Evelien van der Waa, dierenarts
Homeopathische ondersteuning bij vaccinaties
Het is tegenwoordig mogelijk om dieren heel gericht te vaccineren. Dus alleen als het nodig is. En dat is heel goed. Zo voorkom je dat dieren te vroeg (in het geval van pups en kittens) of te vaak worden gevaccineerd (bij oudere dieren). Maar we kunnen niet helemaal zonder vaccineren. Vooral in het eerste levensjaar van een pup of kitten moet het dier voldoende afweer opbouwen. Het gaat dan om infectieziekten die veel voorkomen en die zonder vaccinatie ernstige klachten kunnen geven zoals het Parvo, Hepatitis en Hondenziekte bij de hond en Panleucopenie en Niesziekte bij de kat. Ook kunnen er wettelijke eisen zijn die vaccinatie verplichten, zoals Rabiës bij reizen naar het buitenland.
Prikkeling van het afweersysteem
Met het vaccineren prikkel je het afweersysteem van het dier. Je gebruikt hiervoor een bewerkte/aangepaste versie van het betreffende virus of bacterie. Bij vaccinatie is het daarom van groot belang dat het dier op het moment van vaccinatie gezond is. Is een dier niet gezond dan is het afweersysteem al met andere dingen bezig en kan het niet optimaal op de vaccinatie reageren. Met als mogelijk resultaat een onvoldoende opbouw van de afweer (= aanmaken afweerstoffen) of een dier dat ziek wordt na de vaccinatie. Dit laatste zie je nogal eens bij katten in asielsituaties als ze al de Niesziekte onder de leden hebben en toch gevaccineerd (moeten)worden.
Nadelige effecten van vaccinatie
Net als bij mensen zie je bij een kleine groep dieren dat er na vaccinatie negatieve effecten optreden. Het kan voorkomen dat het dier de dag zelf wat suf is, diarree of koorts krijgt of een zwelling ontwikkelt op de plek waar de vaccinatie is gedaan. Dit gaat meestal vanzelf weer over, maar soms is behandeling nodig. Zo’n reactie op vaccinatie geeft aan dat het lichaam van het dier moeite heeft met het verwerken van de vaccinatie. Naast de acute klachten kan het ook voorkomen dat er pas na een week of na maanden klachten ontstaan die teruggevoerd kunnen worden op het moment van de vaccinatie. Deze klachten kunnen variëren van gewrichtsontsteking bij jonge dieren tot vage klachten tot epilepsieachtige toestanden. Voor veel eigenaren en dierenartsen is het als er veel tijd tussen zit, lastig om de link met de eerder gegeven vaccinatie te leggen.
Van oudsher was de vaccinatie voor rabiës het vaccin dat in de praktijk de meeste negatieve effecten liet zien. Dat had waarschijnlijk te maken met de samenstelling van het vaccin. De laatste jaren is er veel minder vaak een reactie op het rabiës vaccin, maar meer op het Leptospirose (L4) vaccin.
Ook is er een aantal hondenrassen waarbij sneller een reactie op vaccinatie optreedt door een gevoeliger afweersysteem. Een voorbeeld hiervan is de Novia Scotia Duck Tolling Retriever (Toller).
Mogelijkheden van homeopathie rond vaccinatie
Als de klachten van het dier na vaccinatie ernstig zijn bestaat er de mogelijkheid om met behulp van homeopathie de klachten te ontstoren. Dat wil zeggen op energetisch niveau de negatieve effecten van de vaccinatie wegnemen. Het ontstoren doet niets af aan de opbouw van afweerstoffen na vaccinatie. Bij een gevoelig dier dat negatief heeft gereageerd op een vaccinatie kan, in overleg met de dierenarts, besloten worden om het dier in de toekomst zo min mogelijk te vaccineren en in plaats daarvan te titeren (= met bloedonderzoek vaststellen of er nog voldoende afweerstoffen aanwezig zijn )
Hoe werkt het ontstoren van vaccinaties?
Bij het ontstoren van vaccinaties maakt de dierenarts gebruik van de homeopathische verdunning van het gebruikte vaccin. Dit wordt een vaccinatienosode genoemd. In principe kan er van ieder vaccin een vaccinatienosode gemaakt worden. In Nederland zijn deze vaccinatienosoden voor dierenartsen beschikbaar via de Hahnemann Apotheek in Heiloo. Het heeft de voorkeur om te ontstoren met precies dezelfde vaccinatienosode, als het vaccin waarmee er gevaccineerd is.
Het toedienen van de vaccinatienosoden moet volgens een bepaald schema gebeuren. Afhankelijk van wanneer na vaccinatie de klachten zijn begonnen wordt er voor een bepaalde sterkte gekozen. Door het geven van een vaccinatienosode wordt het lichaam, op energieniveau, ondersteund om de nadelige effecten van de vaccinatie weg te werken. Dit proces duurt één tot meerdere weken, afhankelijk van de duur van de klachten die door de vaccinatie zijn ontstaan.
Het is verstandig om de toediening van een vaccinatienosode te combineren met een drainagemiddel. Een drainagemiddel is een combinatiepreparaat met verschillende homeopathische en/of fytotherapeutische middelen, die de afvoer van afvalstoffen via lever en nieren stimuleert. Zo maak je met de vaccinatienosode afvalstoffen los en met het drainagemiddel voer je ze af.
Wat is beschermd vaccineren?
Beschermd vaccineren is het geven van de vaccinatienosode rond een volgende vaccinatie. Hiervoor zijn verschillende schema’s. Je hebt zo het beste van twee werelden: het dier wordt beschermd tegen de betreffende infectieziekte, maar krijgt niet te maken met de nadelige effecten waar het last van had bij een eerdere vaccinatie.
Om het dier zo min mogelijk te belasten kun je ervoor kiezen om bij pups en kittens preventief beschermd te vaccineren. Omdat het afweersysteem van pups en kittens nog in ontwikkeling is, is het minder belastend om per vaccinatie niet tegen te veel ziekten tegelijk te vaccineren. Beter is het om de vaccinaties te verdelen over verschillende momenten, steeds met twee weken pauze tussendoor. Het afweersysteem krijgt dan de mogelijkheid om optimaal op iedere vaccinatie te reageren.