoals eerder vermeld kan sphincterincontinentie zich pas lange tijd na castratie manifesteren en op oudere leeftijd worden uitgelokt door bijvoorbeeld milde neurologische uitval in de achterhand of overvulling van de blaas door een verhoogde urineproductie.

Bij spondylose worden in de oorspronkelijke tekst de homeopathische middelen Harpagophytum procumbens D6, Plumbum metallicum D12 en Strychninum nitricum D12 genoemd.

In sommige gevallen kan daardoor volgens de oorspronkelijke tekst fenylpropanolamine HCl niet meer nodig zijn.

Wanneer sprake is van een verhoogde diurese moet eerst via reguliere diagnostiek worden vastgesteld wat hiervan de oorzaak is. Daarna kan worden bepaald welke reguliere en/of homeopathische behandeling wordt ingezet.


Bron: deze tekst is oorspronkelijk gepubliceerd via EduVet Dierenkliniek en is voor publicatie op IAHC redactioneel aangepast. De inhoudelijke uitgangspunten, veterinaire claims en genoemde behandelopties uit de oorspronkelijke publicatie zijn daarbij behouden.

LinkedIn
Twitter
WhatsApp

Dit artikel is geschreven door Atjo Westerhuis

Atjo Westerhuis is dierenarts, veterinair directeur en oprichter van het IAHC kennisplatform. Sinds zijn afstuderen aan de Universiteit Utrecht in 1973 is hij actief binnen de gezelschapsdiergeneeskunde en bouwde hij ruim vijftig jaar praktijkervaring op als dierenarts, praktijkhouder, adviseur en initiatiefnemer binnen de veterinaire sector. Binnen EduVet Dierenkliniek levert hij eerste- en anderhalvelijns patiëntenzorg, waarbij hij zich onder andere richt op dieren met chronische of complexe klachten die worden aangeboden voor een second opinion.

Seminar: Grote Zorgen bij Jonge Honden

Op zaterdag 28 november 2026 organiseert EduVet in Veenendaal een seminar over veelvoorkomende gezondheids- en gedragsproblemen bij pups en jonge honden. Met inzichten uit gedrag, voeding, diergeneeskunde en recht.

Persoonlijke zorg voor uw hond of kat

Bij EduVet Dierenkliniek Veenendaal staan aandacht, uitgebreide diagnostiek en samenwerking met u als eigenaar centraal. Ook voor complexe of langdurige klachten en een second opinion kunt u bij ons terecht.

Lees meer van Atjo Westerhuis

Perianaal fistel bij de hond

Samenvatting: Het ontstaan van perianaal fistels is een immuungemedieerde aandoening. Het is vanouds een hardnekkige klacht, meestal voortdurend pijnlijk voor de hond, reden voor wanhoop bij de eigenaar en een

Lezen

Plasbuisverstopping bij de kater

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek, Veenendaal Laatste update: november 2020 Samenvatting: Een plasbuis verstopping door een blaasgruis ‘prop’ bij de kater is een levensbedreigende situatie. Als na het wegspoelen van

Lezen

Homeopathie bij hond & kat

Wat kan homeopathie de diergeneeskunde bieden? Volgens de meeste (veterinaire) wetenschappers niets; volgens de meeste homeopathisch werkende dierenartsen veel. Wetenschappers hebben in het algemeen geen kennis van homeopathie bij dieren

Lezen

Disclaimer

Ondanks de zorgvuldigheid, waarmee wij de content van onze bibliotheek samenstellen, kan EduVet IAHC Platform  geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van de informatie die via de content van onze bibliotheek is verkregen.

Niet zelf ‘dokteren’

EduVet IAHC Platform benadrukt daarbij, dat de informatie die via onze content is verkregen nooit een vervanging is van de professionals!
De content van onze bibliotheek laat diereigenaren en dierverzorgers met de professionals ‘meekijken’, zodat zij met kennis van zaken
kunnen meedenken en meebeslissen over welzijn en gezondheid van hun (huis)dieren. Diereigenaren en dierverzorgers worden daarom
dringend geadviseerd nooit op eigen initiatief te (be)handelen, zonder advies, instemming en begeleiding van een professional. Dat
geldt natuurlijk in het bijzonder als het gaat om de uiteindelijke keuze van de juiste behandeling.

Wetenschap en praktijk

De content van onze bibliotheek wordt niet alleen vervaardigd aan de hand van evidence based wetenschappelijke literatuur, maar vooral ook aan de hand van onze eigen empirical based inzichten.

Updating

Deze informatie kan, in het kader van updating, zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Wij vragen u om eventuele, door u gesignaleerde (vermoedelijke) onvolkomenheden in onze artikelen aan ons te melden via info@iahc.online zodat we deze, indien nodig, kunnen meenemen in de updating. Alvast hartelijk dank daarvoor.

Wetenschap en Praktijkervaring

Educatie vanuit het EduVet IAHC Platform richt zich vooral op het delen van kritisch geëvalueerde ervaringen in de praktijk met wetenschappelijke diergeneeskunde en andere vormen van diergeneeskunde. Kritisch evaluatie vooral ook ten aanzien van effectiviteit en veiligheid. In theorie is er geen verschil tussen theorie en praktijk, in de praktijk blijkt dat een verschil wel mogelijk is.

Wij streven er altijd naar om het beste beschikbare onderzoeksbewijs in onze diergeneeskundige zorg te integreren, gecombineerd met klinische expertise en de unieke behoeften of wensen van elke cliënt. Wij hebben een open mind voor de reële kansen met andere vormen van diergeneeskunde. Die kunnen in een aantal gevallen blijkbaar een waardevolle aanvulling zijn op de reguliere diergeneeskunde, met name als de reguliere diergeneeskunde geen oplossing, geen of onvoldoende effect en/of onacceptabele bijwerkingen heeft.

Omdat de zorgvraag in de diergeneeskunde veel groter is dan wij kunnen invullen met alleen wetenschappelijke of evidence based diergeneeskunde, voelen wij als professionals ons verplicht aan onze patiënten en hun eigenaren dat wij onze praktijkervaringen oftewel empirical based diergeneeskunde serieus nemen, zodat wij daarmee kennelijk extra kansen kunnen creëren voor onze patiënten.

Door het verzamelen van vergelijkbare casuïstieken van onszelf en van andere professionals in de diergezondheidszorg, met bij herhaling dezelfde resultaten, onafhankelijk van elkaar, kan een inductief of empirical based bewijs geleverd worden, dat niet alleen nu al als effectieve behandeling blijkt te kunnen worden ingezet in de praktijk, maar ook als hypothese zal kunnen dienen voor verder wetenschappelijk of evidence based onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek is alleen financieel te realiseren als er een commercieel of maatschappelijk belang mee gediend is. Dus wordt er heel veel nuttig onderzoek niet gedaan. Voldoende reden om praktijkervaringen niet af te doen als ‘anekdotisch’, maar serieus te nemen.