Stramonium

Samenvatting

Binnen de homeopathie wordt Stramonium toegepast bij honden met agressief gedrag dat volgens het homeopathische geneesmiddelbeeld samenhangt met onzekerheid over wat vertrouwd is en wat niet. Het middel wordt daarnaast gebruikt bij bepaalde vormen van verlatingsangst.

Bron: Handboek Diergeneeskunde met Homeopathie bij Honden, Atjo Westerhuis.

Herkomst van het middel

Het homeopathische middel Stramonium wordt bereid uit de plant Datura stramonium, in Nederland bekend als de doornappel. De plant behoort tot de Solanaceae, oftewel de nachtschadefamilie. De verkorte homeopathische schrijfwijze is Stram.

Type

Binnen het homeopathische geneesmiddelbeeld wordt het Stramonium-type beschreven als dominant, vooral als reactie op een verkeerde inschatting van personen of omstandigheden. Dominantie wordt daarbij gezien als een manier om zich te weren tegen een vermeende bedreiging.

De rode draad

De rode draad binnen het homeopathische geneesmiddelbeeld van Stramonium is onzekerheid over wat vertrouwd is en wat niet. Dit kan zich op verschillende manieren in het gedrag uiten.

Kenmerkend voor het beschreven Stramonium-type is dat onzekerheid bij een vermeende bedreiging kan leiden tot zeer plotseling, snel, heftig en ongeremd agressief gedrag. De hond lijkt daarbij zonder duidelijke aarzeling in de aanval te gaan.

Het agressieve gedrag dat vroeger bij sommige rode Engelse cockerspaniëls werd beschreven, wordt binnen deze benadering als voorbeeld genoemd van een agressievorm die bij het geneesmiddelbeeld van Stramonium kan passen.

Na zo’n uitbarsting kan de hond volgens dit beeld juist direct een lage en onderdanige houding aannemen tegenover zijn of haar begeleider. De hond kan bijvoorbeeld op de rug gaan liggen en zich volledig overgeven.

Ook markeergedrag in huis kan binnen dit geneesmiddelbeeld worden beschreven. Reuen kunnen uit onzekerheid over wat wel en niet vertrouwd is binnenshuis gaan markeren. Een vergelijkbaar beeld kan volgens de homeopathische benadering ook voorkomen bij katers.

Alleen zijn

Onzekerheid kan er volgens het geneesmiddelbeeld van Stramonium ook toe leiden dat een hond niet alleen durft te zijn. Hierbij wordt gedacht aan verlatingsangst (separation anxiety).

De hond kan sterk aan de eigenaar gehecht raken en deze voortdurend volgen, bijvoorbeeld zelfs tot in het toilet. Wanneer de hond alleen wordt gelaten, kunnen aanhoudend blaffen of janken, onzindelijkheid en destructief gedrag optreden.

De beschreven verlatingsangst hangt samen met angst om personen aan wie de hond gehecht is kwijt te raken. Mogelijke aanleidingen zijn bijvoorbeeld een asielverleden, een verhuizing of andere veranderingen binnen de gezinssituatie.

Als het donker is

Angst voor het donker wordt binnen de homeopathische beschrijving van Stramonium gezien als een belangrijke aanwijzing.

In dat verband wordt beschreven dat verlatingsangst vooral ’s avonds of ’s nachts kan optreden wanneer het donker is, terwijl de hond hier overdag minder of geen last van heeft.

Sommige honden kunnen in het donker tijdens een avondwandeling zo onzeker of angstig zijn dat zij zo snel mogelijk naar huis willen. Daardoor kunnen zij hun behoefte niet doen en later in de nacht onzindelijk worden.

Dementie en cognitieve achteruitgang

Binnen de homeopathie wordt Stramonium ook beschreven als een mogelijk passend middel bij oudere dieren met cognitieve achteruitgang. Deze dieren kunnen minder goed begrijpen wat er om hen heen gebeurt en daardoor onzeker of angstig worden.

Met name ’s nachts kunnen dan onrust en onzekerheid optreden.

Herkenning

Bij dieren die binnen het Stramonium-beeld passen, wordt bijvoorbeeld beschreven dat zij bij thuiskomst hun eigenaar of andere bekende personen tijdelijk niet lijken te herkennen.

Bij katten wordt daarnaast beschreven dat zij soms een afstand verkeerd kunnen inschatten en daardoor misspringen.

Epilepsie

Stramonium en de verwante homeopathische middelen Belladonna en Hyoscyamus niger worden binnen de homeopathische differentiaal geneesmiddeldiagnose genoemd bij epilepsie.

