Thrombo-embolie bij de kat

Diagnose

Thrombo-embolie. TE. (Feline) Aortic Thromboembolism. (F)ATE

In 90% van de gevallen van thrombo-embolie treedt er een verstopping op van de grote slagader (arteria iliaca) van (meestal) één of beide achterpoten  – ter hoogte van de (af)splitsing van de aorta – als gevolg van een bloedstolsel (thrombus) afkomstig vanuit het linker atrium (hartboezem). We noemen een syndroom (ziektebeeld) als gevolg van een verstopping door een bloedstolsel of weefsel van elders embolie. Omdat in de meeste gevallen er sprake is van een slechte prognose (ook ondanks behandeling), is kennis van zaken en goede cliënteducatie van groot belang.

Oorzaak

Afsluiting door een thrombus (bloedstolsel) afkomstig van een afwijkend hart (verwijd linker atrium) van de grote slagader naar één of (meestal) beide achterpoten, waardoor het weefsel, dat afhankelijk is van deze bloedvoorziening afsterft (ischaemie); 70-90% van de TE katten hebben een hartprobleem (i.h.b. hypertrofische cardiomyopathie of HCM). Sporadisch zien we TE in nieren, darmen, hersenen of voorpoot. HCM wordt beschouwd als erfelijk, van TE is dat niet bekend. Andere oorzaken: andere oorzaken van stollingsproblemen, neoplasie (tumor; embolie door tumorweefsel, bijv. bij longcarcinoom) en hyperthyreoïdie.

Prevalentie

Volgens de literatuur komt TE voor bij circa 30% van de katten met hartproblemen (b) of cijfers variëren van minder dan 10 tot 50% van alle HCM gevallen (a). Meer bij katers dan bij poezen. Komt wereldwijd voor.

Anamnese

‘Ineens’ schreeuwen (heftige pijn), plotseling optredende (acute) achterhand verlamming, versnelde ademhaling / hijgen en mogelijk ook collaps (flauwte); soms zich verstoppen. Opvallend is dat er geen historie van (verkeers)trauma (geen verbrijzelde nagels) is / zou kunnen zijn. In 90% van de TE gevallen is bij de eigenaar niet bekend, dat er sprake is van hartfalen.

Klinisch beeld

Verlamming van één (hemiparese) of beide (paraparese) achterbenen; meestal is er sprake van verlamming van beide achterpoten, sporadisch aan één van de voorpoten. Heftige pijn (schreeuwen) in de acute fase (< 24 uur). Versnelde ademhaling door heftige pijn, stress en / of congestief (stuwing) hartfalen (CHF).

Pijn in het begin door acute embolie en ischaemische spierpijn, wordt later minder door verlies van gevoel, maar kan weer toenemen door acute reperfusie (opnieuw doorbloeding van weefsel); dit gebeurt als (volledige) afsluiting opgeheven wordt door (gedeeltelijk) oplossen van de blokkerende thrombus.

Veel te lage rectale temperatuur! Betreffende poten raken totaal verlamd (motoriek en gevoel ontbreken): spieren hard en gezwollen, koud, voetzolen cyanotisch (blauwbleek), pols afwezig (voelbaar en zichtbaar met Doppler); hartproblemen, zoals souffle (ruis), tachycardie (te hoge hartfrequentie) of bradycardie (te lage hartfrequentie), arythmie (onregelmatigheid) en / of symptomen van congestief hartfalen (stuwing) met longoedeem. Diagnostisch hulpmiddel (uitsluitend bij volledige gevoelloosheid): aanprikken van een zool / te ver afknippen van een nagel veroorzaakt geen bloeding.

DBV

Röntgen: CHF, longen: Echo: hart, thrombus of SEC (spontaan echo contrast / ‘smoke’) in linker atrium, kleuren Doppler (thrombus, afwezige bloedstroom / pols). Uitsluiten van andere oorzaken van achterhand verlamming bijv. verkeerstrauma: verbrijzelde nagels, wonden (kan ook automutilatie zijn van pijn!), fracturen e.d.; sporadisch discus hernia of tumor.

