Waarom dieren baat hebben bij het eten van poep … en sommige mensen ook!

Een olifantendrol, een vleermuiskeutel of vogelpoep. In het dierenrijk eten dieren wat de pot schaft – en soms staat daar blijkbaar ook ontlasting op het menu. Voor mensen is dat misschien moeilijk voor te stellen, maar bij dieren komt het eten van poep regelmatig voor.

Wetenschappers observeerden bijvoorbeeld herten die olifantendrollen aten, honden en maki’s die menselijke ontlasting verorberden en salamanders die zich tegoed deden aan vleermuiskeutels.

Tijdens onderzoek in Tanzania viel wetenschappers bovendien op dat een aantal kapgieren de voorkeur gaf aan eiwitrijke leeuwenpoep boven het karkas van de leeuw zelf. De onderzoekers beschreven dat de leeuw zich nog geen tien meter van de ontlasting bevond, maar dat de kapgieren toch doelgericht op de uitwerpselen afgingen en deze snel doorslikten.

Waarom eten dieren poep?

Het eten van ontlasting wordt in de wetenschap coprofagie genoemd. Een belangrijke reden waarom dieren dit doen, is dat ontlasting nog waardevolle calorieën en voedingsstoffen kan bevatten die door het zogenoemde gastdier niet zijn opgenomen.

Coprofagie kan dieren helpen om extra calorieën binnen te krijgen wanneer hun gebruikelijke voedselbronnen beperkt beschikbaar zijn. In sommige gevallen kan ontlasting zelfs voedzamer zijn dan regulier voedsel.

Daarnaast kan poep darmbacteriën bevatten die een positieve rol spelen in het spijsverteringsstelsel, vergelijkbaar met de manier waarop probiotica werken.

Sommige dieren eten ook hun eigen ontlasting. Verschillende soorten konijnen en hazen verteren hun voedsel bijvoorbeeld twee keer om zoveel mogelijk voedingsstoffen op te nemen. Op die manier compenseren zij voor hun zeer snelle spijsvertering.

Een poeprijk dieet

Barbara Drigo, microbieel ecoloog aan de University of South Australia, vermoedt dat coprofagie voor veel vogelsoorten een manier kan zijn om nuttige darmbacteriën binnen te krijgen.

Volgens Drigo consumeren sommige trekvogelsoorten die in een nieuw gebied aankomen de uitwerpselen van lokale vogels. Mogelijk helpt dit hun darmen om zich aan te passen aan het voedsel dat in die omgeving beschikbaar is.

Ook bij struisvogelkuikens zijn interessante effecten gezien. In een Zuid-Afrikaans experiment werden kuikens die uitwerpselen van hun ouders te eten kregen sneller volwassen dan kuikens die zonder ontlasting werden grootgebracht. Tegen de tijd dat de kuikens acht weken oud waren, wogen zij bijna tien procent meer. Daarnaast hadden zij een kleiner risico op dodelijke darmziekten.

Kan poep ook voor mensen gezond zijn?

Ondanks de mogelijke voordelen is het eten van ontlasting voor dieren niet zonder risico’s. Vogelpoep kan bijvoorbeeld schadelijke stoffen bevatten die afkomstig zijn uit rioolwater, pesticiden of andere door mensen gemaakte stoffen.

Ook kunnen uitwerpselen darmparasieten of schadelijke bacteriën bevatten. Bij dieren wegen de voordelen van coprofagie in veel gevallen echter op tegen de nadelen.

In sommige medische situaties wordt ook bij mensen gebruikgemaakt van ontlasting. Een voorbeeld daarvan is een fecestransplantatie. Hierbij wordt ontlasting van een gezonde donor ingebracht in de darmen van een patiënt, bijvoorbeeld bij bepaalde darminfecties.

Een poepdonatie kan in bepaalde gevallen zelfs levensreddend zijn. Niet zomaar doorspoelen dus.


Bron en auteurschap: Deze tekst is gebaseerd op een oorspronkelijke publicatie van National Geographic, geschreven door Merav Pront. Voor publicatie op IAHC is de tekst redactioneel aangepast, waarbij de inhoudelijke strekking en genoemde voorbeelden behouden zijn.

Merav Pront is editor bij National Geographic en schrijft voor zowel de website als het magazine. Tijdens haar studie sociale geografie leerde zij lokale fenomenen in een internationale context te plaatsen. Als freelance journalist zoekt zij naar de kleine verhalen achter het grote nieuws en schrijft zij onder andere voor de VPRO en de Nederlandse Vereniging van Journalisten.

LinkedIn
Twitter
WhatsApp

Dit artikel is geschreven door Atjo Westerhuis

Atjo Westerhuis is dierenarts, veterinair directeur en oprichter van het IAHC kennisplatform. Sinds zijn afstuderen aan de Universiteit Utrecht in 1973 is hij actief binnen de gezelschapsdiergeneeskunde en bouwde hij ruim vijftig jaar praktijkervaring op als dierenarts, praktijkhouder, adviseur en initiatiefnemer binnen de veterinaire sector. Binnen EduVet Dierenkliniek levert hij eerste- en anderhalvelijns patiëntenzorg, waarbij hij zich onder andere richt op dieren met chronische of complexe klachten die worden aangeboden voor een second opinion.

