Poep eten

Wat zijn de mogelijke oorzaken van poep eten?
Veel honden doen het. Poep eten van andere honden of zelfs van menselijke natuurpoepers. In een klein aantal gevallen van poep eten eet een hond alleen zijn eigen ontlasting. Sommige doen beide. Een smerige gewoonte, die soms zeer hardnekkig kan zijn en de eigenaar tot grote wanhoop kan voeren.

Alleen eigen ontlasting eten wordt bij honden veroorzaakt door een vorm van onnozel gedrag, dat vaak past bij het homeopathische middel Veratrum album. In een aantal gevallen eet een hond zijn eigen ontlasting omdat hij zich schaamt voor zijn onzindelijkheid, die hij zelf niet meer in de hand kan houden. Bijvoorbeeld, als de hond te lang wordt opgesloten in een kleine ruimte, of, als een hond verlamd raakt in zijn achterhand.

Het eten van poep van andere honden of die van mensen komt verreweg het meeste voor en heeft een aantal andere oorzaken. In de meeste gevallen is het een combinatie van factoren en moeten we dus meerdere maatregelen tegelijk nemen.

De belangrijkste oorzaken zijn:
Storing van de darmflora en gebrek aan ruwvezel veroorzaken waarschijnlijk een onlustgevoel, dat de hond denkt te kunnen bevredigen met het eten van poep: darmflora en ruwvezel (paardenpoep)
Mogelijk stimuleren nog aanwezige smaakstoffen in de ontlasting het poep eten (kattenpoep)
Poep eten geeft mogelijk het gevoel, dat de hond zich kan camoufleren voor of onderwerpen aan zijn omgeving. Hij schikt zich naar zijn omgeving (mensen- en hondenpoep). Dat is dus een gedragsprobleem
De macht der gewoonte kan zo sterk worden, dat het poep eten tot een manie of zelfs tot instinctmatig gedrag wordt verheven.

Behandeling
Het is meestal het beste, zeker in hardnekkige gevallen een compleet behandelingsplan uit te voeren op basis van de veronderstelde oorzaken van het poep eten. Halve maatregelen leiden vaak tot teleurstellingen.

1. Toevoeging van extra darmflora en extra ruwvezel. Er zijn verschillende mogelijkheden:

Variëren op de eenzijdige brokvoeding: minimaal 1 maal per week een zelfbereide maaltijd met bijvoorbeeld vuile pens en gekookte bladgroenten. We moeten ervoor waken, dat de onderlinge verhoudingen tussen eiwitten, koolhydraten, vetten, calorische waarde e.d. niet volledig scheef getrokken worden.
Dikwijls betreft het honden die hongerig zijn en meer willen eten dan goed is voor hun conditie. We moeten in die gevallen kiezen voor:

òf een commercieel vermageringsdieet met veel ruwvezel, aangevuld met Probiotica (Protexin Pro-Soluble)

òf een commerciële brokvoeding met extra gekookte bladgroenten en sperziebonen, aangevuld met Probiotica (Protexin Pro-Soluble)

òf een commerciële brok, aangevuld met een preparaat met en Probiotica en extra ruwvezel (Protexin Pro-Fibre)

2. Voor gedragsproblemen is er weinig tot niets in de reguliere diergeneeskunde. We proberen daarom het best passende homeopathische middel bij de betreffende hond te vinden. Meestal is hier voor een consult van een homeopathisch werkende dierenarts nodig. Zie Homeopathie.

U kunt zelf al een heel eind op weg komen door de type omschrijvingen in het boek Hond & Homeopathie te bestuderen.

3. De macht der gewoonte. Bij gedragsproblemen kennen we een ontwenningsperiode van circa 6 – 8 weken. We noemen dat een “desensitization period”. Dat betekent dat we met een homeopathisch middel minimaal 6 – 8 weken moeten behandelen; meestal doen we het voor de zekerheid 12 weken! Als we het voor elkaar krijgen een hond minimaal 6 – 8 weken geen ontlasting te laten eten, bijvoorbeeld door hem bovendien aan te lijnen of te muilkorven en te straffen bij elke poging en te belonen als hij wel snuffelt, maar niet eet, zijn we in staat dit gedrag af te leren. We zouden de hond kunnen proberen te demotiveren door de drol te bewerken met een prikkelende stof. Maar meestal is de hond sneller dan u en het is maar de vraag of we onze hond dit soort middeleeuwse folteringen willen aandoen.

LinkedIn
Twitter
WhatsApp

Dit artikel is geschreven door Atjo Westerhuis

Atjo Westerhuis is dierenarts, veterinair directeur en oprichter van het IAHC kennisplatform. Sinds zijn afstuderen aan de Universiteit Utrecht in 1973 is hij actief binnen de gezelschapsdiergeneeskunde en bouwde hij ruim vijftig jaar praktijkervaring op als dierenarts, praktijkhouder, adviseur en initiatiefnemer binnen de veterinaire sector. Binnen EduVet Dierenkliniek levert hij eerste- en anderhalvelijns patiëntenzorg, waarbij hij zich onder andere richt op dieren met chronische of complexe klachten die worden aangeboden voor een second opinion.

