Prostaat adenocarcinoom bij de reu

Prostaat adenocarcinoom bij de reu
Oorzaak
Maligne (kwaadaardige) pijnlijke (!) zwelling van de prostaat door neoplasie (toename van ‘nieuwe’ cellen). Meestal adenocarcinoom, daar waar de urethra (plasbuis) de prostaat passeert. Oorzaak vermoedelijk hormonaal.

Prevalentie
Vertegenwoordigt < 1% van alle maligniteiten bij honden; 5% van alle prostaataandoeningen zijn neoplasieën, meestal adenocarcinomen. Meestal bij oude(re) honden; gemiddelde leeftijd 9-10 jaar. Meestal bij middelgrote tot grote honden en vaker bij gecastreerde (!) dan intacte reuen; het is het meest voorkomende prostaatprobleem bij gecastreerde reuen.

Anamnese
Zie Klinisch beeld.

Klinisch beeld
Tenesmus (heftige drang, kramp). Afgeplatte ontlasting (niet altijd!). Haematurie (bloed plassen). Bloedverlies (meestal waterig, donkerrood) uit de plasbuis onafhankelijk van de mictie (urinelozing). Anorexie (gebrek aan eetlust) en vermageren. Strangurie (pijnlijke, bemoeilijkte urinelozing) en dysurie (pijnlijke aandrang en urinelozing). Soms myelopathie (ruggenmergaandoening): achterhand zwakte / kreupelheid door metastase naar lumbosacraal skelet; ook metastasen naar lymfeklieren en longen mogelijk. Lethargie (sloom). Rectaal toucher: (wel) pijnlijke (ook bij buikpalpatie), harde, ‘vastzittende’, asymmetrische en sterk vergrote prostaat.

DBV
Echografie

Laboratorium
Aantonen van neoplastische cellen in urine of prostaatvloeistof / sperma (laatste derde deel) middels zuigbiopt (cytologie) onder rectale begeleiding met prostaatmassage. DNB (cytologie) onder echobegeleiding, Trucut biopsy (histologie) via laparoscopie. Bij DNB en Trucut Biopsy minder kans op artefacten, maar meer kans op lekkage van smetstof (bij ontsteking / abces) naar de buikholte met als gevolg een ernstige peritonitis. Altijd ook bacteriologisch onderzoek doen met antbiogram (bacteriële complicatie)! CPSE marker is niet diagnostisch voor adenocarcinoom.

Prognose
Slechte prognose. Overlevingstijd is 1-3 maanden.

Behandeling
Medicamenteus: symptomatisch. Chirurgie en radiotherapie: hebben nauwelijks effect / geen zin!

Medicamenteus
NSAID, morfine, antibioticum (op basis van bacteriologisch onderzoek en antbiogram). Osateronacetaat en delmadinonacetaat hebben geen effect. Chemotherapie heeft nauwelijks effect.

Chirurgie
Prostatectomie niet succesvol (veel onacceptabele complicaties), castratie heeft geen zin!

2) Benigne prostaat hyperplasie bij de reu
Oorzaak
Benigne (goedaardige) niet (!) pijnlijke zwelling van de prostaat door hyperplasie (toename van aantal en volume van normale prostaatcellen). Oorzaak vrijwel zeker hormonale factoren. Wel of niet gecompliceerd met cystes, ontsteking en / of abces(sen).

Prevalentie
Reuen zijn vaak ouder dan 5 jaar, maar soms ook jonger. BPH komt bij > 80% van de intacte reuen > 5 jaar voor.

Anamnese
Zie Klinisch beeld.

Klinisch beeld
Verloop is vaak subklinisch. Bloedverlies (meestal waterig, donkerrood) uit de plasbuis onafhankelijk van de mictie (urinelozing). Extra (soms loze) defaecatie drang (napersen), afgeplatte faeces (niet altijd). Constipatie (o.a. bij harde ontlasting na bot eten). Haematurie (bloed plassen). Geen (!) strangurie (pijnlijke, bemoeilijkte urinelozing). Rectaal toucher: niet (!) pijnlijke (ook niet bij buikpalpatie), egaal en symmetrisch vergote prostaat. NB: indien wel pijnlijk complicatie, bijv. ontsteking. Soms het beeld van lage rugpijn.

DBV
Echografie

Laboratorium
CPSE (Canine Prostaat-specifieke Arginine Esterase) is een marker voor BPH. Zie Links: Virbac / Odelis® CPSE.

Prognose
Goed.

Behandeling
Medicamenteus. Chirurgisch.

Medicamenteus
Osateronacetaat, Delmadinonacetaat, MacSamuel Geslachtsdrift (homeopathie).