Bij sommige honden die binnen een van deze geneesmiddelbeelden passen, kan na een insult agressief gedrag worden waargenomen. Ook straatangst en overmatig markeergedrag worden binnen deze beschrijving genoemd.

DgDx: differentiaal geneesmiddeldiagnose.

Potentiekeuze en dosering

In het oorspronkelijke homeopathische behandelprotocol wordt Stramonium bij gedragsklachten meestal toegepast in een D30, 30K of C30, eenmaal daags één dosis.

Als vervolg kan volgens dit protocol worden gekozen voor een D200, 200K of C200 en eventueel een MK. De frequentie wordt daarbij aangepast op basis van de reactie van het dier en komt volgens de oorspronkelijke beschrijving vaak neer op eenmaal per week één dosis.

Belangrijk: behandeling en dosering dienen te worden afgestemd met een dierenarts of andere deskundige die het dier beoordeelt en bekend is met de toegepaste behandelvorm.

Reactie op de behandeling

In het oorspronkelijke homeopathische behandelmodel wordt beschreven dat binnen drie tot zes weken een duidelijke verbetering zichtbaar zou moeten worden wanneer het gekozen middel bij het dier past.

Wanneer na zes weken geen verandering wordt gezien, wordt binnen deze benadering opnieuw gekeken naar de geneesmiddelkeuze. Bij een verergering van de klachten kan volgens het behandelmodel onder andere worden gedacht aan een niet-passende potentie, een te hoge frequentie van toedienen of een verwant zogenoemd ‘buurmiddel’.

Gedragsbehandeling

Omdat onzekerheid over wat vertrouwd is en wat niet centraal staat binnen het beschreven Stramonium-beeld, is het belangrijk dat begeleiding door vertrouwde personen zorgvuldig en voorspelbaar gebeurt.

Correcties moeten volgens deze benadering zo worden gegeven dat zij niet als bedreigend worden ervaren. Wanneer een hond sterk angstig of gespannen is, kan iedere correctie juist als extra bedreigend worden opgevat.

Een gedragsdeskundige kan daarom een belangrijke rol spelen bij de begeleiding van hond en eigenaar.

Reguliere medicatie

In sommige situaties kan daarnaast reguliere medicatie worden ingezet. Dit gebeurt uitsluitend op voorschrift en onder begeleiding van een dierenarts.

In de oorspronkelijke tekst worden onder andere selegiline en clomipramine genoemd. Selegiline kan worden ingezet bij bepaalde vormen van cognitieve achteruitgang. Clomipramine kan door een dierenarts worden voorgeschreven bij onder andere verlatingsangst en bepaalde compulsieve gedragsstoornissen.

Tot slot

De behandeling van gedragsproblemen heeft de meeste kans van slagen wanneer eigenaar, gedragsdeskundige en dierenarts goed samenwerken.

Daarbij is het belangrijk om niet alleen naar het gedrag van het dier zelf te kijken, maar ook naar het gedrag van de eigenaar en naar omstandigheden in de directe leefomgeving die het gedrag kunnen beïnvloeden.


Bron: deze tekst is gebaseerd op het Handboek Diergeneeskunde met Homeopathie bij Honden van dierenarts Atjo Westerhuis en is oorspronkelijk gepubliceerd via EduVet Dierenkliniek. Voor publicatie op IAHC is de tekst redactioneel aangepast. De oorspronkelijke homeopathische uitgangspunten en strekking zijn daarbij behouden.

LinkedIn
Twitter
WhatsApp

Dit artikel is geschreven door Atjo Westerhuis

Atjo Westerhuis is dierenarts, veterinair directeur en oprichter van het IAHC kennisplatform. Sinds zijn afstuderen aan de Universiteit Utrecht in 1973 is hij actief binnen de gezelschapsdiergeneeskunde en bouwde hij ruim vijftig jaar praktijkervaring op als dierenarts, praktijkhouder, adviseur en initiatiefnemer binnen de veterinaire sector. Binnen EduVet Dierenkliniek levert hij eerste- en anderhalvelijns patiëntenzorg, waarbij hij zich onder andere richt op dieren met chronische of complexe klachten die worden aangeboden voor een second opinion.

Seminar: Grote Zorgen bij Jonge Honden

Op zaterdag 28 november 2026 organiseert EduVet in Veenendaal een seminar over veelvoorkomende gezondheids- en gedragsproblemen bij pups en jonge honden. Met inzichten uit gedrag, voeding, diergeneeskunde en recht.

Persoonlijke zorg voor uw hond of kat

Bij EduVet Dierenkliniek Veenendaal staan aandacht, uitgebreide diagnostiek en samenwerking met u als eigenaar centraal. Ook voor complexe of langdurige klachten en een second opinion kunt u bij ons terecht.