Seminar: Grote Zorgen bij Jonge Honden

Op zaterdag 28 november 2026 organiseert EduVet in Veenendaal een seminar over veelvoorkomende gezondheids- en gedragsproblemen bij pups en jonge honden. Met inzichten uit gedrag, voeding, diergeneeskunde en recht.

Persoonlijke zorg voor uw hond of kat

Bij EduVet Dierenkliniek Veenendaal staan aandacht, uitgebreide diagnostiek en samenwerking met u als eigenaar centraal. Ook voor complexe of langdurige klachten en een second opinion kunt u bij ons terecht.

Lees meer van Atjo Westerhuis

Perianaal fistel bij de hond

Samenvatting: Het ontstaan van perianaal fistels is een immuungemedieerde aandoening. Het is vanouds een hardnekkige klacht, meestal voortdurend pijnlijk voor de hond, reden voor wanhoop bij de eigenaar en een

Lezen

Plasbuisverstopping bij de kater

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek, Veenendaal Laatste update: november 2020 Samenvatting: Een plasbuis verstopping door een blaasgruis ‘prop’ bij de kater is een levensbedreigende situatie. Als na het wegspoelen van

Lezen

Homeopathie bij hond & kat

Wat kan homeopathie de diergeneeskunde bieden? Volgens de meeste (veterinaire) wetenschappers niets; volgens de meeste homeopathisch werkende dierenartsen veel. Wetenschappers hebben in het algemeen geen kennis van homeopathie bij dieren

Lezen

Disclaimer

Ondanks de zorgvuldigheid, waarmee wij de content van onze bibliotheek samenstellen, kan EduVet IAHC Platform  geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van de informatie die via de content van onze bibliotheek is verkregen.

Niet zelf ‘dokteren’

EduVet IAHC Platform benadrukt daarbij, dat de informatie die via onze content is verkregen nooit een vervanging is van de professionals!
De content van onze bibliotheek laat diereigenaren en dierverzorgers met de professionals ‘meekijken’, zodat zij met kennis van zaken
kunnen meedenken en meebeslissen over welzijn en gezondheid van hun (huis)dieren. Diereigenaren en dierverzorgers worden daarom
dringend geadviseerd nooit op eigen initiatief te (be)handelen, zonder advies, instemming en begeleiding van een professional. Dat
geldt natuurlijk in het bijzonder als het gaat om de uiteindelijke keuze van de juiste behandeling.

Wetenschap en praktijk

De content van onze bibliotheek wordt niet alleen vervaardigd aan de hand van evidence based wetenschappelijke literatuur, maar vooral ook aan de hand van onze eigen empirical based inzichten.

Updating

Deze informatie kan, in het kader van updating, zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Wij vragen u om eventuele, door u gesignaleerde (vermoedelijke) onvolkomenheden in onze artikelen aan ons te melden via info@iahc.online zodat we deze, indien nodig, kunnen meenemen in de updating. Alvast hartelijk dank daarvoor.

Wetenschap en Praktijkervaring

Educatie vanuit het EduVet IAHC Platform richt zich vooral op het delen van kritisch geëvalueerde ervaringen in de praktijk met wetenschappelijke diergeneeskunde en andere vormen van diergeneeskunde. Kritisch evaluatie vooral ook ten aanzien van effectiviteit en veiligheid. In theorie is er geen verschil tussen theorie en praktijk, in de praktijk blijkt dat een verschil wel mogelijk is.

Wij streven er altijd naar om het beste beschikbare onderzoeksbewijs in onze diergeneeskundige zorg te integreren, gecombineerd met klinische expertise en de unieke behoeften of wensen van elke cliënt. Wij hebben een open mind voor de reële kansen met andere vormen van diergeneeskunde. Die kunnen in een aantal gevallen blijkbaar een waardevolle aanvulling zijn op de reguliere diergeneeskunde, met name als de reguliere diergeneeskunde geen oplossing, geen of onvoldoende effect en/of onacceptabele bijwerkingen heeft.

Omdat de zorgvraag in de diergeneeskunde veel groter is dan wij kunnen invullen met alleen wetenschappelijke of evidence based diergeneeskunde, voelen wij als professionals ons verplicht aan onze patiënten en hun eigenaren dat wij onze praktijkervaringen oftewel empirical based diergeneeskunde serieus nemen, zodat wij daarmee kennelijk extra kansen kunnen creëren voor onze patiënten.

Door het verzamelen van vergelijkbare casuïstieken van onszelf en van andere professionals in de diergezondheidszorg, met bij herhaling dezelfde resultaten, onafhankelijk van elkaar, kan een inductief of empirical based bewijs geleverd worden, dat niet alleen nu al als effectieve behandeling blijkt te kunnen worden ingezet in de praktijk, maar ook als hypothese zal kunnen dienen voor verder wetenschappelijk of evidence based onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek is alleen financieel te realiseren als er een commercieel of maatschappelijk belang mee gediend is. Dus wordt er heel veel nuttig onderzoek niet gedaan. Voldoende reden om praktijkervaringen niet af te doen als ‘anekdotisch’, maar serieus te nemen.