Ziekte van Lyme hond

We lezen en horen dat steeds meer teken in Nederland besmet zijn met de ‘Lyme bacterie’, dat er ook steeds vaker mensen en honden via teken besmet worden en zelfs dat er steeds meer mensen overlijden aan deze ziekte. Opvallend is echter dat we in de praktijk bij honden de ziekte van Lyme eigenlijk helemaal niet zo vaak zien. Of missen we de diagnose?

Informatie over de ziekte van Lyme bij de hond:

Diersoorten
Hond

Oorzaak

Bacteriële infectie door Borrelia burgdorferi die wordt overgebracht door teken, in Nederland hoofdzakelijk door Ixodes ricinus.

Vóórkomen

USA:
In endemische gebieden in de USA waarin 90% van de honden via teken in contact komt met Borrelia burgdorferi ontwikkelt naar schatting slechts 5-10% van de seropositieve honden daadwerkelijk klinisch de ziekte van Lyme.

Nederland:
Gemiddeld is in ons land 20% (variatie 0-50%) van de teken besmet met Borrelia burgdorferi. Omgerekend zal de kans dat een hond daadwerkelijk klinisch de ziekte van Lyme zal krijgen in ons land naar alle waarschijnlijkheid < 5% (variatie 0-5%) zijn. Gelet op deze variatie en de meestal goede prognose van behandelde en niet behandelde honden met ziekte van Lyme kunnen we de preventieve maatregelen per regio afstemmen.

Klachten

Vermindering van de eetlust, lethargie (slaapzucht, ongeïnteresseerdheid en inactiviteit) en kreupelheid.

Klinische beeld

T 39.5-40.5 °C. Kreupelheid, soms intermitterend en/of wisselend qua locatie. Zwelling gewrichten. Vergrote lymfeklieren.

De typische huidverandering rond de tekenbeetplek zoals die bij mensen in een aantal (dus lang niet alle) gevallen optreedt wordt bij honden niet of hoogstzelden gezien.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op basis van een combinatie van gegevens: historie (tekenbeet), ziektebeeld, bloedonderzoek (haematologie, biochemisch profiel en serologie), uitsluiten van andere ziektes (complicaties, concomiterende ziektes) en de reactie op de antibioticum behandeling (binnen 1-2 dagen koorts en kreupelheid verdwenen).

Haematologie en biochemisch profiel zijn meestal normaal. Antilichamen (serologie) zijn pas aantoonbaar 3 – 5 weken na infectie en kunnen lang in het bloed aanwezig blijven (maanden tot soms jaren). Antilichamen tonen slechts aan dat de hond in contact (geweest) is met Borrelia burgdorferi. Middels de Idexx Snap 4Dx test kunnen we testen op hartworm, ehrlichiose, ziekte van Lyme en anaplasmose. Kweek en PCR worden om meerdere redenen – betrouwbaarheid, kosten, invasiviteit monstername, wachttijd tot uitslag – niet uitgevoerd.

Pathogenese

Lokaal – in de huid rond de tekenbeetplek – vermeerdert de bacterie zich en zoekt vervolgens haar weg door het gehele lichaam naar collageenrijke weefsels, zoals spieren (fascie) en gewrichten. Verder naar hart, zenuwweefsel en nieren. De Borrelia bacteriën kunnen zich in het lichaam ‘verstoppen’, buiten bereik van antibiotica en antilichamen.

Prognose

Goed. Zowel bij behandelde als niet behandelde honden. Nierfalen (glomerulonephritis) is fataal, maar is een complicatie die gelukkig zelden voorkomt. Bij de als ‘chronische Lyme borreliose’ omschreven gevallen wordt de minder goede tot slechte prognose vrijwel zeker veroorzaakt door complicaties of concomiterende ziektes (o.a. auto-immuunziektes).

Therapie

Doxycycline 10 mg / kg LG, elke 24 uur, gedurende 30 dagen of amoxycilline 11 – 22 mg / kg LG, elke 8 – 12 uur, gedurende 30 dagen. Bij voorkeur samen met de voeding.

Amoxycilline wordt met name geadviseerd bij pups i.v.m. eventuele verkleuring van het jonge gebit als gevolg van doxycycline. Respons: binnen 1 – 2 dagen moeten koorts en kreupelheid zijn verdwenen.

Preventief antibiotica geven bij een / elke tekenbeet wordt afgeraden omdat de kans om daadwerkelijk ziek te worden klein is en complicaties zelden voorkomen.

Er moet rekening worden gehouden met het feit, dat antibiotica niet alle bacteriën in het lichaam bereiken / doden.

Follow up

Gezond = Gezond. Controle op antilichamen heeft geen zin; deze kunnen lang tot zeer lang (hoog) in het bloed aanwezig blijven. Soms kunnen we bij het controleren van een tweede monster 2-3 weken na een eerste monster weliswaar een stijging zien, die suggestief is voor een actuele infectie. Maar die is, als er sprake was van klinisch ziekte van Lyme, inmiddels toch al behandeld.