Laboratorium

Diagnose vooral gebaseerd op het klinische beeld. Hyperglycaemie (door stress), (sterk) verhoogde CPK, AST en LDH. Verder: hyperkalaemie (tijdens reperfusie), uraemie (door nier thrombose of uitdroging). Plasma-taurine (bij DCM door taurine deficiëntie; komt zelden voor).

Prognose

TE heeft meestal een slechte prognose. Als er al herstel is dan is dat vrijwel altijd  langdurig en incompleet, gepaard met (ondraaglijk) lijden en hoge waarschijnlijkheid op recidief of dood door hartfalen; bovendien zijn de kosten voor de eerste diagnostiek en   behandelingen hoog (naar schatting minimaal € 300-700; exclusief eventuele opname op de IC). Het is dus van groot belang dat de eigenaar met kennis van zaken geïnformeerd wordt over de ernst van de situatie.

Vooral katten met hypothermie hebben een slechte prognose. Overleving bij een rectale temperatuur van 37.2 gr. C is 50%, bij 35.6 gr. C < 25% (b). Beiderzijdse verlamming heeft een slechtere prognose dan éénzijdige verlamming. TE in een voorpoot heeft een betere prognose dan in de achterpoten.

Recidief is gebruikelijk. Herstelduur (als er al herstel is) varieert van circa 2 uur tot (in de meeste gevallen) een aantal weken. Herstel is nooit compleet, of slechts éénzijdig. Van alle TE katten (met of zonder CHF) overleeft circa 50% (a) / 27-35% (b) tot ontslag uit de kliniek (ondanks behandeling!). Op de langere termijn sterft of recidiveert 50-90% van alle ontslagen katten binnen 6 maanden (a, b). Ondanks behandeling. Recidief bij katten met CHF is al binnen 2,5 maand mogelijk.

Als behandeling gewenst / ethisch verantwoord is en een redelijke toekomstverwachting heeft, kan een behandelingspoging gedurende 2 – 6 weken met hoop op spontane trombolyse of ontstaan van collaterale (zijwegen) bloedvatvoorziening acceptabel zijn.

Behandeling

Pijn, CHF, thrombus preventie, reperfusieschade. Preventie niet (bewezen) effectief.

Medicamenteus

Acute fase | pijnstilling: Buprenorphine, 0.01-0.03 mg/kg, i.m., i.v. of buccaal (mondslijmvlies), elke 6-8 uur (a,b); ; lees medicijnprofiel / bijsluiter. Butorfanol (meer sedatie en vermindering van angst), 0.2-0.4 mg/kg, i.m., i.v., s.c., elke 1-3 uur (a,b); lees medicijnprofiel / bijsluiter.

Acute fase | CHF: Furosemide (diurese), 1-4 mg/kg, i.v., i.m., elke 8-24 uur en zuurstof);  lees medicijnprofiel / bijsluiter. Later: Furosemide 1-4 mg/kg, via de mond, elke 8 – 24 uur, samen met een ACE-remmer, 0,5 mg/kg, via de mond, elke 12-24 uur; lees medicijnprofielen / bijsluiters.

Reperfusie | hyperkalaemie: glucose / insuline; bij K > 8 mEq/L: 1 ml/kg dextrose 25% met of zonder 0,5 U/kg insuline i.v.

Hyperthyreoidie | Radioactief Jodium. Chirurgie. Medicamenteus. Dieetvoeding.

Preventie | Antithrombose middelen: voorkomen van (verdere) thrombosering of recidief; niet effectief bij HCM. Aspirine 5 mg/kat elke 72 uur (niet hoger doseren!). LMWH* (humaan middel), in plaats van Heparine (daarmee grotere kans op bloedingen), 100 U/kg, s.c., elke 12-24 uur. Clopidogrel (humaan middel), 18,75 mg/kat, via de mond, elke 24 uur (als preventivum; nog in onderzoek), evt. samen met aspirine.