Chirurgie
Castratie.

Complementair
Homeopathie in een beperkt aantal gevallen effectief. Uitsluitend op voorschrift van de dierenarts.

3) Acute prostatitis moz abces(sen) bij de reu

Oorzaak
Acute pijnlijke (!) ontsteking van de prostaat. Meestal bacteriëel, kan ook door mycoplasma en / of schimmel ontstaan; soms zijn er ook abcessen. Vaak in het verloop van BPH of adenocarcinoom. NB: een chronische ontsteking verloopt meestal subklinisch (zonder uiterlijke symptomen). Exsudaat (ontstekingsvocht, acuut of chronisch) in de prostaatvloeistof veroorzaakt steriliteit.

Prevalentie
Infectie van de prostaat komt in 40% van de prostaataandoeningen voor. Intacte reuen op middelbare leeftijd (gemiddeld 7-10 jaar).

Anamnese
Zie Klinisch beeld.

Klinisch beeld
Klachten als bij BPH, maar veel pijnlijker (rectaal toucher en buikpalpatie) heftiger en gepaard gaande met algemeen ziek zijn (o.a. koorts, anorexie). Strangurie (pijnlijke, bemoeilijkte urinelozing), dysurie (pijnlijk aandrang en urinelozing), haematurie (bloed plassen), soms pyurie (etter in de urine). Tenesmus (heftige aandrang, kramp). Stijf gangwerk. Kans op sepsis (uitzaaiing van bacteriën door het gehele lichaam via het bloed) en ernstig ziek zijn. Abcessen kunnen doorbreken met als gevolg een levensbedreigende peritonitis (buikvliesontsteking). Rectaal toucher: pijnlijke, meestal asymmetrisch gezwollen prostaat, verstrijken van de naad tussen de twee prostaathelften, één, meerdere of diffuus ontstekingshaarden.

DBV
Echografie

Laboratorium
Bacteriologisch onderzoek en antibiogram van zaad of prostaatvloeistof (laatste derde deel), verkregen door prostaatmassage. Bloed: neutrofilie. DNB (cytologie) of Trucut Biopsy (histologie); let op serieus risico van buikvliesontsteking, advies: gericht antibioticum vooraf!

Prognose
Goed. Gereserveerd tot slecht bij doorgebroken abcessen en peritonitis.

Behandeling
Medicamenteus. Chirurgisch.

Medicamenteus
Antibiotica, na bacteriologisch onderzoek en antibiogram, in combinatie met Osateronacetaat of Delmadinonacetaat.

Chirurgie
Castratie (eerste keus!). Deze moet worden uitgevoerd pas nadat bacteriële infectie onder controle en de prostaat door hormoonbehandeling verkleind is. Overige chirurgisch ingrepen zijn weinig succesvol en riskant.

Complementair
Geen.

Follow up
In het begin elke 1-8 weken, afhankelijk van de ernst van de klachten en de wijze van behandelen. Telkens: echografie, bacteriologisch onderzoek en antibiogram. Blijven monitoren tot castratie!

4) Prostaatcystes bij de reu

Categorie
Urogenitaal apparaat (urinewegen / geslachtsorganen). Endocrinologie (hormonen).
.
Oorzaak
Niet bekend. Prostaatcystes (omkapselde holtes met helder of troebel vocht) in het parenchym (functioneel klierweefsel) komen met name voor in het verloop van BPH en andere prostaataandoeningen. Paraprostaatcystes bevinden zich aan de buitenkant van de prostaat en kunnen zeer groot worden met als gevolg compressie van structuren in het bekken (o.a. endeldarm); dit kan leiden tot een hernia perinealis (dambreuk) mede als gevolg van persen.

Prevalentie
Intacte reuen met een gemiddelde leeftijd van 8 jaar (2-12 jaar). Bij grote(re) honden vaker dan bij kleine(re).

Anamnese
Zie Klinisch beeld.

Klinisch beeld
Vaak asymptomatisch of beeld van BPH, prostatitis, abces of adenocarcinoom. Typisch voor grote cystes: compressie van bekkenstucturen (o.a. strangurie, tenesmus), toename buikomvang (paraprostaatcystes). Rectaal toucher: een cysteuze prostaat is veelal asymmetrisch vergroot.

DBV
Echografie.

Laboratorium
Geen afwijkingen in het bloed (CBC / biochemie). In het kader van Dx (zie Opmerkingen): bacteriologisch onderzoek en antibiogram van zaad of prostaatvloeistof (laatste derde deel), verkregen door prostaatmassage. Bloed: neutrofilie. DNB (cytologie) of Trucut Biopsy (histologie); let op serieus risico van buikvliesontsteking, advies: gericht antibioticum vooraf!