Preventie

Teken zijn actief bij temperaturen > 5-10 °C en vooral in de periode maart – oktober. Er zijn vier mogelijkheden voor preventie: (1) tekenvrije / -arme omgeving creëren, (2) tijdig en op de juiste manier teken bij de hond verwijderen, (3) de hond met tekenbestrijdingsmiddelen behandelen en (4) de hond vaccineren tegen Borrelia burgdorferi.

Tekenvrije / -arme omgeving

Teken bevinden zich in lage dichte begroeiing (dus niet in bomen): dode bladeren, schaduwrijk hoog gras, varens, bosbessenstruiken e.d. Minder op open vlaktes: open weiden, uiterwaarden, hei e.d. Teken komen ook voor in tuinen (!) en (stads)parken.  Preventie is dus mogelijk door adequaat tuinonderhoud en de keuze van een andere uitlaatplek. Lees voor meer en actuele informatie: www.tekenradar.nl

Teken verwijderen

Transmissie van Borrelia van de teek in de hond vindt plaats 36-38 uur na de beet. Dagelijkse tekencontrole is een zinvolle preventieve maatregel. Bij dichtbehaarde honden en kleine nog niet volgezogen teken kan dat lastig zijn. Geen ‘verdovende’ middelen gebruiken; ontsmettingsmiddelen pas nadat de teek eruit getrokken is. De teek is bij het verwijderen niet besmettelijk voor de mens.
Bekijk de film teek verwijderen

Teken bestrijdingsmiddelen

Wat de Nederlandse situatie betreft: in periodes en gebieden van verhoogd risico (maart – oktober) met 50% besmettingskans en een voor teken zeer ‘vatbare hond’ kan het verstandig zijn om gebruik te maken van tekenbestrijdingsmiddelen zoals Scalibor en Advantix. Voor reizen naar het buitenland (Zuid Europa) zijn deze bestrijdingsmiddelen een ‘must’.

Vaccinatie tegen Borrelia

Merial heeft een vaccin tegen ziekte van Lyme in de handel gebracht onder de naam Merilym 3. Voor de Nederlandse situatie is het de vraag of vaccinatie zinvol is. Vaccinatie zou in elk geval wel zinvol kunnen zijn voor honden die voor langere tijd (maanden tot jaren) in een voor Borrelia endemisch gebied in het buitenland verblijven. In dat geval is het raadzaam om eerst bij de lokale dierenarts te informeren naar de noodzaak van deze en overige vaccinaties. Lees verder in de betreffende cbg registratie beschikking

Complementaire geneeswijzen

Altijd eerst reguliere diergeneeskunde, zowel voor preventie als voor behandeling. Indien wordt gekozen voor complementaire ondersteuning, dan alleen uitsluitend na(ast) de reguliere diergeneeskunde en uitsluitend door / onder begeleiding van een dierenarts. De preventieve effectiviteit van (Borrelia burgdorferi) nosodes is noch wetenschappelijk bewezen noch door praktijkervaringen aannemelijk gemaakt en zou ook niet effectief kunnen zijn op grond van de theorie van de homeopathie.

Syn.: Lyme disease. Lyme borreliose. Bron: o.a. Clinician’s Brief, May 2007, page 9 – 12.

Toelichting
Een ziekteoverzicht / -profiel is in principe een geheugensteun voor dierenartsen en paraveterinairen. Het bevat in beknopte vorm de voor de praktijk meest noodzakelijke informatie. Huisdierbezitters kunnen ‘meekijken’. Een ziekteoverzicht / -profiel is nooit een vervanging van de dierenarts. Diagnose, behandeling en follow up dienen uitsluitend door of onder begeleiding van een dierenarts plaats te vinden.

LinkedIn
Twitter
WhatsApp

Dit artikel is geschreven door Atjo Westerhuis

Atjo Westerhuis is dierenarts, veterinair directeur en oprichter van het IAHC kennisplatform. Sinds zijn afstuderen aan de Universiteit Utrecht in 1973 is hij actief binnen de gezelschapsdiergeneeskunde en bouwde hij ruim vijftig jaar praktijkervaring op als dierenarts, praktijkhouder, adviseur en initiatiefnemer binnen de veterinaire sector. Binnen EduVet Dierenkliniek levert hij eerste- en anderhalvelijns patiëntenzorg, waarbij hij zich onder andere richt op dieren met chronische of complexe klachten die worden aangeboden voor een second opinion.

Seminar: Grote Zorgen bij Jonge Honden

Op zaterdag 28 november 2026 organiseert EduVet in Veenendaal een seminar over veelvoorkomende gezondheids- en gedragsproblemen bij pups en jonge honden. Met inzichten uit gedrag, voeding, diergeneeskunde en recht.