*  LMWH = Low Molecular Weight Heparin.

Waarschuwing: voorzichtig met infusen, liever geen thrombolytica (thrombus oplossende middelen) toedienen (dood door reperfusie), vasodilaterende (vaat verwijdende) middelen hebben weinig of geen curatief effect; geen acepromazine toedienen.

Chirurgie

Chirurgische verwijdering van de thrombus wordt afgeraden. Amputatie / wondbehandeling in uitzonderingsgevallen en dan nog alleen na zeer zorgvuldige overwegingen (zie ‘Prognose’).

Complementair

Fysiotherapie (als pijn voorbij is; nut?). Verder geen mogelijkheden.

Opmerkingen

In alle gevallen opname en beperkte beweging.

Bronnen:

  1. Feline Aortic Thromboembolism, Marc Rishniw, Cornell University, NAVC Clinician’s Brief, November 2006, page 17-20.
  2. How to handle feline aortic thromboembolism, Timothy Koors, and H. Cecilia Marshall, Veterinary Medicine / DVM360, November 2010     

 

Disclaimer
EduVet Veterinair Trainigscentrum aanvaardt geen aansprakelijkheid voor het gebruik van onderstaand ziekteoverzicht. Ondanks de grote zorgvuldigheid betracht bij het samenstellen van deze ziekteoverzichten aan de hand van literatuur en gecontroleerd door specialisten kan EduVet geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van informatie die via deze ziekteoverzichten is verkregen.

ToelichtingEen ziekteoverzicht / -profiel is in principe een geheugensteun voor dierenartsen en paraveterinairen. Het bevat in beknopte vorm de voor de praktijk meest noodzakelijke informatie. Huisdierbezitters kunnen ‘meekijken’. Een ziekteoverzicht / -profiel is nooit een vervanging van de dierenarts. Diagnose, behandeling en follow up dienen uitsluitend door of onder begeleiding van een dierenarts plaats te vinden.

LinkedIn
Twitter
WhatsApp

Dit artikel is geschreven door Atjo Westerhuis

Atjo Westerhuis is dierenarts, veterinair directeur en oprichter van het IAHC kennisplatform. Sinds zijn afstuderen aan de Universiteit Utrecht in 1973 is hij actief binnen de gezelschapsdiergeneeskunde en bouwde hij ruim vijftig jaar praktijkervaring op als dierenarts, praktijkhouder, adviseur en initiatiefnemer binnen de veterinaire sector. Binnen EduVet Dierenkliniek levert hij eerste- en anderhalvelijns patiëntenzorg, waarbij hij zich onder andere richt op dieren met chronische of complexe klachten die worden aangeboden voor een second opinion.

Seminar: Grote Zorgen bij Jonge Honden

Op zaterdag 28 november 2026 organiseert EduVet in Veenendaal een seminar over veelvoorkomende gezondheids- en gedragsproblemen bij pups en jonge honden. Met inzichten uit gedrag, voeding, diergeneeskunde en recht.

Persoonlijke zorg voor uw hond of kat

Bij EduVet Dierenkliniek Veenendaal staan aandacht, uitgebreide diagnostiek en samenwerking met u als eigenaar centraal. Ook voor complexe of langdurige klachten en een second opinion kunt u bij ons terecht.

Lees meer van Atjo Westerhuis

Perianaal fistel bij de hond

Samenvatting: Het ontstaan van perianaal fistels is een immuungemedieerde aandoening. Het is vanouds een hardnekkige klacht, meestal voortdurend pijnlijk voor de hond, reden voor wanhoop bij de eigenaar en een

Lezen

Plasbuisverstopping bij de kater

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek, Veenendaal Laatste update: november 2020 Samenvatting: Een plasbuis verstopping door een blaasgruis ‘prop’ bij de kater is een levensbedreigende situatie. Als na het wegspoelen van

Lezen

Homeopathie bij hond & kat

Wat kan homeopathie de diergeneeskunde bieden? Volgens de meeste (veterinaire) wetenschappers niets; volgens de meeste homeopathisch werkende dierenartsen veel. Wetenschappers hebben in het algemeen geen kennis van homeopathie bij dieren

Lezen

Disclaimer

Ondanks de zorgvuldigheid, waarmee wij de content van onze bibliotheek samenstellen, kan EduVet IAHC Platform  geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van de informatie die via de content van onze bibliotheek is verkregen.