Prognose
Goed. Verder is overige pathologie bepalend voor de prognose (zie Dx onder Opmerkingen).

Behandeling
Medicamenteus. Chirurgisch.

Medicamenteus
Osateronacetaat of Delmadinonacetaat. Eerste keus bij prostaatcystes. Verder wordt de behandeling (ook wel of niet eerste keus) bepaald door overige pathologie (zie Dx onder Opmerkingen). Paraprostaatcystes reageren niet op medicamenteuze behandeling.

Chirurgie
Castratie; wel of niet eerste keus wordt bepaald door overige pathologie (zie Dx onder Opmerkingen). Deze moet worden uitgevoerd pas nadat bacteriële infectie onder controle is en de prostaat door hormoonbehandeling verkleind. Paraprostaatcystes moeten chirurgisch worden verwijderd. Overige chirurgische ingrepen zijn weinig succesvol en riskant.

Complementair
Na reguliere medicamenteuze behandeling ter preventie. In een beperkt aantal gevallen effectief. Uitsluitend op voorschrift van de dierenarts.

Follow up
Bij prostaatcystes 4 weken na behandeling; nacontroles met een interval van 4 weken (echo). Verder afhankelijk van overige pathologie (zie DX onder Opmerkingen).

5) Squameuze prostaat metaplasie bij de reu

Oorzaak
Oorzaak is metaplasie (vorm verandering) van epitheelcellen (bekleding van o.a. de slijmvliezen). Oorzaak is een verhoogde bloed oestrogeen spiegel (o.a. door toediening van oestrogenen of aanwezigheid van een Sertoliceltumor).

Prevalentie
Een Sertolicel tumor komt regelmatig voor in een testikel bij oude honden; circa 10-14% is maligne (kwaadaardig) en metastaseert.

Anamnese
Zie Klinisch beeld.

Klinisch beeld
Het klinische prostaatbeeld wordt voornamelijk veroorzaakt door complicerende cysten / abcessen; voor links zie Opmerkingen.
De overige verschijnselen worden veroorzaakt door een Sertolicel tumor:
De aangetaste testikel is vergroot, de andere verkleind (atrofisch). Alopecia (kaalheid) zonder jeuk, dunne vacht en hyperpigmentatie (zwartverkleuring van de huid). In 25-29% van de gevallen (70% bij intra-abdominaal testikels) is er sprake van feminisatie (vervrouwelijking); we zien daarbij de volgende symptomen: tepel / melkklier vergroting, melkgift, penisatrofie, afhangend preputium, attractief voor andere reuen, plashouding als van een teef.

DBV
Echografie (prostaat, testikel).

Laboratorium
De diagnose wordt bepaald door het klinisch beeld en een hoog serum oestradiol; in de meeste gevallen is er ook een verhoogd serum progesteron. Nonregeneratieve (niet herstelbare) anaemie (bloedarmoede), leuco- en thrombocytopenie (tekort aan witte bloedcellen en bloedplaatjes) door te veel oestrogenen (hyperoestrogenisme).

Prognose
Goed (castratie). Gereserveerd tot slecht bij beenmergdepressie (hyperoestrogenisme)

Behandeling
Chirurgie

Medicamenteus
Nvt.

Chirurgie
Castratie.

Complementair
Geen.

Follow up
Nvt.

LinkedIn
Twitter
WhatsApp

Dit artikel is geschreven door Atjo Westerhuis

Atjo Westerhuis is dierenarts, veterinair directeur en oprichter van het IAHC kennisplatform. Sinds zijn afstuderen aan de Universiteit Utrecht in 1973 is hij actief binnen de gezelschapsdiergeneeskunde en bouwde hij ruim vijftig jaar praktijkervaring op als dierenarts, praktijkhouder, adviseur en initiatiefnemer binnen de veterinaire sector. Binnen EduVet Dierenkliniek levert hij eerste- en anderhalvelijns patiëntenzorg, waarbij hij zich onder andere richt op dieren met chronische of complexe klachten die worden aangeboden voor een second opinion.

Seminar: Grote Zorgen bij Jonge Honden

Op zaterdag 28 november 2026 organiseert EduVet in Veenendaal een seminar over veelvoorkomende gezondheids- en gedragsproblemen bij pups en jonge honden. Met inzichten uit gedrag, voeding, diergeneeskunde en recht.

Persoonlijke zorg voor uw hond of kat

Bij EduVet Dierenkliniek Veenendaal staan aandacht, uitgebreide diagnostiek en samenwerking met u als eigenaar centraal. Ook voor complexe of langdurige klachten en een second opinion kunt u bij ons terecht.