Persoonlijke zorg voor uw hond of kat

Bij EduVet Dierenkliniek Veenendaal staan aandacht, uitgebreide diagnostiek en samenwerking met u als eigenaar centraal. Ook voor complexe of langdurige klachten en een second opinion kunt u bij ons terecht.

Lees meer van Atjo Westerhuis

Perianaal fistel bij de hond

Samenvatting: Het ontstaan van perianaal fistels is een immuungemedieerde aandoening. Het is vanouds een hardnekkige klacht, meestal voortdurend pijnlijk voor de hond, reden voor wanhoop bij de eigenaar en een

Lezen

Plasbuisverstopping bij de kater

Atjo Westerhuis, dierenarts, EduVet Dierenkliniek, Veenendaal Laatste update: november 2020 Samenvatting: Een plasbuis verstopping door een blaasgruis ‘prop’ bij de kater is een levensbedreigende situatie. Als na het wegspoelen van

Lezen

Homeopathie bij hond & kat

Wat kan homeopathie de diergeneeskunde bieden? Volgens de meeste (veterinaire) wetenschappers niets; volgens de meeste homeopathisch werkende dierenartsen veel. Wetenschappers hebben in het algemeen geen kennis van homeopathie bij dieren

Lezen

Disclaimer

Ondanks de zorgvuldigheid, waarmee wij de content van onze bibliotheek samenstellen, kan EduVet IAHC Platform  geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele zetfouten en andere onjuistheden of onvolledigheden, noch voor de eventuele gevolgen van het handelen of juist nalaten van handelen op grond van de informatie die via de content van onze bibliotheek is verkregen.

Niet zelf ‘dokteren’

EduVet IAHC Platform benadrukt daarbij, dat de informatie die via onze content is verkregen nooit een vervanging is van de professionals!
De content van onze bibliotheek laat diereigenaren en dierverzorgers met de professionals ‘meekijken’, zodat zij met kennis van zaken
kunnen meedenken en meebeslissen over welzijn en gezondheid van hun (huis)dieren. Diereigenaren en dierverzorgers worden daarom
dringend geadviseerd nooit op eigen initiatief te (be)handelen, zonder advies, instemming en begeleiding van een professional. Dat
geldt natuurlijk in het bijzonder als het gaat om de uiteindelijke keuze van de juiste behandeling.

Wetenschap en praktijk

De content van onze bibliotheek wordt niet alleen vervaardigd aan de hand van evidence based wetenschappelijke literatuur, maar vooral ook aan de hand van onze eigen empirical based inzichten.

Updating

Deze informatie kan, in het kader van updating, zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Wij vragen u om eventuele, door u gesignaleerde (vermoedelijke) onvolkomenheden in onze artikelen aan ons te melden via info@iahc.online zodat we deze, indien nodig, kunnen meenemen in de updating. Alvast hartelijk dank daarvoor.

Wetenschap en Praktijkervaring

Educatie vanuit het EduVet IAHC Platform richt zich vooral op het delen van kritisch geëvalueerde ervaringen in de praktijk met wetenschappelijke diergeneeskunde en andere vormen van diergeneeskunde. Kritisch evaluatie vooral ook ten aanzien van effectiviteit en veiligheid. In theorie is er geen verschil tussen theorie en praktijk, in de praktijk blijkt dat een verschil wel mogelijk is.

Wij streven er altijd naar om het beste beschikbare onderzoeksbewijs in onze diergeneeskundige zorg te integreren, gecombineerd met klinische expertise en de unieke behoeften of wensen van elke cliënt. Wij hebben een open mind voor de reële kansen met andere vormen van diergeneeskunde. Die kunnen in een aantal gevallen blijkbaar een waardevolle aanvulling zijn op de reguliere diergeneeskunde, met name als de reguliere diergeneeskunde geen oplossing, geen of onvoldoende effect en/of onacceptabele bijwerkingen heeft.

Omdat de zorgvraag in de diergeneeskunde veel groter is dan wij kunnen invullen met alleen wetenschappelijke of evidence based diergeneeskunde, voelen wij als professionals ons verplicht aan onze patiënten en hun eigenaren dat wij onze praktijkervaringen oftewel empirical based diergeneeskunde serieus nemen, zodat wij daarmee kennelijk extra kansen kunnen creëren voor onze patiënten.

Door het verzamelen van vergelijkbare casuïstieken van onszelf en van andere professionals in de diergezondheidszorg, met bij herhaling dezelfde resultaten, onafhankelijk van elkaar, kan een inductief of empirical based bewijs geleverd worden, dat niet alleen nu al als effectieve behandeling blijkt te kunnen worden ingezet in de praktijk, maar ook als hypothese zal kunnen dienen voor verder wetenschappelijk of evidence based onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek is alleen financieel te realiseren als er een commercieel of maatschappelijk belang mee gediend is. Dus wordt er heel veel nuttig onderzoek niet gedaan. Voldoende reden om praktijkervaringen niet af te doen als ‘anekdotisch’, maar serieus te nemen.