Seminar: Grote Zorgen bij Jonge Honden

Op zaterdag 28 november 2026 organiseert EduVet in Veenendaal een seminar over veelvoorkomende gezondheids- en gedragsproblemen bij pups en jonge honden. Met inzichten uit gedrag, voeding, diergeneeskunde en recht.

Persoonlijke zorg voor uw hond of kat

Bij EduVet Dierenkliniek Veenendaal staan aandacht, uitgebreide diagnostiek en samenwerking met u als eigenaar centraal. Ook voor complexe of langdurige klachten en een second opinion kunt u bij ons terecht.

Lees meer van Atjo Westerhuis

Perianaal fistel bij de hond

Samenvatting: Het ontstaan van perianaal fistels is een immuungemedieerde aandoening. Het is vanouds een hardnekkige klacht, meestal voortdurend pijnlijk voor de hond, reden voor wanhoop bij de eigenaar en een

Lezen

Plasbuisverstopping bij de kater

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek, Veenendaal Laatste update: november 2020 Samenvatting: Een plasbuis verstopping door een blaasgruis ‘prop’ bij de kater is een levensbedreigende situatie. Als na het wegspoelen van

Lezen

Homeopathie bij hond & kat

Wat kan homeopathie de diergeneeskunde bieden? Volgens de meeste (veterinaire) wetenschappers niets; volgens de meeste homeopathisch werkende dierenartsen veel. Wetenschappers hebben in het algemeen geen kennis van homeopathie bij dieren

Lezen

Disclaimer

Ondanks de zorgvuldigheid, waarmee wij de content van onze bibliotheek samenstellen, kan EduVet IAHC Platform  geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van de informatie die via de content van onze bibliotheek is verkregen.

Niet zelf ‘dokteren’

EduVet IAHC Platform benadrukt daarbij, dat de informatie die via onze content is verkregen nooit een vervanging is van de professionals!
De content van onze bibliotheek laat diereigenaren en dierverzorgers met de professionals ‘meekijken’, zodat zij met kennis van zaken
kunnen meedenken en meebeslissen over welzijn en gezondheid van hun (huis)dieren. Diereigenaren en dierverzorgers worden daarom
dringend geadviseerd nooit op eigen initiatief te (be)handelen, zonder advies, instemming en begeleiding van een professional. Dat
geldt natuurlijk in het bijzonder als het gaat om de uiteindelijke keuze van de juiste behandeling.

Wetenschap en praktijk

De content van onze bibliotheek wordt niet alleen vervaardigd aan de hand van evidence based wetenschappelijke literatuur, maar vooral ook aan de hand van onze eigen empirical based inzichten.

Updating

Deze informatie kan, in het kader van updating, zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Wij vragen u om eventuele, door u gesignaleerde (vermoedelijke) onvolkomenheden in onze artikelen aan ons te melden via info@iahc.online zodat we deze, indien nodig, kunnen meenemen in de updating. Alvast hartelijk dank daarvoor.

Wetenschap en Praktijkervaring

Educatie vanuit het EduVet IAHC Platform richt zich vooral op het delen van kritisch geëvalueerde ervaringen in de praktijk met wetenschappelijke diergeneeskunde en andere vormen van diergeneeskunde. Kritisch evaluatie vooral ook ten aanzien van effectiviteit en veiligheid. In theorie is er geen verschil tussen theorie en praktijk, in de praktijk blijkt dat een verschil wel mogelijk is.

Wij streven er altijd naar om het beste beschikbare onderzoeksbewijs in onze diergeneeskundige zorg te integreren, gecombineerd met klinische expertise en de unieke behoeften of wensen van elke cliënt. Wij hebben een open mind voor de reële kansen met andere vormen van diergeneeskunde. Die kunnen in een aantal gevallen blijkbaar een waardevolle aanvulling zijn op de reguliere diergeneeskunde, met name als de reguliere diergeneeskunde geen oplossing, geen of onvoldoende effect en/of onacceptabele bijwerkingen heeft.

Omdat de zorgvraag in de diergeneeskunde veel groter is dan wij kunnen invullen met alleen wetenschappelijke of evidence based diergeneeskunde, voelen wij als professionals ons verplicht aan onze patiënten en hun eigenaren dat wij onze praktijkervaringen oftewel empirical based diergeneeskunde serieus nemen, zodat wij daarmee kennelijk extra kansen kunnen creëren voor onze patiënten.

Door het verzamelen van vergelijkbare casuïstieken van onszelf en van andere professionals in de diergezondheidszorg, met bij herhaling dezelfde resultaten, onafhankelijk van elkaar, kan een inductief of empirical based bewijs geleverd worden, dat niet alleen nu al als effectieve behandeling blijkt te kunnen worden ingezet in de praktijk, maar ook als hypothese zal kunnen dienen voor verder wetenschappelijk of evidence based onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek is alleen financieel te realiseren als er een commercieel of maatschappelijk belang mee gediend is. Dus wordt er heel veel nuttig onderzoek niet gedaan. Voldoende reden om praktijkervaringen niet af te doen als ‘anekdotisch’, maar serieus te nemen.