Lees meer van Atjo Westerhuis

Perianaal fistel bij de hond

Samenvatting: Het ontstaan van perianaal fistels is een immuungemedieerde aandoening. Het is vanouds een hardnekkige klacht, meestal voortdurend pijnlijk voor de hond, reden voor wanhoop bij de eigenaar en een

Lezen

Plasbuisverstopping bij de kater

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek, Veenendaal Laatste update: november 2020 Samenvatting: Een plasbuis verstopping door een blaasgruis ‘prop’ bij de kater is een levensbedreigende situatie. Als na het wegspoelen van

Lezen

Homeopathie bij hond & kat

Wat kan homeopathie de diergeneeskunde bieden? Volgens de meeste (veterinaire) wetenschappers niets; volgens de meeste homeopathisch werkende dierenartsen veel. Wetenschappers hebben in het algemeen geen kennis van homeopathie bij dieren

Lezen

Disclaimer

Ondanks de zorgvuldigheid, waarmee wij de content van onze bibliotheek samenstellen, kan EduVet IAHC Platform  geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van de informatie die via de content van onze bibliotheek is verkregen.

Niet zelf ‘dokteren’

EduVet IAHC Platform benadrukt daarbij, dat de informatie die via onze content is verkregen nooit een vervanging is van de professionals!
De content van onze bibliotheek laat diereigenaren en dierverzorgers met de professionals ‘meekijken’, zodat zij met kennis van zaken
kunnen meedenken en meebeslissen over welzijn en gezondheid van hun (huis)dieren. Diereigenaren en dierverzorgers worden daarom
dringend geadviseerd nooit op eigen initiatief te (be)handelen, zonder advies, instemming en begeleiding van een professional. Dat
geldt natuurlijk in het bijzonder als het gaat om de uiteindelijke keuze van de juiste behandeling.

Wetenschap en praktijk

De content van onze bibliotheek wordt niet alleen vervaardigd aan de hand van evidence based wetenschappelijke literatuur, maar vooral ook aan de hand van onze eigen empirical based inzichten.

Updating

Deze informatie kan, in het kader van updating, zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Wij vragen u om eventuele, door u gesignaleerde (vermoedelijke) onvolkomenheden in onze artikelen aan ons te melden via info@iahc.online zodat we deze, indien nodig, kunnen meenemen in de updating. Alvast hartelijk dank daarvoor.

Wetenschap en Praktijkervaring

Educatie vanuit het EduVet IAHC Platform richt zich vooral op het delen van kritisch geëvalueerde ervaringen in de praktijk met wetenschappelijke diergeneeskunde en andere vormen van diergeneeskunde. Kritisch evaluatie vooral ook ten aanzien van effectiviteit en veiligheid. In theorie is er geen verschil tussen theorie en praktijk, in de praktijk blijkt dat een verschil wel mogelijk is.

Wij streven er altijd naar om het beste beschikbare onderzoeksbewijs in onze diergeneeskundige zorg te integreren, gecombineerd met klinische expertise en de unieke behoeften of wensen van elke cliënt. Wij hebben een open mind voor de reële kansen met andere vormen van diergeneeskunde. Die kunnen in een aantal gevallen blijkbaar een waardevolle aanvulling zijn op de reguliere diergeneeskunde, met name als de reguliere diergeneeskunde geen oplossing, geen of onvoldoende effect en/of onacceptabele bijwerkingen heeft.

Omdat de zorgvraag in de diergeneeskunde veel groter is dan wij kunnen invullen met alleen wetenschappelijke of evidence based diergeneeskunde, voelen wij als professionals ons verplicht aan onze patiënten en hun eigenaren dat wij onze praktijkervaringen oftewel empirical based diergeneeskunde serieus nemen, zodat wij daarmee kennelijk extra kansen kunnen creëren voor onze patiënten.

Door het verzamelen van vergelijkbare casuïstieken van onszelf en van andere professionals in de diergezondheidszorg, met bij herhaling dezelfde resultaten, onafhankelijk van elkaar, kan een inductief of empirical based bewijs geleverd worden, dat niet alleen nu al als effectieve behandeling blijkt te kunnen worden ingezet in de praktijk, maar ook als hypothese zal kunnen dienen voor verder wetenschappelijk of evidence based onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek is alleen financieel te realiseren als er een commercieel of maatschappelijk belang mee gediend is. Dus wordt er heel veel nuttig onderzoek niet gedaan. Voldoende reden om praktijkervaringen niet af te doen als ‘anekdotisch’, maar serieus te nemen.