Lees meer van Atjo Westerhuis

Perianaal fistel bij de hond

Samenvatting: Het ontstaan van perianaal fistels is een immuungemedieerde aandoening. Het is vanouds een hardnekkige klacht, meestal voortdurend pijnlijk voor de hond, reden voor wanhoop bij de eigenaar en een

Lezen

Plasbuisverstopping bij de kater

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek, Veenendaal Laatste update: november 2020 Samenvatting: Een plasbuis verstopping door een blaasgruis ‘prop’ bij de kater is een levensbedreigende situatie. Als na het wegspoelen van

Lezen

Homeopathie bij hond & kat

Wat kan homeopathie de diergeneeskunde bieden? Volgens de meeste (veterinaire) wetenschappers niets; volgens de meeste homeopathisch werkende dierenartsen veel. Wetenschappers hebben in het algemeen geen kennis van homeopathie bij dieren

Lezen

Disclaimer

Ondanks de zorgvuldigheid, waarmee wij de content van onze bibliotheek samenstellen, kan EduVet IAHC Platform  geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van de informatie die via de content van onze bibliotheek is verkregen.

Niet zelf ‘dokteren’

EduVet IAHC Platform benadrukt daarbij, dat de informatie die via onze content is verkregen nooit een vervanging is van de professionals!
De content van onze bibliotheek laat diereigenaren en dierverzorgers met de professionals ‘meekijken’, zodat zij met kennis van zaken
kunnen meedenken en meebeslissen over welzijn en gezondheid van hun (huis)dieren. Diereigenaren en dierverzorgers worden daarom
dringend geadviseerd nooit op eigen initiatief te (be)handelen, zonder advies, instemming en begeleiding van een professional. Dat
geldt natuurlijk in het bijzonder als het gaat om de uiteindelijke keuze van de juiste behandeling.

Wetenschap en praktijk

De content van onze bibliotheek wordt niet alleen vervaardigd aan de hand van evidence based wetenschappelijke literatuur, maar vooral ook aan de hand van onze eigen empirical based inzichten.

Updating

Deze informatie kan, in het kader van updating, zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Wij vragen u om eventuele, door u gesignaleerde (vermoedelijke) onvolkomenheden in onze artikelen aan ons te melden via info@iahc.online zodat we deze, indien nodig, kunnen meenemen in de updating. Alvast hartelijk dank daarvoor.

Wetenschap en Praktijkervaring

Educatie vanuit het EduVet IAHC Platform richt zich vooral op het delen van kritisch geëvalueerde ervaringen in de praktijk met wetenschappelijke diergeneeskunde en andere vormen van diergeneeskunde. Kritisch evaluatie vooral ook ten aanzien van effectiviteit en veiligheid. In theorie is er geen verschil tussen theorie en praktijk, in de praktijk blijkt dat een verschil wel mogelijk is.

Wij streven er altijd naar om het beste beschikbare onderzoeksbewijs in onze diergeneeskundige zorg te integreren, gecombineerd met klinische expertise en de unieke behoeften of wensen van elke cliënt. Wij hebben een open mind voor de reële kansen met andere vormen van diergeneeskunde. Die kunnen in een aantal gevallen blijkbaar een waardevolle aanvulling zijn op de reguliere diergeneeskunde, met name als de reguliere diergeneeskunde geen oplossing, geen of onvoldoende effect en/of onacceptabele bijwerkingen heeft.

Omdat de zorgvraag in de diergeneeskunde veel groter is dan wij kunnen invullen met alleen wetenschappelijke of evidence based diergeneeskunde, voelen wij als professionals ons verplicht aan onze patiënten en hun eigenaren dat wij onze praktijkervaringen oftewel empirical based diergeneeskunde serieus nemen, zodat wij daarmee kennelijk extra kansen kunnen creëren voor onze patiënten.

Door het verzamelen van vergelijkbare casuïstieken van onszelf en van andere professionals in de diergezondheidszorg, met bij herhaling dezelfde resultaten, onafhankelijk van elkaar, kan een inductief of empirical based bewijs geleverd worden, dat niet alleen nu al als effectieve behandeling blijkt te kunnen worden ingezet in de praktijk, maar ook als hypothese zal kunnen dienen voor verder wetenschappelijk of evidence based onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek is alleen financieel te realiseren als er een commercieel of maatschappelijk belang mee gediend is. Dus wordt er heel veel nuttig onderzoek niet gedaan. Voldoende reden om praktijkervaringen niet af te doen als ‘anekdotisch’, maar serieus te nemen.