Niet zelf ‘dokteren’

EduVet IAHC Platform benadrukt daarbij, dat de informatie die via onze content is verkregen nooit een vervanging is van de professionals!
De content van onze bibliotheek laat diereigenaren en dierverzorgers met de professionals ‘meekijken’, zodat zij met kennis van zaken
kunnen meedenken en meebeslissen over welzijn en gezondheid van hun (huis)dieren. Diereigenaren en dierverzorgers worden daarom
dringend geadviseerd nooit op eigen initiatief te (be)handelen, zonder advies, instemming en begeleiding van een professional. Dat
geldt natuurlijk in het bijzonder als het gaat om de uiteindelijke keuze van de juiste behandeling.

Wetenschap en praktijk

De content van onze bibliotheek wordt niet alleen vervaardigd aan de hand van evidence based wetenschappelijke literatuur, maar vooral ook aan de hand van onze eigen empirical based inzichten.

Updating

Deze informatie kan, in het kader van updating, zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Wij vragen u om eventuele, door u gesignaleerde (vermoedelijke) onvolkomenheden in onze artikelen aan ons te melden via info@iahc.online zodat we deze, indien nodig, kunnen meenemen in de updating. Alvast hartelijk dank daarvoor.

Wetenschap en Praktijkervaring

Educatie vanuit het EduVet IAHC Platform richt zich vooral op het delen van kritisch geëvalueerde ervaringen in de praktijk met wetenschappelijke diergeneeskunde en andere vormen van diergeneeskunde. Kritisch evaluatie vooral ook ten aanzien van effectiviteit en veiligheid. In theorie is er geen verschil tussen theorie en praktijk, in de praktijk blijkt dat een verschil wel mogelijk is.

Wij streven er altijd naar om het beste beschikbare onderzoeksbewijs in onze diergeneeskundige zorg te integreren, gecombineerd met klinische expertise en de unieke behoeften of wensen van elke cliënt. Wij hebben een open mind voor de reële kansen met andere vormen van diergeneeskunde. Die kunnen in een aantal gevallen blijkbaar een waardevolle aanvulling zijn op de reguliere diergeneeskunde, met name als de reguliere diergeneeskunde geen oplossing, geen of onvoldoende effect en/of onacceptabele bijwerkingen heeft.

Omdat de zorgvraag in de diergeneeskunde veel groter is dan wij kunnen invullen met alleen wetenschappelijke of evidence based diergeneeskunde, voelen wij als professionals ons verplicht aan onze patiënten en hun eigenaren dat wij onze praktijkervaringen oftewel empirical based diergeneeskunde serieus nemen, zodat wij daarmee kennelijk extra kansen kunnen creëren voor onze patiënten.

Door het verzamelen van vergelijkbare casuïstieken van onszelf en van andere professionals in de diergezondheidszorg, met bij herhaling dezelfde resultaten, onafhankelijk van elkaar, kan een inductief of empirical based bewijs geleverd worden, dat niet alleen nu al als effectieve behandeling blijkt te kunnen worden ingezet in de praktijk, maar ook als hypothese zal kunnen dienen voor verder wetenschappelijk of evidence based onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek is alleen financieel te realiseren als er een commercieel of maatschappelijk belang mee gediend is. Dus wordt er heel veel nuttig onderzoek niet gedaan. Voldoende reden om praktijkervaringen niet af te doen als ‘anekdotisch’, maar serieus te nemen.